Vorige nummers‎ > ‎

Aandacht 2


Aandacht 2 vraagt om verstilling en toewijding in het kijken 

De tentoonstelling Aandacht 2 in Utrecht is de opvolger van de tentoonstelling Aandacht die in 2009 in Arti et Amicitiae in Amsterdam werd gehouden. Het thema heeft negen kunstenaars  uitgedaagd hun krachten te bundelen en ‘Aandacht’ onder de aandacht van een breed publiek te brengen. De tentoonstelling strekt zich uit over drie locaties.  

Door Els Vegter 

Aandacht. Een abstract begrip dat dreigt onder te sneeuwen in een tijd  waarin snelheid, efficiency en vluchtigheid de boventoon voeren. Iedere moeder weet dat aandacht belangrijk is. Een kind dat geen aandacht krijgt, oprechte aandacht, voelt zich niet gezien en niet gehoord wat tot allerlei problemen kan leiden. Aandacht in de kunst is belangrijk om een kunstwerk te doorgronden en om iets van de diepere betekenis te kunnen laten binnen komen. Maar hoeveel bezoekers van een museum of tentoonstelling staan nog aandachtig stil bij een beeld, een videowerk of installatie? Er wordt geconsumeerd in hapklare brokken en al gauw is er iets van ‘Oh ja, dat ken ik al’. Aandacht in tijd waardoor je langer dan twee seconden bij een werk stil staat, komt vrij weinig voor. Ik heb het onlangs gezien tijdens een expositie van Michael Raedecker in het Gemeentemuseum in Den Haag. Alle bezoekers bleven lang kijken naar zijn geborduurde kunstwerken, zowel van dicht bij als van veraf. Er was bewondering voor zijn minutieuze manier van werken, respect voor het ambacht. Bewondering. Er was oprecht aandacht. Bij deze negen beeldend kunstenaars is ‘aandacht’ inherent aan hun werk. De groep constateert dat het tijd is voor bezinning en stelt het langzame, stille proces in het werk centraal in deze tentoonstelling. Hoe pakt dat uit?  

Laboratorio ^

Een beetje gehaast kom ik aan op de eerste locatie. Het is een vreemde gewaarwording om hier te zijn omdat Utrecht enkele weken geleden werd opgeschrikt door het bericht van het overlijden van beeldend kunstenaar Theo Sanders, de eigenaar van deze expositieruimte Laboratorio. Truus van den Heuvel en Jacqueline Santing, de organisatoren van deze tentoonstelling staan even kort stil bij zijn overlijden. Theo droeg de expositie een warm hart toe. Van den Heuvel geeft een korte toelichting op het ontstaan van de tentoonstelling. Het thema aandacht heeft alles met kunst te maken zowel in het maakproces van de kunstenaar als in het kijken van de bezoeker. Onderzoek heeft aangetoond dat aandacht in het bedrijfsleven positief inwerkt op het bedrijfsresultaat en aandacht voor elkaar in het gezin draagt bij aan een goede sfeer en harmonieus familieleven. Omdat aandacht zo belangrijk is in het leven maar tegelijkertijd zo wordt ondergewaardeerd hebben deze negen kunstenaars het voortouw genomen om het thema ‘Aandacht’ centraal te stellen in deze expositie op drie locaties.

In Laboratorio struikel ik bijna over de ordners op de grond van Jacqueline Santing. Als ik aandachtiger kijk naar Branding-veld 3, blijkt het een papierkunstwerk wat een golf in de branding voorstelt. Santing heeft het zeer ingenieus gemaakt in bleke en bruine natuurtinten. Wat door zijn subtiliteit ook mijn aandacht trekt is het werk  Zonder titel van Marian Bijlenga. Kwetsbare, bijna transparante lichtgroen-grijze visschubben zijn met onzichtbare draden minutieus met elkaar verbonden tot een rasterwerk dat met spelden aan de muur is bevestigd. De herhaling van het ritme en de schaduwen op de muur geven het werk transparantie en schoonheid. Een meer indringend werk waar je even de tijd voor moet nemen is de video-installatie Sound Orphans van Peter Bogers. Met negen video-schermen tegelijk weet je niet waar je het eerst of het laatst moet kijken. Een kakofonie van beeld en geluid strijdt om mijn aandacht. Ik zie getekende figuren druk gesticulerend. Het lijkt wel gebarentaal van een doventolk. Om het nog ingewikkelder te maken hangen er negen microfoontjes uit de lucht. Onder elk microfoontje zit een geluid horend bij een filmpje. Er is vast erg over nagedacht maar dit werkt niet bij mij, behalve dat het irritatie oproept. Bovendien vermengen de geluiden zich ook nog eens met de cimbaal-klanken van  huismuzikant Pit Hermans. Veel stiller en interessanter vind ik Boger’s filmpje Fingers (1993,op klein formaat) van tien zacht bewegende topjes, dansend in een zwarte achtergrond. Mysterieus, sensueel, langzaam open en dicht bewegend en verassend als je ontdekt dat de topjes nagels hebben en gewoon vingertoppen zijn. Dan is de lol er ook gelijk af en de betovering verbroken. Ik vraag me af hoe dit filmpje eruit zou zien op een groot LCD-scherm. Het loont dus ook de moeite om eerst zelf te kijken en dan pas het kaartje te lezen bij het werk.
Achterin de zaal van Laboratorio staat de installatie Dystopia van Patrick van Vught uitgestald. Het duurt even voordat ik in ‘dystopia’ de tegenhanger van ‘utopia’ herken. Het is een wereld van bouwsels, huisjes, moskeeën en blokken die zijn gemaakt van afgietsels van lege verpakkingen. En opeens herken ik monatoetjes, chloorflessen, tomatenketchupflessen, melkpakken en lege tubes. Van Vught ventileert zo zijn ongemak met onze wegwerpmaatschappij en de snelheid in productie. De lieflijke witte stad blijkt bij nader inzien een dreigbeeld te zijn. De afmetingen van 7,2 x 4,8 meter maken dat je veel tijd nodig hebt om alles afzonderlijk met aandacht te kunnen bekijken. Helaas is die tijd er niet want de volgende locatie wacht op zijn eigen opening. Met straffe hand wordt het publiek uit de ruimte gemanoeuvreerd op weg naar het CBK. 

CBK Utrecht ^

Bij binnenkomst ontmoet ik direct de serene werken in grijstinten van Jacqueline Santing die tegen de muur hangen. Prachtige stoffen objecten met gaten en schaduwen waar het licht doorheen speelt en door de luchtstromen zachtjes deinen. Op deze locatie voert Iris Stelder van het CBK het woord. Ze refereert nog even aan de voorbereidingstijd van een dergelijke omvangrijke tentoonstelling. De negen kunstenaars zijn hier een jaar mee bezig geweest. De openingshandeling is weggelegd voor Jorrit Paaijmans. Met zijn ingenieuze draaiende inktbol-installatie laat hij op de grond een kunstwerk op doek ontstaan. Het publiek verzamelt zich in een kring rond het maagdelijk witte doek totdat Paaijmans een knopje omzet en de blauwe inkt uit een infuus al zwaaiend op het doek laat druipen. Er zitten blijkbaar wat klontjes in het infuus want het duurt even voordat de eerste zwarte inkt zichtbaar is. Een mooi moment van gespannen aandacht.

Ook hier zijn het weer de videofragmenten Without the word van Bogers die nogal schreeuwerig om aandacht vragen. Mensen in vreemde talen spreken je luidruchtig toe, maar je hebt geen flauw idee waarover. De oude televisies staan opgesteld in een houten blok dat middenin de ruimte geplaatst is en daarmee het zicht weghaalt op de tere en transparante werken van Truus van den Heuvel. Het is natuurlijk passen en meten met werk van negen kunstenaars in één ruimte, maar ik zou voor een elegantere opstelling hebben gekozen. Aangekomen bij het werk van Van den Heuvel valt me het arbeidsintensieve van haar werk op. Duizenden en duizenden knoopjes in draden van verschillende diktes van Fins papiergaren. Met 16 draden bij elkaar ontstaat haar beeld Tijd en Ruimte. Van den Heuvel is een laatbloeier en ging op haar 50e naar de kunstacademie. Nu is zij 66 jaar en exposeert met deze bijzondere werken die zij in het scheppingsproces als een vorm van meditatie ervaart. “Twintig jaar geleden zou ik dit niet gekund hebben.”

Teruggekomen in het midden van de ruimte is het spiralenwerk van Paaijmans gegroeid. Zwarte lijnen buigen zich tot mooie rastervormen. Het toeval maakt het schilderij maar Paaijmans draait wel regelmatig het doek. Gefascineerd kijk ik naar een grote zwarte inktvlek. Dat was vast niet de bedoeling maar ik vind die dissonant wel fraai. Anders wordt het wel erg gelikt.

Voorin de ruimte sta ik stil bij de schilderijen, acryl op paneel van Alf Slegers, Muurbeelden. Minimalistisch werk waar je gauw aan voorbij kunt lopen. Als je echter beter kijkt, merk je dat je bedrogen wordt. De dunne rode lijn van een afstand, blijkt als je dichterbij komt een gefreesde naad in het paneel te zijn die zijn schaduw afwerpt. Heel ingenieus ontworpen. De grijstinten zijn rustig voor het oog en alleen de gefreesde lijnen geven ritme en verstilling aan het werk. Ik kan hier lang naar kijken ondanks de eenvoud. Maar de plicht roept: locatie drie wil geopend worden.  

Kunstliefde ^

De laatste locatie is Kunstliefde aan de Nobelstraat waar de meeste mensen naar toe zijn gelokt, vanwege de borrel wellicht. Een hilarisch openingswoord van Gerard Janssen van de Easy Aloha’s zet de toon. Hij geeft het publiek een college over gaten, leegtes en dingen die er niet zijn. Gaten, schaduwen en lege ruimtes zijn niet alleen prikkelend voor Jan des Bouvries maar ook inspiratie voor veel kunstenaars. Zoals het gat in een bagel. Wat is dat? Zijn filosofische vragen prikkelen je fantasie en vormen een mooie opmaat voor deel drie van de tentoonstelling Aandacht waar veel gaten en lege ruimtes te zien zijn.

Waar Slegers in het CBK nog bescheiden aanwezig was, pakt hij hier uit met grote formaten. Ik vind het een beetje te overweldigend en was wel gecharmeerd van het kleinere, meer toegankelijke formaat. Wat in Kunstliefde ook gelijk de aandacht trekt, is de grotachtige sculptuur van André Pielage Styrofoam I. Wauw! Hier houd ik van. Ik herken het landschap, de celstructuren en het aanraakbare van mijn eigen Huidlandschappen. De sculptuur is gemaakt van polystyreen en doet denken aan grote druipsteengrotten met stalactieten en kijkgaten. Pielage: “Ik zoek in mijn beelden naar intense beleving. De ruimte is daarbij uitgangspunt: met zo min mogelijk materiaal creëer ik een zo groot mogelijk volume. De ruimte wordt zodoende vooral gevuld met leegte, tussenruimte.”

Isabel Ferrand valt op met haar papierkunstwerken aan de muur Naperon-Azul die een mandala-achtige uitstraling hebben. Dichterbij gekomen blijken het aan elkaar geplakte papieren Napoleon-soldaatjes. Het doet me denken aan de poëzieplaatjes die je vroeger in je album bij een versje plakte. Het lieflijke beeld wordt teniet gedaan doordat alle mannetjes geweren bij zich dragen. Mooi vind ik de schaduwen op de muur en de open ruimtes tussen de mannetjes die een soort celstructuur vormen. Ferrand laat ook een video zien van een bordurende priesteres uit Salvador de Bahia en een serie foto’s van vrouwen die kanten kleden maken. De toewijding, het geduld en het arbeidsintensieve van dit ambacht komt bijna wereldvreemd over. Het hele proces van het maken is verweven met hun cultuur, met aandacht en toewijding. Het zijn gebruiken die wij alleen nog kennen van onze grootouders. Ferrand was onder de indruk van de onzelfzuchtigheid waarmee de borduursters van Bahia de traditie in ere houden. Ferrand: “De verfijndheid van de steken, draadje bij draadje gemaakt, vertolkt wat in woorden niet te zeggen valt. Het is de manier van doen van een volk dat lijden heeft omgezet in fijngevoeligheid, kracht, kennis, waardigheid, schoonheid, erfgoed en borduursels.”

Textielkunst zien we ook bij Marian Bijlenga in het werk Palimpsest. Haar subtiele en fijne manier van werken met paardenhaar en textiel doet me ook weer denken aan celvormen en sporen. Een werk wat uitnodigt om langer te bekijken en wat een zekere rust uitstraalt.

Boven in de zaal beweegt het werk Diagonaal van Truus van den Heuvel. Vier witte rastervormen in een driedimensionale vierkant hangen in een diagonaal  door de ruimte. Een transparant maar aanwezig, verstild werk waar het licht mooi doorheen valt. Het doet me denken aan het rasterbouwwerk van Pielage in het CBK. Hij haalde daarvoor de plafondroosters uit het zwevende plafond en maakte daar in de ruimte en op de grond opnieuw een transparant werk van. Beide kunstenaars hebben blijkbaar iets met rasters, gaten en structuren. Maar ook met soberheid, leegte en materieloosheid. 

Conclusie ^

Doordat ik deze tentoonstelling bezocht tijdens de opening was ik genoodzaakt om in korte tijd drie locaties te bezichtigen. Dit draagt niet bij aan aandachtig kijken. Je staat dan toch onder een zekere tijdsdruk. Het is voor mij de vraag of een tentoonstelling met een dergelijk thema wel geschikt is om uit te spreiden over drie plekken. Het verhoogt wel de exposure maar het verlaagt de intensiteit en gaat ten koste van verstilling. Soms was er tijdens de opening  teveel ruis of tijdsdruk wat ten koste ging van de beoogde aandacht. Met name de videowerken sloegen bij mij de plank mis. Wat ik erg mooi vond in bijna al het werk was het naderbij komen en verrast worden. Het is kijken, dichterbij komen, nog eens kijken en ontdekken.

Verder viel me (als schilder) de kleurloosheid  van het werk op. In bijna alle werken  was een zekere terughoudendheid in kleurgebruik. Doen (felle) kleuren afbreuk aan het thema aandacht? Of is dit toeval? 

  

Aandacht 2, 13 maart t/m 3 april 2010, groepstentoonstelling op drie locaties in de Utrechtse binnenstad: Laboratorio, CBK en Kunstliefde.

www.stiltekunst.nl/aandacht