Het atelier: Tamar Frank

Het atelier: Tamar Frank

 

Het huidige atelier van lichtkunstenaar Tamar Frank bevindt zich aan het spoor, in het gebouw dat ook het Grafisch Atelier Hilversum huisvest. Tot mijn verrassing is het er brandschoon en reuze opgeruimd, terwijl ik me van haar vorige werkruimte in Utrecht vooral een wirwar van draden en maquettes herinner. De strakke orde van dit moment heeft alles te maken met een eervolle opdracht in Parijs. De kisten met daarin haar poëtische installatie Lampyris Noctiluca staan strak in gelid, klaar voor transport. Ze staat aan de vooravond van een groot en zorgvuldig geregisseerd avontuur. Slechts één nacht krijgt ze om de beroemde zaal van de Opera van Garnier om te toveren tot een surrealistisch sprookje met behulp van deze oogstrelende ‘vuurvliegjes’. De fotografische verslaggeving van deze ‘operatie’ moet komend voorjaar resulteren in hét campagnebeeld voor het nieuwe culturele seizoen van dit operahuis.

 

Door Jet van der Sluis

 

Tamar Frank studeerde Monumentale Vormgeving aan de Academie voor Beeldende Kunst in Maastricht. In tegenstelling tot wat de naam van die studierichting doet vermoeden, kreeg ze er vooral les in schilderen. Door een gelukkig toeval kwam ze aan het eind van haar opleiding in het bezit van een grote plaat matglas. Ze schilderde destijds vooral minimalistisch, geïnspireerd door Malevich en de Amerikaanse Colorfieldpainters. Toen ze de glasplaat voor één van haar schilderijen met daarop een groot geel vierkant plaatste, werd ze getroffen door het plotseling diffuus geworden gele vlak dat bijna leek te zweven. Dat was een magisch moment en sindsdien staat haar werk in het teken van de wisselwerking tussen licht en kleur. Vorig jaar heeft ze in eigen beheer een boek uitgegeven dat een overzicht biedt van het werk van de afgelopen twintig jaar. Niet voor niets siert een vergelijkbaar geel vierkant de omslag van dit jubileumboek, als hommage aan die bijzondere ontdekking.

Frank is inmiddels één van de meest vooraanstaande lichtkunstenaars van ons land. 

Haar lichtsculpturen hebben zich in de loop der jaren ontwikkeld tot meer dan driedimensionale objecten: ze beïnvloeden door hun ‘inkleuring’ de beleving van de ruimte en gaan daardoor ook een directe relatie met de beschouwer aan. Vaak ondersteunen haar ruimtelijke ingrepen de bestaande (binnenhuis)architectuur, maar ze maakt ook vrijstaande, autonome lichtsculpturen en lichtinstallaties die ze op verschillende locaties in kan zetten. Zo waren de ‘vuurvliegjes’ al eerder te zien, onder andere tijdens het festival Into The Great Wide Open op Vlieland.

 

Hemels Licht

                                                                     

Haar meest recente werk in de openbare ruimte is Caelesti Lumine uit 2017. Deze metershoge lichtsculptuur maakte ze voor de vier verdiepingen hoge passage onder het verbouwde ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Tegen de achterwand van haar atelier staat nog steeds een gigantische lichtkast, bespannen met een speciaal ontwikkeld doek. Het uiteindelijke scherm is ruim vier keer hoger dan dit proefpaneel!

De architecte Ellen van Loon, verantwoordelijk voor de renovatie van het ministerie, wilde per se een lichtkunstwerk in deze donkere passage, die het stationsgebied verbindt met de Turfmarkt en de Kalvermarkt. Deze voetgangersruimte doet met haar grote hoogte én door de kolommen aan de zijwanden als vanzelf aan een kathedraal denken. Deze voor de hand liggende, sacrale associatie wordt ‘uitgebuit’ in het lichtkunstwerk van Tamar Frank. Haar installatie bestaat uit een wandvullend beeldvlak met in het midden een verticale lijn, waardoor het lijkt of één van de kolommen door het doek schemert. Het steeds veranderende en diffuse licht geeft aan de hoge ruimte een onverwachte, mysterieuze diepte. Overdag is het licht ‘bescheiden’ en gedempt van toon; dan is de installatie ondergeschikt aan de dynamiek van de vele gebruikers. Maar als de schemer invalt, verschijnen de kleuren van de ondergaande zon en naarmate de nacht vordert, wordt het kleurgebruik steeds feller en warmer. Niet alleen om het latente gevoel van onveiligheid in deze donkere publieke ruimte weg te nemen, maar ook om het contrast met de hectiek van de dag te benadrukken. De zakelijke gebruiksruimte van overdag wordt in de nachtelijke uren omgetoverd tot een veilige, warme cocon: een soort stilteruime. Vooral wanneer het donker en (relatief) stil is, doet het hypnotiserende scherm onontkoombaar denken aan de mystieke schilderijen van niemand minder dan Mark Rothko. 

De complexe programmatuur van de nachtelijke kleurovergangen is gekoppeld aan de maancyclus en bestaat dus niet uit een - op den duur - voorspelbare ‘loop’. Licht en kleur wisselen met het natuurlijke ritme van zon en maan en het daaraan gekoppelde getij van de zee. Tijdens de ontwikkeling en realisatie van deze veranderlijke lichtsculptuur werkte Frank intensief samen met Smartlight, een bedrijf gespecialiseerd in lichtproducties. 

 

Een O met een Umlaut


Op een hoekje van haar werktafel stond bij mijn atelierbezoek een soort Märklin-landschapje. Een half in de bodem verzonken lichtcirkel met daarnaast twee lantarenpalen met een bolvormige kap troffen mij als een vervreemdende aanwezigheid in dit realistische schaalmodel van een heuvellandschap. Pas toen ik een overzichtsfoto van het in Duitsland uitgevoerde werk zag, viel het kwartje. Gezien vanuit de ramen van het aanpalende klooster vormt de cirkel samen met de twee ronde lampen namelijk een Duitse O met Umlaut: een Ö dus. 

De kunstenares maakte deze lichtsculptuur in opdracht van de Karl Friedrich Hein Stichting, ter gelegenheid van de 150stesterfdag van de oprichter ervan. De uit Duitsland afkomstige Hein was een vermogende en sociaal-voelende industrieel die in Utrecht fortuin heeft gemaakt. Voor zijn familie kocht deze verstokte vrijgezel destijds dit oude klooster bij Obermarsberg omdat hij het belangrijk vond dat het familiegevoel ook na zijn dood intact zou blijven. Door zijn neven en nichten werd hij liefkozend Öhme, oompje, genoemd. Als de familie nu samenkomt in Obermarsberg is hij er - in de vorm van dit aandoenlijke gedenkteken - nog steeds ‘bij’. Een aanwezigheid die des temeer ontroert als je weet dat het hem na de Tweede Wereldoorlog, als vernederlandste Duitser, niet vergund werd om op zijn familielandgoed begraven te worden. 

Dit speelse en humoristische werk lijkt mijlenver van het hierboven besproken Caelesti Lumine af te staan. Het illustreert de veelzijdigheid en flexibiliteit van Frank, die graag nauw samenwerkt met haar opdrachtgevers.

 

Werk in oplage


Naast permanente opdrachten in de openbare ruimte en in de binnenhuisarchitectuur (onder andere voor het gemeenschapshuis in Warnsveld) maakt Frank ook veel tijdelijke installaties. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘boomhalo’s’ die ze voor een project op de Brink in Assen maakte. Met gebruik van sensortechnologie verlichtten lichtcirkels, als een soort aureool, de stammen van de bomen in het kleine parkje op de Brink, als er in het donker iemand langs liep. 

Met haar lichtsculpturen weet Frank de bestaande omgeving boven het alledaagse uit te tillen. Regelmatig maakt Frank gebruik van heldere lichtlijnen om de entree of looprichting van een ruimte te verduidelijken. Door de heldere, warme kleur van zo’n lijn, die vaak al buiten het eigenlijke gebouw begint, krijgt de plek ook een andere gevoelswaarde. 

Veel van haar lichtsculpturen, met name die in tunnels en andere onderdoorgangen, nemen bovendien het ‘unheimische’ aspect van een dergelijke locatie weg. Het lukt haar om het gevoel van onveiligheid dat de meesten van ons bekruipt in dit soort schaars verlichte ruimte, te transformeren tot een positieve ervaring.

Alhoewel ze niet mag klagen over (inter)nationale aandacht blijft het moeizaam om als lichtkunstenaar een regulier inkomen te genereren. De ontwikkelkosten van haar projecten zijn erg hoog en het meedingen aan ontwerpwedstrijden kost niet alleen veel geld, maar ook veel tijd. Ze experimenteert inmiddels dan ook met de uitgave van ‘multiples’ voor de particuliere sector. Zo bestaat er een ‘limited edition’ van haar jubileumboek, van twintig exemplaren. Het lijvige boek met het gele vierkant op de omslag wordt een intrigerend driedimensionaal object door middel van een omslagstandaard van half-mat perspex, als hommage aan haar eerste installatie in Maastricht: het ‘zwevende’ gele vierkant.

Verder maakte ze, ook in het kader van haar jubileum als kunstenaar, twintig exemplaren van een vierkant lichtobject van slechts 61 x 61 centimeter, geschikt voor kleinere ruimtes. Dit paneel noemt ze In Lucem, wat verwijst naar ons innerlijke licht. Op kleine schaal bereikt ze hiermee hetzelfde effect als in de grote Haagse installatie. Je ervaart dezelfde zuigende werking van de diffuse kleuren die zó langzaam veranderen dat er een meditatieve werking vanuit gaat. Door de contemplatieve vorm van troost die het werk oproept, lijkt het me uitermate geschikt voor wachtruimtes in de gezondheidszorg. Met een alleszins schappelijke verkoopprijs van 1.500,- euro hoopt ze financiële armslag te creëren om in alle rust te kunnen werken aan schetsontwerpen voor internationale opdrachten. 

Helaas hebben ook lichtkunstprojecten steeds vaker het karakter van een prijsvraag, waarbij de uitkomst per definitie ongewis is. Zo besteedde ze recent veel tijd en aandacht aan een schetsontwerp voor een groot bouwproject in Rhode Island in Amerika. Achteraf bleek dat alle (!) inzendingen afgewezen waren. Gelukkig viel ze eerder in Canada wel in de prijzen: in Vancouver zijn twee grote lichtsculpturen van haar hand gerealiseerd. Wat mij betreft verdient Tamar Frank het dubbel en dwars om ook in Amerika voet aan de grond te krijgen. 

 

www.lightspace.org

Comments