Kunst en geld: Rob Voerman

Hoe te leven van de kunst? De subsidiekraan voor kunstenaars is dichtgedraaid. Rob Voerman is boos.

Rob Voerman is een van de initiatiefnemers van de actie Schuilen in het Rijks in februari jl. 600 kunstenaars zochten hun toevlucht in het Rijksmuseum. In juni was hij betrokken bij Boijmans Bezet. Hij is plaatselijk betrokken bij De Slag om Arnhem. Het heeft niet mogen baten. Stap voor stap is de subsidiekraan dichtgedraaid. Van de 130 miljoen gulden die in 1983 in de BKR zat, is nog maar 5 miljoen over in het gefuseerde Mondriaanfonds. Daar komt de Btw-verhoging naar 19% nog bovenop. Kunst maken wordt zo onmogelijk. Voerman pleit voor harde actie. Of zal hij emigreren?

Door Anne Berk

Kunst maken zit Rob Voerman in het bloed. Als zestienjarige begon hij met het schilderen van koeien, in het voetspoor van zijn overgrootvader, de bekende IJsselschilder Jan Voerman. Hij studeerde korte tijd landschapsarchitectuur en grafische vormgeving. Daarna volgde hij een opleiding in Kampen, richting sculptuur. Voerman is gefascineerd door construeren, bouwen en het gebruik van de openbare ruimte. Zijn bouwsels en installaties van afvalmaterialen laveren tussen afbraak en opbouw. Zij zijn een ode aan het improvisatietalent van de mens, maar er spreekt ook onbehagen uit. Soms lijken zijn onderkomens te exploderen. Zijn de rondvliegende brokstukken de voorbode van een naderende ramp? Voerman is een postmoderne kunstenaar die het geloof in de maakbaarheid van de wereld heeft verloren. “De voorspoed is niet vanzelfsprekend. Het kwartje kan ook de andere kant op vallen.” De problemen stapelen zich op.  Voerman verbeeldt onze angst voor het naderende onheil. Met zijn dystopieëen legt hij de tijdgeest bloot. En dat bracht hem internationaal succes. 

“Ik heb geëxposeerd in het Cobramuseum, de Generali Foundation in Wenen, in musea in Los Angeles, New York, Berlijn en andere steden. In 2006 verkocht ik deze zeefdruk samen met twee andere werken aan het MOMA in New York. Daar ben ik trots op! In mijn grafisch werk (linoleumdrukken, zeefdrukken, etsen of combinaties daarvan) veranderen lijnen in constructies. Fysiek groeien de bouwsels uit tot steeds grotere architectonische installaties, maar dat kun je niet aan particulieren verkopen. Ik heb recentelijk wel kunst in de openbare ruimte gemaakt maar het aantal opdrachten neemt schrikbarend af. Daar zit weinig toekomst in. Van musea heb je weinig te verwachten. Er gaat veel geld naar musea. Zij maken goede sier met dit soort spectaculaire installaties, maar als maker moet je hard onderhandelen over hang- en stageld en dan nog wordt je afgescheept met een fooi. De suppoost verdient meer dan de kunstenaar. Zonder subsidies had ik mijn werk niet kunnen maken. Tien jaar lang kon ik mij ontwikkelen dankzij subsidies, en nu pas kan ik er van leven.  Zo’n lange periode is geen uitzondering. Je moet kunstenaars de kans geven om een carrière op te bouwen, maar het werken wordt ons nu onmogelijk gemaakt. Terwijl andere sectoren 8% moesten bezuinigen, zijn kunstenaars met 50% gekort! Maar als je niet kan terugvallen op een basisbeurs, beland je meteen diep in de schulden als het even wat minder gaat. Dat zie ik om me heen gebeuren, en dat zal snel verergeren."

Wilt u het hele artikel lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan. 


Comments