John Körmeling in Apeldoorn

Een meter Körmeling tussen torens en sprengen

Om de twee jaar wordt de Wilhelminaring uitgereikt, een oeuvreprijs voor Nederlandse beeldhouwers. Naast een speciaal ontworpen sieraad krijgt de winnaar de opdracht voor een driedimensionaal werk in de openbare ruimte van Apeldoorn. Zo wordt met enige regelmaat de Nederlandse beeldhouwkunst in het zonnetje gezet, maar ontstaat er op termijn ook een interessante verzameling buitenbeelden. John Körmeling, winnaar van de ring in 2009, kan rustig één van de meest spraakmakende en ongrijpbare kunstenaars van Nederland worden genoemd, die er bijna een gewoonte van heeft gemaakt om controverses op te roepen en verkeerde (of goede) benen te lichten. Opgeleid als architect, een bij uitstek dienstbaar beroep, zou je veronderstellen dat hij opdrachtgevers zodanig ter wille is dat zij precies krijgen wat zij verwachten en liefst nog iets beters. Het aardige van Körmeling is echter  dat hij juist brengt wat niet wordt verwacht, al is door zijn indrukwekkende staat van dienst deze onvoorspelbaarheid inmiddels misschien wel het enige voorspelbare geworden. In een kunstwereld die vaak aan elkaar hangt van pretenties, schone schijn en quasi-intellectueel geneuzel, is Körmeling een ontnuchterende factor, die met een aanstekelijk enthousiasme de ene façade doorprikt en de andere weer opbouwt, maar dan op zijn manier. Zijn originaliteit en gekte zouden echter nooit zo succesvol zijn als het niet gesteund werd door goede ideeën en een overdonderende overtuigingskracht. Hoe krijg je het anders voor elkaar om een ronddraaiende eengezinswoning op een rotonde te laten plaatsen, of Nederland op een Wereldtentoonstelling te presenteren als een soort pretparkattractie. En hoe ongrijpbaar het oeuvre van Körmeling ook is, er is een aantal constanten, zoals een uitgesproken concept, relativeringsvermogen (humor) en een desinteresse voor lege esthetiek. Zijn werk is daarom niet bij voorbaat mooi of oogstrelend, appelleert nooit bewust aan de goede smaak, maar krijgt wel de lachers op de hand, zet aan tot denken of doet op zijn minst de wenkbrauwen fronsen. Het laat in ieder geval zelden onverschillig.

Door Geraart Westerink

Het beeld

The Origin of 1 Metre/De herkomst van de meter, het beeld dat hij maakte Voor Apeldoorn, heeft ook een duidelijk concept als uitgangspunt. Omdat ik bij elke zweem van wiskunde een waas voor de ogen krijg, citeer ik hierbij veiligheidshalve een deel van het persbericht: “Als de omtrek van een cirkel gelijk is aan 6 x de Koninklijke el dan is de diameter van die cirkel 1 meter. De Koninklijke el = 52,36 cm en is de maateenheid van de piramide van Cheops. De omtrek van een cirkel is π x de diameter. Pi = 3,141592 ……. Dus als de omtrek van een cirkel 6 x 52,36 cm = 314,16 cm, dan is de middellijn 314,16 : π = 100,00023 cm = 1,0000023 meter = 1 meter. Dit is op de tweeduizendste millimeter nauwkeurig.” Als u inmiddels nog niet voor de Senseo staat, een kruiswoordpuzzel hebt gepakt, of met de hond de regen in bent gerend, dan voeg ik u nog graag toe dat Körmeling vermoedt dat de Franse wetenschappers tijdens de expeditie van Napoleon in Egypte zo’n cirkel hebben gezien en dat die de oplossing bood voor hun zoektocht naar een politiek correcte, nieuwe, universele maateenheid, de meter.  

Woorden

Wat voor beeld heeft deze mathematische excursie van de kunstenaar opgeleverd? Op een grasveldje ‘ligt’ een metalen staaf, daarop bevindt zich weer een staaf, met de lengte van een meter, en daarboven is een cirkel geplaatst. Op de onderste staaf staat in goudgele, schreefloze letters die in het oppervlak zijn gefreesd, de tekst: ‘If the circumference of a circle equals 6 x the royal cubit that circle is 1 mile in diameter’. Op de staaf van een meter staat in dezelfde letters: ‘The unit of measure of the cheops pyramid = 52,36 cm’. ‘The universal unit of measurement’. En de cirkel bevat de tekst: ’52,36 cm’, terwijl op twee plekken twee driehoekjes een grens markeren. Dat zijn veel woorden om een beeld uit te leggen, dat overigens bijzonder zorgvuldig is uitgevoerd en er daardoor nog serieuzer uitziet, alsof de meest verstofte vertegenwoordiger van de minimal art eindelijk weer eens een kunstje mocht doen. Ik twijfel niet aan de mathematische correctheid, maar zoek tevergeefs de dubbele bodem en de broodnodige ironie, die het beeld kunnen doen sprankelen, maar vind ze niet. Voor mij is het net zo ontoegankelijk als de pyramide van Cheops en heeft het visueel (te) weinig te bieden. Of verwijst Körmeling met zijn hermetische ‘cirkelredenering’ expliciet naar de door hem gewonnen Wilhelminaring, die weliswaar veel kleiner van formaat is, maar dezelfde basisvorm heeft? 

Sprengenpark

Het beeld ligt in het fraaie, afwisselende L-vormige Sprengenpark, een gemeentelijk monument, dat tussen 1951 en 1955 zijn huidige vorm kreeg. Door het park lopen enkele natuurlijke stroompjes die inmiddels gekanaliseerd zijn. Het is rijk aan reliëf. Met enige verbeeldingskracht kun je een voorstelling maken van het ruige Veluwse landschap dat hier ooit lag, voordat Apeldoorn één van de grootste dorpen van Nederland werd. Na de oorlog kwam aan één zijde van het park een zogenaamde wederopbouwwijk te liggen, met de eerste flats van Apeldoorn, die in architectonisch opzicht heel interessant zijn. Er vlakbij staat een aantal scholen uit die tijd. De wijk grenst aan oudere dorpsbebouwing. Aan de overkant vestigde zich de Belastingdienst. Het werk van Körmeling is iets verwijderd van de andere beelden die vanaf de eerste uitreiking van de Wilhelminaring in 1998  tot stand zijn gekomen. Daaronder bevindt zich werk van vroegere winnaars als Jan van Munster, Joop Beljon, Carel Visser, Joep van Lieshout en Maria Roosen. Ze zijn bijna zonder uitzondering van hoge kwaliteit, afwisselend en representatief voor hun oeuvre en maken duidelijk dat hier een prachtige beeldentuin in opkomst is. De grootste verrassing is echter dat in de nabijheid nog meer bijzondere beeldhouwkunst is te zien.

Leuker kunnen we het niet maken

Aan de overkant van de weg ligt het terrein van de belastingdienst. Diverse reusachtige gebouwen, sommige nog splinternieuw en met een imposante uitstraling, die niet de indruk geven dat de zo noodzakelijk geachte besparingen hier al hebben toegeslagen. Gelukkig maar, want zo heeft de dienst vanaf 1967 geleidelijk een fraaie beeldencollectie kunnen opbouwen. Lange tijd was het terrein afgesloten, waardoor alleen medewerkers de kunst tot zich konden nemen. Na de laatste grote nieuwbouwfase heeft het een fascinerende transformatie ondergaan tot openbaar park. De parkeervlakten die voorheen het beeld bepaalden zijn weggewerkt. Een deel van die ‘ondergrondse wereld’ wordt bedekt onder een prachtig aangelegde langwerpige tuin. Al is ‘tuin’ wel een wat bescheiden benaming voor het forse stuk grond. Het bestaat min of meer uit drie delen. De eerste en de laatste hebben een bosachtig karakter, waarin hier en daar een monumentaal beeld staat. Gevaarlijk glibberige houten vlonders - een indirect middel voor ambtenarenreductie? - leiden onder meer langs werk van Frank Letterie en Shlomo Korèn. Het langwerpige middelste en grootste deel heeft lagere begroeiing, met veel heide en lijkt daardoor leger. Smalle paden slingeren er schijnbaar doelloos doorheen. Ze verbinden echter een aantal door heggen besloten compartimenten, waarin kleinere beelden zijn geplaatst. In die beschutte ruimtes zijn ook bankjes neergezet. Op de grijze grauwe zaterdag dat ik er rondliep viel er geen hond te bekennen, maar op een doordeweekse werkdag, waarop honderden personen tegelijkertijd zullen pauzeren, vormen ze een ideale, besloten pauzeplek. Er zijn goede en kenmerkende beelden van Wessel Couzijn, Arthur Spronken, Eugène van Lamsweerde, Eja Siepman van den Berg, Rein Draijer en Jean Houben gekocht. Ze sluiten bijna naadloos aan op de collectie beelden van de Wilhelminaring.

Kameleonkunst

Een bijzonder opvallend, verbindend element tussen de tuin en de gebouwen zijn de enorme roestvrijstalen kokers die Rob Birza heeft geplaatst in de waterpartijen die het dak van de ondergrondse ruimtes bedekken. Het zijn meer dan tien mastaba-achtige bouwsels, of afgeknotte piramides, waarop zich reliëfs van draakachtige krokodillen bevinden. De grootste zijn getooid met maskerachtige koppen. De combinatie van het glimmende roestvrij staal en het water is bijzonder geslaagd te noemen. De enige kritische opmerking die je zou kunnen maken is dat dit werk en ook de andere beelden qua kleur en textuur te veel opgaan in hun omgeving en zich bijna letterlijk spiegelen aan de omliggende gebouwen en hun materialen. Wat meer (kleur)contrast zou welkom zijn. Als bonus zijn in de nabije omgeving van de belastingtuinen en het Sprengenpark ook diverse beelden van de gemeente Apeldoorn te zien, niet alleen in de beslotenheid van omliggende schoolpleinen, ook open en bloot langs straten en op pleinen. De veelzijdigheid van de naoorlogse Nederlandse beeldhouwkunst wordt extra geaccentueerd door twee kunstwerken die de lange tijd zo verfoeide monumentale ‘wederopbouwkunst’ representeren: een kenmerkend gevelmozaïek van Gaby Bovelander aan de voormalige kweekschool voor kleuterleidsters en een baksteenreliëf aan de gevel van de voormalige Christelijke Huishoudschool, dat wordt toegeschreven aan Frans Vollmer.  Bij elkaar geven al deze sculpturen een mooie indruk van de naoorlogse Nederlandse beeldhouwkunst. En al kun je in de schaduw van de Belastingdienst beter niet al te veel met je rijkdom te koop lopen, Apeldoorn mag trots zijn op dit indrukwekkende ensemble en doet dat inmiddels gelukkig ook door de uitgave van een heldere en informatieve folder, waardoor het gebied wordt ontsloten.

www.wilhelminaring.nl

Comments