Kunst in de openbare ruimte: Croeselaan Utrecht

Beeldende kunst op de Croeselaan, Utrecht


Ontbrekende verbinding

 

Aan de zuidwestzijde van het Centraal Station van Utrecht vindt een ingrijpende stadsvernieuwing plaats: nieuw stadskantoor, hoog oprijzende hotels, bioscopen op het Jaarbeursterrein, alles met naar Utrechtse begrippen veel hoogbouw. De Croeselaan is in dit gebied de centrale verkeersroute. Vorig jaar is deze laan getransformeerd tot een soort allee met een brede middenberm. Op een deel daarvan, ter hoogte van het hoofdkantoor van de Rabobank en het Beatrixgebouw van de Jaarbeurs, zijn in april acht beelden geplaatst waarvan twee beeldengroepen die elk uit drie delen bestaan. Wat is de gedachte achter de keuze van deze beelden en is de uitwerking geslaagd?

 

Door Jaap Röell

 

Utrecht heeft in stadsdeel Oost een majestueuze laan, de Maliebaan. Tussen 1983 en 1994 zijn daar zeventien bronzen beelden geplaatst van vrouwelijke Nederlandse kunstenaars. Ze vormen een eenheid met de omgeving. Dat ligt aan het gemeenschappelijke materiaalgebruik - brons - en dito kleur, de min of meer gelijke maatvoering, de passende schaalverhouding met de stedelijke bebouwing en aan de nadruk op de esthetiek van de beelden. Het Artistiek Team voor Kunst in het Stationsgebied dat in opdracht van de gemeente heeft beoordeeld welke kunstwerken op de locatie Croeselaan zouden worden geplaatst, heeft er voor gekozen om juist de diversiteit qua stijl, materiaal en thematiek tussen de beelden te benadrukken. Tevens moest het gaan om beelden die uit de depots van de gemeente, van het Centraal Museum en van de Rabobank gehaald zouden worden. Daar is veel voor te zeggen, ook vanuit het oogmerk van kostenbesparing - open de depots! - maar plaats ze dan niet als in een soort openluchtdepot zonder enige samenhang bij elkaar. Voor de (geïnteresseerde) passant, die niets weet van deze overwegingen van het Artistiek Team, is er geen touw aan vast te knopen.   

 

Wat staat er?


Beelden en objecten van brons, van gepolijst of roestvrij staal, van steen en ijzer en in contrasterende kleuren. Ze variëren van bijna letterlijke figuratie tot geometrische abstractie. De maatvoering is, naar verhouding tot de omgeving, bescheiden. Er is eigenlijk maar één beeld dat de concurrentie met de hoge en masculien imponerende gebouwen enigszins aan kan: Eenheid in Verscheidenheid van de Zwitserse Utrechter Jeanot Bürgi (1939 - 2011). Dit cirkelvormige beeld staat los op de grond en is opgebouwd uit stenen elementen die tezamen een soort wagenwiel met een diameter van ongeveer drie meter vormen. Tot 2007 stond dit uit 1983 daterende werk voor de entree van het hoofdkantoor van de Rabobank en symboliseerde de losse onderdelen van de toen nog als een coöperatie werkzame bank. Het is ontegenzeggelijk helder in zijn betekenis en oogt, ondanks de massiviteit, kwetsbaar, wat later ook bleek te gelden voor de Rabobank zelf toen ze onder druk van de internationalisering en globalisering haar decentrale organisatiestructuur moest opgeven. 


Van geen van de andere beelden of beeldengroepen is eenduidig te doorgronden wat de betekenis is en waarom ze daar staan. Van beelden in de openbare ruimte mag dat toch verwacht worden. Zo riep de bronzen beeldengroep Living Sculptures van de Duitser Christian Jankowski al onmiddellijk na plaatsing publieke ergernis op omdat één van de beelden uit deze groep een zeer realistische weergave is van Che Guevara. Wat moet Che hier? Op de sokkel van dit beeld staat in het Spaans zijn beroemde uitspraak “Wees realistisch, eis het onmogelijke.” Hier wordt echter het onmogelijke geëist van de passant die niet onmiddellijk begrijpt dat het om een afbeelding van een afbeelding van een afbeelding gaat, namelijk om een in brons gegoten living statue zoals die op populaire plekken in stedelijke centra stil staan te staan, in dit geval op de Ramblas in Barcelona. En dat het dus om kritiek op de alles overheersende, zichzelf steeds herhalende hedendaagse beeldcultuur gaat. Naast de Cubaanse revolutionair zit een in brons gegoten levend-affiche van een Romeinse legionair en ook de ‘ladevrouw’ uit het surrealistische schilderij La Giraffe en Feu (1937) van Salvador Dali maakt deel uit van deze beeldengroep. De ‘ladevrouw’ zal wellicht voor menig Spanjaard tot het collectief geheugen behoren maar dat zal zeker niet voor Nederlanders het geval zijn. 


Vlakbij de Living Sculptures staat een gepolijste stalen bol met een diameter van 150 centimeter waarin je jezelf, de wereld om je heen en vooral de lucht als in een fisheye-objectief ziet. In de bol is een brievenbusgleuf aangebracht waarboven de woorden Cartas Al Cielo zijn gegraveerd. Het doet geen recht aan het werk van Alicia Framis om dit plompverloren in de openbare ruimte te plaatsen zonder dat ook daadwerkelijk de gelegenheid wordt geboden kaarten aan de hemel te schrijven. Dit object hoort op een binnenplaats van een museum thuis waar ook aandacht aan de poëtische functie ervan kan worden besteed. 


Er staat ook een uit geometrische elementen opgetrokken zwartstalen constructie met een grondoppervlak van 5 x 5 meter en circa 3 meter hoog van Liam Gillick met als titel 24/7t.m.Kiosk. Op deze open constructie zijn in dezelfde kleur woorden aangebracht als First Reactions, LiquidityPainTeamwork Prodoctia, Future Keys en Revisionism. Het werk verwijst naar de dolgedraaide economie, het dagelijkse bombardement aan loze woorden en naar impliciete machtsstructuren die ons als in een tredmolen voortstuwen. 

Deze constructie heeft geen relatie met de nabij geplaatste drie meer dan manshoge abstracte bronzen beelden van Paul Kingma (1931 - 2013) uit 1971, De menselijke Ontmoeting, De Reisen Het Bolwerk. Bovendien oogt deze beeldengroep uit de collectie van de gemeente, qua stijl en uitwerking nogal gedateerd. 


Om de verscheidenheid nog groter te maken is er ook een stalen omgevingskunstwerk uit 1983 van Jos Wong Lun Hing (1928 - 2009) op de middenberm geplaatst. De in primaire kleuren geschilderde vier onderdelen van deze slingerende vorm, is als zit- of klimelement voor een Utrechts schoolplein ontworpen. Het moest echter na een aantal jaren naar het depot omdat in de loop van de tijd de veiligheidseisen voor speelobjecten waren aangescherpt. Door dit voorbeeld van omgevingskunst uit de oorspronkelijke context te halen, is het een autonoom kunstwerk geworden zonder dat het die status op deze locatie waarmaakt. 

Het beeld Citizen Perspective van de Spanjaard Sánchez Castillo uit de collectie van de Rabobank, is melancholisch en strijdlustig tegelijkertijd. Hier liggen op een betonnen plaat enkele kapotte resten van een bronzen ruiterstandbeeld, verwijzend naar het beeld van Philips IV (1605 - 1665) te paard voor het Koninklijk Paleis in Madrid. Het beeld van Castillo bestaat uit een paardenhoofd, het hoofd van Philips IV en een deel van zijn onderarm, een paardenhoef en nog wat restanten. Het geheel is met een ketting aan elkaar geklonken alsof de monarch de laatste restjes macht nog bij elkaar tracht te schrapen. Op de Croeselaan kijken we letterlijk neer op de gebroken macht. Dit is een magnifiek beeld dat in een museum thuishoort waar de context veel duidelijker is en niet op een middenberm van een toevallige straat in een provinciestad in Nederland waar Philips IV nooit is geweest. 

 

Natuurlijk is met de iPhone de achtergrondinformatie zo op te halen, maar hoe velen zullen dat doen? Hedendaagse beelden in de openbare ruimte moeten het hebben van de esthetische herkenbaarheid daarvan, zonder dat zij veel meer uitleg behoeven dan de naam van de maker, het materiaal, het jaartal en de eventuele titel. Of dat zij passen in een vorm van gemeenschappelijkheid, zoals langs de Maliebaan het geval is. Op de locatie aan de Croeselaan komt er nog een vervreemdend effect bij: tussen de beelden staan drie sporttoestellen die beogen kantoorpersoneel te verlokken enige lichaamsbeweging te verrichten, wat natuurlijk niemand zomaar in de openbare ruimte doet. Deze toestellen, die er al stonden voordat de beelden aldaar geplaatst werden, verliezen door de nieuw gecreëerde omgeving van kunst, plotsklaps hun utilitaire functie zonder een nieuwe status daarvoor terug te krijgen.  

 

Wisselplek


Er is een plek vrijgehouden voor een jaarlijks wisselend beeld of object van een hedendaagse kunstenaar dat ‘… zich verhoudt tot de geschiedenis van de kunst in de openbare ruimte in Utrecht.’ Het eerste wisselbeeld is van Jessica Stockholder, die deze zomer een grote expositie, Stuff Matters,in het Centraal Museum had. Daarbij combineerde zij werken uit de collectie van het museum met haar eigen constructies van kleurrijk gebruiksmateriaal tot een nieuw geheel. Dat heeft ze ook op de Croeselaan gedaan. Ze zette één van de abstracte werken van Paul Kingma - De menselijke Ontmoeting- vlak naast het Grote Gezadelde Paard van de Duitse beeldhouwer Hans Wimmer (1907 - 1992) dat jarenlang in de patio op zolder van het Centraal Museum heeft gestaan. Het gezadelde paard heeft veel weg van de gebeeldhouwde paarden uit de Chinese Tangdynastie (618 - 908), met één uitzondering: het hoofd heeft een stroomlijn als van een Ferrari. Stockholder heeft deze twee beelden met stalen open ‘matten’ in heldere kleuren en stevige spanbanden aan elkaar verbonden. De opdracht van het zich tot de geschiedenis verhouden, is door haar bijna letterlijk uitgevoerd. Dit is een ingreep die duidelijk maakt dat geen enkel beeld op zichzelf staat, er is altijd wel een verbinding, een ‘assist’ zoals ze dat noemt met de geschiedenis in de beeldende kunst. Dit tijdelijk construct van een beeld, Assist: Rider, toont het tegenovergestelde aan van de permanent geplaatste beelden langs de Croeselaan. Die staan daar zonder ‘assist’ eenzaam te zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments