Jean Tinguely

Tinguely’s Machinespektakel een feest voor jong en oud

In het Stedelijk Museum te Amsterdam is Machinespektakel, de overzichtstentoonstelling van Jean Tinguely, te zien. De machines van Tinguely ogen als kinetische junk, maar zijn eigenlijk acteurs, hoofdrolspelers van hun eigen one-man show. Helemaal spannend is het als veertien performatieve sculpturen samen optreden.

Door Sya van ’t Vlie

De Zwitser Jean Tinguely begon zijn carrière als etaleur in Bazel. Begin jaren vijftig trok hij naar Parijs, waar hij zich vestigde als schilder. Maar hij had moeite om zijn schilderijen af te maken, wist niet wanneer hij moest stoppen. Een uitweg uit die impasse was de beweging. Beweging maakte het werk af.

De wandreliëfs in de eerste zalen van de expositie laten goed zien hoe Tinguely de beweging introduceerde. Hier hangen geen met elementen beschilderde panelen, maar panelen waarop elementen zijn bevestigd die in beweging kunnen worden gezet. Ze doen denken aan de suprematistische schilderijen van Malevich en El Lissitzky, maar dan met bewegende kleurvlakken, of de knipsels van Henri Matisse, die heen en weer bewegen. De Éléments détaché’s, ranke ijzerdraad wielen met stekels die elkaar met behulp van een motortje laten draaien, kondigen de volgende stap aan: naar bewegende objecten zoals de ijzerdraadsculpturen Moulins a Prière. In weer een volgende fase ontdekt Tinguely de schoonheid van schroot. Hij bouwt zijn steeds grotere kinetische sculpturen op met ‘objets trouvé’s’, zoals fietswielen. Zelf noemt Tinguely ze machines, maar dat doet afbreuk aan hun performatieve karakter. De machines van Tinguely zijn acteurs die een voorstelling geven. Ze zijn hoofdrolspelers van hun eigen one-man/machine show. Dat geldt voor de Méta-matics, die, in parodie op het tachisme, kalligrafische lussen verfden op rollen papier. En dat gaat helemaal op voor de zelfvernietigende machines. De meest bekende is Homage to New York, dat in 1960 ‘optrad’ in de Sculpture Garden van het Museum of Modern Art (MoMA). Het optreden moest eindigen in de zelfdestructie van de sculptuur. Op de tentoonstelling is het korte bestaan van Homage op film te volgen. Tinguely bouwde de sculptuur in twee weken op in de tuin van het museum. Televisiecamera's waren aanwezig om vast te leggen hoe deze machine het hoogtepunt van zijn bestaan, zijn zelfvernietiging, zou uitvoeren. Homage bestond uit fiets- en kinderwagenonderdelen, assen, metaaldraden, buizen, zagen, een elektrische motor en een piano die bespeeld moest worden door een omgebouwde ‘adressograph’. Ook bevatte Homage twee mathematische schildermachines. De beschilderde rol van één daarvan werd door een ventilator richting publiek geblazen. Homage was zo gebouwd dat het eigen onderdelen zou afzagen en weg zou smelten na het toedienen van een elektrische schok. Dat niet alles verliep zoals gepland zorgde voor extra spanning. Zoals bedoeld vloog de piano na het spelen van dezelfde drie hoge tonen in brand en maakte een luid claxonnerende machientje zich los van de piano en bewoog zich brandend richting publiek, waar het werd opgevangen. Daarna ging er iets mis. Het ‘zelfblusmechanisme’ faalde. De inmiddels in lichter laaien staande machine werd uiteindelijk door de brandweer geblust. Tinguely typeert de sculptuur en zijn optreden als 'kunst als beweging, kunst als spel, anti-kunst, kunst als vernietiging, kunst als protest, kunst als junk, kunst als happening’.


Documentatie

De tentoonstelling is goed gedocumenteerd. Films, foto’s en catalogi laten zien wat Tinguely met zijn performatieve machines beoogde. Zo is op film het transport te zien van vijf machines van Tinguely’s atelier naar de Galerie des Quatre Saisons, waar ze zouden worden tentoongesteld. Op de dag van de opening werden de machines, waaronder de Fograveur en Gismo, op verrijdbare onderstellen door bevriende kunstenaars, verzamelaars en een museumdirecteur naar de galerie vervoerd. De ludieke optocht liep uit op een happening, want een groot deel van de machines was interactief. Zo is de Cyclograveur te berijden met behulp van pedalen, die een ijzeren pin in beweging brengen die cirkels op een metalen plaat krast. Dit onder begeleiding van het kabaal van een slagwerkinstrument achterop de machine. De optocht trok zoveel publiek dat de politie zich genoodzaakt zag Tinguely te arresteren. Zijn vrienden zorgden ervoor dat de sculpturen hun bestemming toch nog bereikten. Cyclograveur en Gismo, een soort dinosaurusskelet op wielen, zijn op de tentoonstelling te zien. Beide zijn dramatisch uitgelicht waardoor hun schaduw op de wand onderdeel van het werk is geworden. Daardoor is het ludieke en happeningachtige karakter, zo kenmerkend voor Tinguely, bij de esthetische opstelling in het museum wat verloren geraakt. Dankzij de film wordt voelbaar wat een bezielend effect er uitgaat van Tinguely’s performatieve machines. In de zaal met zwart geverfde sculpturen komt het spektakel enigszins tot rust. Dankzij hun uniforme kleur en hun langzamere en meer harmonische beweging zijn deze werken niet langer machine maar kinetische sculpturen. Niet voor niets wachten bezoekers geduldig tot Requiem pour une feuille morte, een enorm, traag bewegend reliëf, in beweging komt. Hun geduld wordt beloond als de ronddraaiende wielen een klein roze blaadje rechts onder snel rond haar as laten bewegen.

Mengele-Totentanz

In de laatste zaal heeft het spel plaatsgemaakt voor drama. In een halfdonkere ruimte voeren veertien performatieve machines samen een dodendans op, niet zomaar een dodendans maar Tinguely’s Mengele-Totentanz. De dramatische uitlichting van dit ensemble zorgt ervoor dat je als kijker meteen in de gepaste stemming komt. Midden jaren tachtig onderging Tinguely een zware hartoperatie, hij lag twee weken in coma. Hij werd geconfronteerd met de eindigheid van zijn bestaan. Maar de directe aanleiding voor het macabere ensemble was een brand op een naburige boerderij. Het huis brandde af, kalveren kwamen om, dagenlang hing er een enorme stank van kadavers. Tinguely, die herstellende was van zijn operatie, omschreef de ramp als hels. Hij associeerde het uitgebrande boerenerf met concentratiekampen. Toch wilde hij de ravage van gecarboniseerde dakbalken, botten, landbouwmachines ‘redden’ van een roestige dood. Hij stelde de boer – die wat financiële steun wel kon gebruiken – voor alles op te kopen en te gebruiken als materiaal voor een altaar. Bij het inladen van zijn unieke materiaal zag hij op een maismachine ‘Mengele’ staan. De familie van de beruchte naziarts bleek de fabrikant van dergelijke landbouwmachines. Na de oorlog hielpen ze hem om onder een nieuwe identiteit voort te leven. Zo inspireerden zijn eigen ‘op-sterven-na-dood’ ervaring en zijn associaties met de verschrikkingen van het concentratiekamp, Tinguely tot het maken van deze dodendans. Daarmee trad hij bovendien in de voetsporen van landgenoten als Conrad Witz, Hans Holbein, en Arnold Böcklin. In de traditionele dodendans komt de Dood, als skelet, uit het land der levenden een partner ophalen om die dansend naar de dood te begeleiden. Zonder onderscheid des persoons. Of je nu paus, keizer, of een dief bent, aan de D/dood ontkom je niet. Het midden van het ensemble wordt ingenomen door het hoogaltaar Mengele, dat wordt geflankeerd door vier misdienaars: Die Gemütlichkeit, Der Fernseher, Der Schnapsflasche en Der Bischof. Mengele is een spookachtig gevleugeld wezen. Zijn kop is een nijlpaardschedel met slagtanden, die de kijker knikkend uitdaagt zijn schaduwenrijk te betreden. Tussen de enorme voorpoten met stekelige weerhaken bevindt zich een vulva-achtige opening die van deze demon een duivelse verleider maken. Andere ‘dansers’ zijn links de Rammbock, die vergezeld gaat van Rammbocks Fee. Zoals de titel aangeeft is Rammbock gebaseerd op het principe van een middeleeuwse stormram. Zodra de lange zwartgeblakerde dakbalk heen en weer beweegt, begint de schedel van een koe te knikken onder het gelui van koebellen. Rammbocks Fee is gehuld in vogelveren en draagt een koebel. Helemaal rechts staat het hoge Transmission de la mort, een transportband voor strobalen, die schedels omhoog en omlaag transporteert. Die Sonne is het wiel van een aardappelrooier die rondom is voorzien van zonnestralen afkomstig van een hark. Die Mutter staat op vier poten. Aan haar pantserachtige romp bewegen drie drinkbakken, die afkomstig zijn uit een drinkplaats voor vee, op en neer. Zonder alle dansers precies te kunnen duiden ben je als kijker geboeid door hun onderlinge samenspel. Door het onheilspellende gepiep en geknars en de meedansende schaduwen op de wand ervaar je dit schone schouwspel als huiveringwekkend.

Feest

In de titel noemde ik Tinguely’s Machinespektakel een feest voor oud en jong. Dankzij vernuftige knoppen op de vloer is het merendeel van de machines in beweging te zetten. Verder kun je erop aflezen hoeveel minuten je moet wachten tot het optreden begint. Dat neemt niet weg dat veel bezoekers, zodra ze uit een volgende zaal een veelbelovend kabaal horen, daar in grote getalen naar toe rennen om de ‘one-man show’ van een andere performatieve machine te zien. Dat zorgt voor een prettige gekte die bij Tinguely hoort. Die komt pas tot bedaren in de zaal met de dodendans.

Jean Tinguely – Machinespektakel, Stedelijk Museum Amsterdam, 1 oktober 2016 t/m 5 maart 2017, www.stedelijk.nl

Comments