L.A. Raeven interview

Er valt een hoop te lachen met de zusjes Raeven 

De kunstenaars Liesbeth en Angelique Raeven waren eind november in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem voor een interview en een boekpresentatie. Gespreksleider Daan Appels, in het dagelijks leven de vriend van Liesbeth, pleitte ten overstaande van een megavolle zaal voor een andere benadering. De kunstenaars worden tot nu toe door recensenten voornamelijk neergezet als anorexische tweeling - Joost Zwagerman betitelde hen in een van zijn boeken als  ‘de bottenmeisjes’-  en het accent ligt op het theoretische en maatschappijkritische van hun werk. Appels wil aantonen dat de kunst van L.A. Raeven veel meer humor bevat dan je op het eerste gezicht zou denken en ook veel persoonlijker is en tegelijk algemener. Hij slaagt niet helemaal in zijn opzet. Gelukkig zijn Liesbeth en Angelique Raeven in het echt zelf veel leuker dan hun kunst (doet vermoeden).

Door Judith van Beukering

KLM ergernissen

Wat valt er dus zoal te lachen? In de kunst van L.A. Raeven wordt er volgens Appels zo veel tot in het absurde overdreven dat het weer leuk wordt. Hij geeft als voorbeeld het project
Ideal Individual (1999/2000).  Met krantenadvertenties nodigden Liesbeth en Angelique Raeven vrouwen in verschillende landen uit om mee te doen aan een onderzoek naar “new future styles, change in society, current trends in fashion and advertising.” Wie zich wil opgeven, moet voldoen aan heel andere eisen dan er normaal in een vacaturetekst staan. Zij moeten bijvoorbeeld juist niet kunnen omgaan met stressvolle situaties en moeite hebben met het maken van keuzes. Wat zij in de advertentie niet onthullen dat zij eigenlijk op zoek zijn naar mensen als zij zelf. Daan Appels vindt één van de sollicitatievragen erg grappig. “Waaraan heb je je het meest geërgerd toen je met de KLM vloog?” Angelique stelt echter dat dit toch een zeer serieuze vraag is. Zij hebben namelijk werkelijk een bloedhekel aan de KLM. En met deze vraag willen ze checken of de kandidaten wel echt op hen lijken.

Gered door Joep

Een van de eerste vragen die uit het publiek komt, is of zij het niet erg vinden om ‘meisjes’ genoemd te worden. Liesbeth en Angelique blijken hiervan juist gecharmeerd te zijn. Niet omdat ze bang zijn om oud gevonden te worden, maar omdat ‘meisjes’ goed past bij hoe ze in het leven staan. Namelijk onbevangen en zonder al te veel verantwoordelijkheidsgevoel. De zusjes Raeven doen soms dingen vanuit irritatie of kritiek zonder de consequenties ervan te overzien. Maar wel aanvoelend dat ze “hun vingers zullen branden.” Een mooie anekdote is deze. Op de Miami Art Fair exposeerden ze als jonge, aankomende kunstenaars in een soort trailer park. Dit onderkomen zonder enige voorzieningen stond in schril contrast met de luxe omgeving van de gevestigde kunstenaars. Daar werd feest na feest gegeven, met een overvloed aan drank en hapjes. Deels uit ergernis over deze overdaad en deels omdat zij voor hun eigen opening moesten zorgen, begonnen Liesbeth en Angelique op deze openingen wijn te verzamelen die zij meenamen in een jerrycan. Angelique werd op een gegeven moment echter betrapt. Haar uitleg dat ze slechts meenam wat voor iedereen toch al gratis was, werd niet geaccepteerd en ze werd in de boeien geslagen. Wonder boven wonder wist zij zich te ontworstelen aan twee enorme bodyguards. Op het tumult dat daardoor ontstond, was Joep van Lieshout afgekomen en die nam het voor de zusjes Raeven op. En binnen de kortste keren gingen alle mensen op het feest ook eten in hun zakken steken, wat tamelijk hilarisch was.

Dit avontuur inspireerde de zusjes tot Kelly (2005). Een personage dat alleen maar wil eten en drinken zoals de sterren. Tegelijk kan ze ook geen keuze maken uit het assortiment in de luxe winkels waar deze sterren komen en daarom proeft ze van alle gratis foodsamples. Kelly’s voedselobsessie, waarvoor ze de hele dag onderweg is, brengt haar in een sociaal isolement.

Alleen een zwarte man

In mijn artikel (Beelden 4#2010) schrijf ik dat de kunst van L.A. Raeven vooral lijkt te gaan over ‘het zoeken naar identiteit’. (Veel van hun projecten gaan bijvoorbeeld over hoe het is om een tweeling te zijn en hoe lastig het is om jezelf te zijn in constante vergelijking .) Wat ik mij afvraag, aangezien het zoeken naar identiteit sterk gebonden aan een levensfase, is hoe hun kunst en maatschappijkritiek zich zal ontwikkelen als Liesbeth en Angelique Raeven (1971) ouder worden. Deze middag blijkt dat de zussen zich al verder aan het ontwikkelen zijn en dingen doen die passen bij hun leeftijd. Zo ontstond bij Liesbeth een paar jaar terug een kinderwens. Omdat zij in dit kader wilde weten hoe spermabanken werken, kwam zij er achter dat het voor blanke vrouwen niet mogelijk is om een zwarte donor te krijgen. Wat erg vreemd is aangezien je op elk ander gebied allerlei eisen kunt hebben (over uiterlijk, intelligentie etc.) Dit gegeven leidde tot het project No Whites (2007). Hierin zien we een jonge vrouw in Zuid-Afrika op zoek gaan naar een zwarte man als donor voor haar kind. Hij moet mooi zijn, lang en gespierd. Aan dit omgekeerde racisme zijn de Zuid-Afrikaanse mannen niet gewend. We zien de vrouw thuis op de bank telefoontjes aannemen van mannen die op haar advertentie reageren. Tot haar verbijstering reageren ook witte mannen of kleine mannen, dus ze moet deze stuk voor stuk afwijzen. Men kan zich kennelijk niet voorstellen dat een blanke vrouw uitsluitend een zwarte donor zoekt.

Lucht aan beklemming

In de catalogus L.A. Raeven Analyse/Research Paris dat een overzicht geeft van 10 jaar werk, stellen de zusjes in het voorwoord: “ Taking ourselves as the starting point is the leitmotif of our work.” Bij kunstprojecten als Kelly en No Whites die aan een personage zijn opgehangen is het persoonlijke uitgangspunt niet direct af te lezen. In die zin is dit interview, waarin Angelique en Liesbeth vertellen over hoe ze tot deze kunstprojecten zijn gekomen, onthullend geweest. De opmaat naar ‘No Whites’ laat zien dat hun thematiek behalve persoonlijk ook heel algemeen is. De aanleiding is een kinderwens, die vertaald wordt in een project over (omgekeerd) racisme in Zuid-Afrika.

De theoretische benadering van het werk van L.A. Raeven blijft zeker overeind. Toch heeft de lezing door Daan Appels mijn ogen doen openen voor de absurde elementen in hun kunst. Weliswaar zijn deze niet bewust grappig bedoeld, maar dit laat niet weg dat je om sommige extremiteiten kunt lachen. Dat doen ze zelf ook. Dit vrolijke onderbuikgevoel geeft, aan alle wanhoop en beklemming die er uit hun werken spreekt, wat lucht.

 

 

 

Comments