Joan Miró

De vrouwen en vogels van Joan Miró

De derde beeldententoonstelling in de groene buitenzaal van het Rijksmuseum in Amsterdam combineert drie primeurs. Het is de eerste beeldententoonstelling van Joan Miró in Nederland, het ruim vier meter hoge Oiseau lunaire wordt voor het eerst getoond aan het publiek, en met de voltooiing van de renovatie van de tuin rond de Anton Philipszaal is de groene buitenzaal deze zomer voor het eerst in z’n geheel open.

Door Sya van ‘t Vlie 

Op 19 juli ging ik naar de perspreview. Curator Alfred Pacquement, de voormalige directeur van het Centre Pompidou in Parijs, leidde ons rond. Miró’s kleinzoon Joan Punyet Miró hield ‘s middags een bevlogen – ‘gelikt’ klinkt zo onaardig – presentatie. Joan Miró is vooral bekend om zijn surrealistische ‘droomschilderijen’. Daartoe behoort ook de serie Intérieurs hollandais. De drie schilderijen zijn gebaseerd op De dansles en Het toilet van Jan Steen en De luitspeler van Hendrick Sorgh. Miró had ze in 1928 gezien tijdens bezoeken aan het Mauritshuis en het Rijksmuseum. Hij had er zelfs ansichtkaarten van meegenomen. In De dansles leren kinderen een kat dansen. Niet zozeer de kat is de hoofdpersoon, maar de hilariteit die de les veroorzaakt. Die heeft Miró willen vangen in zijn wervelende interpretatie.

Dat Miró ook beeldhouwer was, is minder bekend. Wat hem op latere leeftijd op het spoor van de beeldhouwkunst zette was de manier waarop zijn docent Francesc Gali hem gevoel voor vorm had bijgebracht. Geblinddoekt moest hij vormen betasten om ze daarna uit het hoofd na te tekenen. Midden jaren ’30 begint Miró met het maken van collages die hij constructies noemt. Ze zijn veelal geometrisch en opgebouwd uit planken. Al gauw volgen kleine sculptuurtjes, waar Punyet Miró er een aantal liet zien. De assemblages van gevonden voorwerpen zijn aan te merken als surrealistisch object. Met deze keuze voor alledaagse voorwerpen keert Miró zich af van de traditionele ‘edele’ materialen van de beeldhouwkunst. In de oorlog begint hij zich toe te leggen op keramiek. Deze belangstelling voor het modelleren bracht hem ertoe om toch sculpturen te maken in brons. Al deze fascinerende eerste kleine werken keren later op groot formaat terug. Sensuele vrouwfiguren en mythische vogels zijn steeds terugkerende thema’s. In de vertaling naar groot formaat hebben ze naar mijn mening iets van hun magie verloren. 


Beschilderde en zwart gepatineerde bronzen

Het sculpturale oeuvre van Miró bestaat uit twee groepen: de beschilderde en de zwart gepatineerde bronzen. De eerste groep borduurt voort op de kleine assemblages. Ze zijn opgebouwd uit herkenbare voorwerpen die Miró heeft gegoten in brons en daarna beschilderd in vrolijke kleuren. Meestal stellen de stapelingen een menselijke figuur voor. De zwart gepatineerde bronzen zijn volumineuzer en bezitten ronde sensuele vormen. Ook in deze groep blijft de assembleur vaak zichtbaar.

Tot de beschilderde bronzen behoren Jeune fille s’évadant en La Caresse d’un oiseau. Het vluchtende meisje valt op door haar sexy rode benen, maar is bijzonder omdat ze twee gezichten heeft, waarvan het onderste blauwe functioneert als tors, met borsten, navel en genitaliën. Waarvoor is dit uitdagende meisje eigenlijk op de vlucht? Op haar gele bovenste hoofd draagt ze een rode kraan. William Jeffrett suggereert in de catalogus dat het openzetten daarvan haar zal prikkelen om ook haar benen te openen. La Caresse d’un oiseau is samengesteld uit een strijkplank, het schild van een zeeschildpad, de wc-bril van een poepdoos, de strohoed van een ezel, en een steen waarop een maantje van keramiek rust. Het rode schild verbeeldt het openstaande vrouwelijke geslachtsorgaan.

Het merendeel van de beelden behoort tot de zwart gepatineerde bronzen. Oiseau solaire en Oiseau lunaire zijn meer dan vogels, beide zijn multi-interpretabele mythische dieren, die tegelijkertijd agressief en sensueel ogen. Een leuke vondst is de Femme van wie de vorm bestaat uit een parfumfles met verstuiver. Ook hier is een enorm geslachtsorgaan aangegeven. Voor Miró stond dat voor de bron van het leven, daar, waar we allemaal zijn ontstaan, zoals duidelijk blijkt uit Maternité.

Femme-monument en Personnage zijn assemblages, de eerste van een ei dat balanceert op een stuk zeep waarin een gat in de vorm van een ei is gesleten, de tweede van een amandel en een steen. Constellation is meer een ruimtelijke collage dan een assemblage. De drie verticale sculpturen Femme, Statue en Figure doen het fantastisch in de tuin van de Anton Philipszaal met z’n verrassende collectie architectuurfragmenten. Overigens, voor de hele expositie geldt dat Pacquement voor elke sculptuur die plek heeft gekozen waar deze optimaal tot zijn recht komt. De gekleurde bronzen in het groen, de zwart gepatineerde bronzen tegen de baksteen van het museum, en een uitgekiende verdeling van hoge en lage beelden over de tuin.

 

Joan Miró, Rijksmuseum, Amsterdam, 19 juni t/m 11 oktober 2015, www.rijksmuseum.nl

 

 

 

 

 

 

    

 

   

 

 

        

 

 

 

 

Comments