Joost Claassen

De vele windrichtingen van Johan Claassen

Een simpele, alledaagse gebeurtenis kan bij Johan Claassen al een aanleiding zijn voor een kunstwerk. Maar ook een film, een droom of een gevonden voorwerp kan leiden tot allerlei oorspronkelijke gedachten of een tekening en uiteindelijk tot een beeld. Wonderlijke, complexe beelden maakt hij, vaak samengesteld uit diverse materialen. Ze blijken voornamelijk gebaseerd op Claassen’s sterk ontwikkelde associatieve vermogen en zijn fijngevoelige intuïtie. Een gesprek met een man die al meer dan veertig jaar kunstenaar is, maar die nog niets van zijn creativiteit en speelsheid verloren heeft.

Door Etienne Boileau

Windtekeningen en omzwachtelde werktuigen

‘Aeolos’ was voor de Oude Grieken de God van de wind, maar is ook de titel van een door jou zelf samengesteld boek dat vorig jaar verscheen. Vanwaar die titel?
“In mijn werk waait het nogal veel. Wind intrigeert me, bepaalt mijn stemming. Zo denk ik bij het woord wind aan de Watersnoodramp van 1953 of aan de Griekse mythologie. Of aan een zin uit de Odyssee: ‘wachten op gunstige wind’. En dan zijn er natuurlijk ook mijn windtekeningen, gemaakt door windvangers in het open veld. Ze zijn ontstaan in 1975. In dat jaar nam ik deel aan een tentoonstelling die ging over de vier elementen. Dat bracht me op het idee om wind visueel te maken; ik hoefde eigenlijk maar een draadje aan een tak te hangen en aan dat draadje een stiftje, en daaronder een vel papier en dan zou de wind zichzelf tekenen. Later ontwikkelde ik de A
eolograaf; een deftige stalen constructie met in het midden een draad en een bolvormige windvanger met een schrijfstift. Het ging mij daarbij vooral om het poëtisch-visuele aspect en niet zozeer om natuurkundige wetmatigheden. Eigenlijk past dit werk heel aardig bij het Nouveau Realisme en Sporensicherung, stromingen uit de zeventiger jaren. Dat zijn ook zo’n beetje mijn wortels, na Paul Klee en Cobra.”
Maar maakte je in die tijd niet ook heel zware beelden, vaak landbouwwerktuigen die je omzwachtelde?
“Dat deed ik daarvoor eigenlijk al. Dat omzwachtelen moet je zien als het onklaar maken. Dat deed ik dan met een zeis of wildklem. Ambivalente beelden, want door hun functie te ontregelen, benadruk je die juist. Titels als Unusable tool gebruikte ik ervoor. Die werken lagen meer in de sfeer van het werk van Joseph Beuys, al heeft dat inpakken ook wel wat met het Nouveau Realisme van Christo te maken. Ze zijn ook wel eens door iemand als gruwelwerktuigen omschreven, maar voor mijn gevoel valt dat wel mee. In die vroege werken ging het vooral om bewerkte werktuigen uit de landbouw. Wel denk ik dat er ook angst in die vroege beelden zat.”

Lees meer in Beelden 1#2010. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.
Comments