Kunst in commissie

Kunst in commissie, een kwestie van draagvlak?

Over smaak valt niet te twisten, zo luidt het gezegde. Maar over kwaliteit, relevantie en waarde wordt menig woord gesproken in kunstcommissies en door adviseurs. In de vorige jaargang van dit tijdschrift is ingegaan op de werkwijze en de uitgangspunten van kunstcommissies en adviseurs in respectievelijk Veenendaal, Alkmaar, Schijndel en Rotterdam. In een afrondend artikel volgt nu de evaluatie met conclusies onder voorbehoud want de Rotterdamse appel laat zich maar moeizaam vergelijken met de Veenendaalse peer.

Door Antonie den Ridder

Bij de start van de artikelenreeks werd al verwezen naar het persoonlijke belang en de mogelijke motivaties van de mensen die zitting nemen in een adviesorgaan zoals een kunstcommissie. De commissieleden en adviseurs waren er zelf tamelijk duidelijk over. De mogelijkheid om beleid vorm te geven op een gebied dat bij uitstek het brandpunt van de eigen passie en expertise raakt, is uiterst aantrekkelijk. Voor menig commissielid betekent het adviseurs- en begeleidingswerk een vergroting van de actieradius, waar het gaat om het uitdragen van een visie aangaande de beeldende kunst. Bovendien levert de activiteit een additionele bron van inkomsten op. Dus is het niet verwonderlijk dat veel kunstenaars zich afgunstig afvragen waarom ze niet in aanmerking zouden komen voor een dergelijke functie. De kunstenaar die dit publiekelijk doet, zoals laatst in het kader van een symposium over kunst in de openbare ruimte, kan echter rekenen op een smalend antwoord. "Als je het niet weet, ben je hoe dan ook niet gekwalificeerd". Een dergelijke reactie roept onvermijdelijk kwaad bloed op. Extra inspanningen om tot een heldere voorlichting te komen omtrent de vereiste competenties van kunstcommissieleden en adviseurs, lijken zowel nuttig als wenselijk te zijn.

Verbijzonderen of openbaar maken

De uitgangspunten van adviseurs op het gebied van de beeldende kunst variëren per gemeente ondanks een min of meer gelijk geformuleerde functieomschrijving van de commissies. De aard en omvang van de gemeente blijken een rol van betekenis te spelen. Wanneer de wethouder in de middelgrote gemeente Veenendaal spreekt over het verbijzonderen van de leefomgeving in een bepaalde wijk, heeft hij het over een ander fenomeen dan wanneer Siebe Thissen over de Rotterdamse situatie spreekt in termen van het openbaar maken van de ruimte. Door een beeld op de hoek van een Veenendaalse straat te plaatsen, maak je die specifieke locatie herkenbaar en zonder meer bijzonder. Maar in Thissens' visie is de kunstingreep op zichzelf een medium ter intensivering van de beleving van het openbare karakter van de locatie. Frits Nolte, deeluitmakend van de Werkgroep Beeldende Kunst in de Openbare Ruimte te Alkmaar, ziet in community-art een goed middel om draagkracht voor kunstuitingen onder de bevolking te scheppen. Jo Santegoeds uit het Brabantse Schijndel merkt laconiek op, dat er in zijn woonplaats geen behoefte is aan deze kunstvorm omdat de bewoners in aanvang al een hechte gemeenschap vormden. In Veenendaal wordt een inhaalslag op cultureel gebied gestreden, mede om het door de  Bijbel bepaalde imago van de stad te relativeren. Terwijl in Rotterdam kunst in de openbare ruimte in een aantal gevallen een strategie vormt om een multiculturele gemeenschap vorm en gestalte te geven. Soms gaat het daarbij om bijkomende effecten, maar ze kleuren het gevoerde beleid.

Lees meer in Beelden 1#2010. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan. 

Comments