Jannis Kounellis

Jannis Kounellis heeft zijn jas uitgedaan. Nieuw werk van Kounellis in het Museum Kurhaus Kleve


Jannis Kounellis (1936), een van de kopstukken van de Arte Povera, werkte in het afgelegen Umbrië met een haast maniakale snelheid aan de uitbreiding van zijn toch al omvangrijke oeuvre. Alsof het er nú op aan kwam. In 2010 en 2011 ontstonden verschillende reeksen zwart-wit beelden, afdrukken van in teer gedoopte jassen, waarvan er veertig te zien zijn in het Museum Kurhaus Kleve (Duitsland). De jas is een aloud thema in het werk van Kounellis, evenals teer, het residu van kolen. De lijn die zichtbaar wordt, is dat Kounellis steeds minder herkenbare fysieke sporen achterlaat, hoewel zijn kunstwerken volgens een volledig lichamelijk proces tot stand blijven komen. In de meest recente teerdrukken laat hij het beeld bijna helemaal aan de kijker.

Door Judith van Beukering 

Dialoog met het verleden

De tentoonstelling van Jannis Kounellis in Museum Kurhaus Kleve past in de lijn van eerdere presentaties rond Arte Povera kunstenaars als Mario Merz in 2001, Giovanni Anselmo in 2004 en Giuseppe Penone in 2006. Arte Povera, een term die de Italiaanse kunstcriticus Germano Celant bedacht voor een groep kunstenaars waarmee hij sinds 1963 samenwerkte, betekent letterlijk ‘arme kunst’. Het verwijst naar de ‘nederige’ materialen als aarde, steenkolen, planten, levende dieren en teer die deze kunstenaars vanaf de tweede helft van de jaren zestig gingen gebruiken. Hiermee zetten zij zich af tegen de ‘gladde’ Amerikaanse kunst (o.a. Pop Art en Conceptual Art), de door commercie verloederde maatschappij en het functioneren van de kunstmarkt. Met het gebruik van alledaagse materialen, het afval van de maatschappij, wilden zij de levende werkelijkheid in de kunst terugbrengen en de grenzen tussen kunst en leven opheffen. Tegelijkertijd was er een hernieuwde aandacht voor het verleden, voor de wortels van Europese cultuur. De Europese kunst was dringend toe aan een herijking. Dit was ook een reden dat de Arte Povera kunstenaars zich herkenden in het werk van Joseph Beuys, dat zich uiteenzette met het vergeten verleden van Centraal Europa. Beuys is overigens biografisch nauw verbonden met het Museum Kurhaus in Kleef, want tussen 1957 en 1964 had hij in het toenmalige Kurhaus zijn atelier. Het museum bezit ook een aanzienlijke collectie van Beuys en dit maakt het tentoonstellingsprogramma rond Arte Povera een haast vanzelfsprekende keuze.

Arte Povera ontstond in Italië, kreeg navolging in heel Europa en ook Amerika en bestond als beweging tot in de jaren zeventig. Het gedachtegoed bleef echter voortbestaan in de individuele carrières van kunstenaars als Giuseppe Penone, Carel Visser en Jannis Kounellis. Hoewel het werk van Kounellis sinds de jaren zestig natuurlijk een ontwikkeling heeft doorgemaakt, zien we de Arte Povera-elementen nog allemaal terug in zijn kunstwerken: het gebruik van ongebruikelijke, povere materialen als steenkolen, vuur, roet, staal, teer, oude jassen en versleten schoenen en de uiteenzetting met het verleden. Het verleden van de stoffen zelf. Zo is steenkool een transformatie van plantmateriaal en verwijst het tegelijkertijd naar de industriële geschiedenis. De tentoonstelling In Kleef kan zelfs beschouwd worden als een dialoog met het verleden van Kounellis, waarin oude werken, veelal sleutelwerken, met recente exemplaren in conclaaf gaan.

Wilt u het hele artikel lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan. 

Jannis Kounellis, Museum Kurhaus Kleve, 11 september 2011 t/m 2 januari 2012. www.museumkurhaus.de

 

 

Comments