Joost van den Toorn

Joost van den Toorn tussen de outsiders

In het Kröller-Müller Museum zoekt Joost van den Toorn een sparringpartner in de outsiderkunst. Deels vanuit zijn bewondering voor een kunst, die ontstaat vanuit een innerlijke noodzaak en niet bepaald wordt door het streven naar een gelikt eindresultaat. Deels om zichzelf een context voor het eigen werk te verschaffen. Maar welke prijs wordt hiervoor betaald?

Door Antonie den Ridder

Laat ik starten met de bekentenis Joost van den Toorn (1954) altijd al een vreemde vogel te hebben gevonden. Prettig vreemd en anders dan de anderen. Oog in oog met zijn beelden overvalt me vaak een kramp, die te vergelijken valt met het op voelen komen van een oncontroleerbare giechelbui bij een ernstige gelegenheid. Zo ook in het Kröller-Müller Museum, wanneer ik het bronzen beeld De Vogel passeer. Het conusvormige lichaam, plat op de kont zittend met komisch gespreide poten, roept zowel vertedering als ontreddering bij de toeschouwer op. Het komt op de huid en roept tegelijkertijd distantie op. Absurdisme mengt zich met de oprechte wil om uitspraken te doen over de belangrijke zaken in het leven. Gott, Mensch, Liebe, Tier, Tod vormen de bouwstenen van een systeem, waarmee Van Toorn de werkelijkheid tracht te verklaren. Humor in de beeldtaal maskeert in voorkomende gevallen de leemtes in dit mentale raamwerk. Aan de ene kant van de gang staan de bronzen en keramische beelden van Van Toorn maar de andere kant is volgestouwd met tekeningen en schilderijtjes als in een 19e eeuwse museumopstelling. De verzameling outsiderkunst, die Van Toorn in de loop der jaren bijeengebracht heeft.


Lees meer in Beelden 2#2010. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

Comments