Vorige nummers‎ > ‎

Gedenkbeeld voor de liefde

Gedenkbeeld voor de liefde

Op 25 mei werd het gedenkbeeld dat Hanneke de Munck maakte van Osip en Nadezjda Mandelstam onthuld. In Sint Petersburg, waar het een week eerder arriveerde op zijn plek in de tuin van de Faculteit der Letteren van de Staatsuniversiteit. Hoe kwam Hanneke op het idee om een monument voor de Russische dichter en zijn echtgenote te maken? Hoe heeft ze voor elkaar gekregen dat het monument er werkelijk is gekomen?

Door Sya van ’t Vlie

Liefdespaar bij uitstek

Mijn tocht met de Transsiberië Express van afgelopen mei/juni begon in Sint Petersburg, omdat ik als kunsthistoricus die stad met al zijn prachtige musea, gebouwen en monumenten toch niet kon overslaan bij een bezoek aan Rusland.


Daardoor kon ik erbij zijn toen Hanneke de Munck op 18 mei op locatie haar gedenkbeeld uit het verpakkingsmateriaal haalde. Een spannend moment voor haar en de maker van de sokkel, Katchatur Bely, omdat ze sokkel en beeld voor het eerst verenigd zagen. Hanneke maakte kennis met de poëzie van Osip Mandelstam door haar man, graficus Sietse Bakker, die in zijn grafiek veel Russische avant-garde poëzie gebruikt en regelmatig in Rusland exposeert. Werkend aan zijn Armenië cyclus, een serie monumentale grafiek waarin hij beeld combineerde met versregels van Mandelstam, ontwikkelde hij zich tot een echte Mandelstam kenner.
Voor de revolutie was Mandelstam een beroemd dichter. In 1934 werd hij verbannen, eerst naar Tsjerdyn, later naar Voronezj. Veel van zijn poëzie heeft ons bereikt dankzij zijn vrouw Nadezjda. Door zijn gedichten uit haar hoofd te leren zorgde ze ervoor dat ze de Sovjet terreur overleefden. Of zoals Hanneke het heeft verwoord: ‘Osip Mandelstam heeft zich met zijn poëzie en essays gericht op de toekomstige mensen, en Nadezjda heeft zijn werk in haar geheugen bewaard voor de toekomst.’ Mandelstam stierf in 1938 in de Goelag. Na Stalin’s dood zorgde zijn weduwe, door zijn geschriften het land uit te smokkelen, voor publicatie en verspreiding van zijn werk en publiceerde ze haar driedelige memoires.
In het oeuvre van Hanneke nemen liefdesparen een belangrijke plaats in, als autonoom beeld of als fontein. Altijd bleven die paren anoniem. Maar voor dit liefdespaar bij uitstek maakte ze een uitzondering. In haar gedenkbeeld staan Osip en Nadezjda Mandelstam ‘symbool voor liefde, trouw aan het vrije woord en overwinning op de vergetelheid’.

Van idee naar concreet beeld

Eerst hebben Hanneke en Sietse uitgezocht of er in Sint Petersburg, de stad waar Mandelstam opgroeide en studeerde, al een monument voor de dichter was. Dat bleek niet het geval. Dus hebben ze gepolst of daarvoor belangstelling zou zijn. Na gesprekken met een stadsarchitect, het Nederlands Instituut, het Nederlandse Consulaat, museumdirecteuren en mensen van de universiteit leek een bescheiden beeld in de beeldentuin, aangelegd door voormalig stadsbeeldhouwer professor Iwan Uralov, een haalbare optie. Hanneke kon op zoek gaan naar een Russische collega voor de sokkel. Hoewel ze al eerder met Sietse had samengewerkt1, wilde ze de sokkel niet samen met hem maken, omdat ze het gedenkbeeld zag als een Nederlands-Russisch samenwerkingsproject. Haar keuze viel op beeldhouwer/schilder Chatsjatur Bely, die ze ontmoette toen in 2003 in Sint Petersburg Sietse’s Armenië cyclus werd tentoongesteld. Er volgde een bezoek aan Chatsjatur’s atelier. Hanneke was onder de indruk van zijn grote schilderijen met tekstbladen. Bely ging graag op haar verzoek in. 

  
  

Zo kon ze al gauw een schaalmodel maken voor een plek in de beeldentuin van de faculteit tegenover het beeld van dichteres Anna Achmatova, tijdgenoot en vriendin van Mandelstam. Dat schaalmodel werd enthousiast ontvangen. Maar toen Hanneke bij een volgende gelegenheid het gipsen model voorlegde rezen er toch bezwaren. Mandelstam bleek als martelaar van de Sovjet terreur een beladen dichter. Professor Uralov vond dat dit martelaarschap tot uitdrukking moest komen in het monument, terwijl Hanneke met haar gedenkbeeld juist de levenskracht van Mandelstam’s kunstenaarschap wilde benadrukken.

Verder durfde, vanwege wisselende machtsverhoudingen binnen de universiteit, niemand de verantwoordelijkheid te nemen voor het aanwijzen van een definitieve plek. De directeur van het museum voor moderne kunst van de universiteit, Tatiana Yurieva, hakte in 2009 de knoop door. Hanneke’s gedenkbeeld kreeg een mooie open plek op het faculteitsterrein toegewezen. 

‘Holland promotion’
Eindelijk kon Hanneke beginnen met de promotie en financiering van haar gedenkbeeld. Ze riep een comité van aanbeveling in het leven, waarvoor ze behalve Russische ook Nederlandse voorstanders van haar gedenkbeeld uitnodigde. Voor de financiering heeft ze veel partijen benaderd. De faculteit zorgde voor de fundering en de plaatsing. Er waren geen Russische fondsen te vinden voor een bijdrage, wel twee Nederlandse. Het Nederlandse Instituut stelde om niet tolken ter beschikking bij de onderhandelingen en vertalers om over en weer teksten te vertalen. Een gulle oom betaalde twee van de zeven reizen naar Sint Petersburg. Het Nederlandse Consulaat zegde aanvankelijk een substantieel bedrag toe, maar haakte af, omdat Hanneke niet voldeed aan de Haagse richtlijnen. Ze geniet binnen en buiten Nederland onvoldoende bekendheid om Holland echt te kunnen ‘promoten’. Alleen topkunstenaars met prestigieuze kunstprojecten acht de overheid in staat om Nederland te representeren. Wel bood het consulaat na de onthulling een receptie aan in de tuin van het Achmatova Museum.

De grote opkomst van de pers, tientallen journalisten en maar liefst negen tv-stations, bij de onthulling bewijst dat ook een ‘mindere god’ Nederland prima kan vertegenwoordigen. De in Rusland onbekende Hanneke de Munck wist met haar keuze voor Mandelstam en haar invalshoek van een luchtig zwevend liefdespaar de journaals van de hele Russische federatie te halen. Meer dan vijfitg artikelen met foto’s van haar en haar gedenkbeeld verschenen in de grote dagbladen. Hanneke is in haar opzet geslaagd. ‘In het hol van de beer’ heeft ze aandacht gevraagd voor Osip Mandelstam, zijn poëzie en zijn strijd om het woord ‘levend’ te houden.

Versregels

Terug naar de 18e mei toen het gedenkbeeld op locatie arriveerde. Hanneke stelde me voor aan Chatsjatur Bely, de maker van de sokkel. En ze liet me de Nederlandse vertaling lezen van Mandelstam’s gedicht dat Chatsjatur in de sokkel heeft gegraveerd. Ze hebben deze door Sietse gevonden versregels gekozen omdat die zo prachtig passen bij Hanneke’s opzet van zwevend liefdespaar.


Hoe graag zou ik willen vliegen
waar niemand me kon zien,
achter een straal aan
waar ik helemaal niet meer ben.

Maar jij, stráál in de kring.
Er is geen ander geluk.
Leer van een ster
de zin van licht.

Daardoor is het straal,
daardoor is het licht,
omdat gefluister het sterkt,
omdat gestamel het warmt.

Maar ik wil je zeggen
dat ik je fluisterend bestraal,
dat ik fluisterend jou,
kindje, opdraag aan die straal.

O.M., V 1937 (vertaling van Miriam Van hee)

In goed gezelschap

Op het terrein van de letterenfaculteit staan meer beelden. Hanneke en Sietse gaven me een rondleiding.

Naast dierfiguren, een tsaar, abstracte en meer installatieachtige beelden, staat hier ook een drietal andere dichters. De zittende Anna Achmatova (2004) is gemaakt door beeldhouwer Vadim Troyanowski, de staande Alexander Blok (2002) is van de hand van Eugen Rotan, en het monument van Joseph Brodsky (2005) met de intrigerende titel Brodsky terug… is vervaardigd door Konstantin Simun. Brodsky schreef in ‘Tussen iemand en niemand’ over Nadezjda Mandelstam: ‘Want een frèle vrouw van 65 jaar blijkt in staat te zijn de desintegratie van een hele natie te vertragen, zo niet deze op de lange duur af te wenden. Haar memoires zijn meer dan een getuigenis over haar tijdperk: ze zijn een visie op de geschiedenis in het licht van het geweten en de cultuur. In dat licht huivert de geschiedenis en beseft een individu welke kans het heeft: tussen het zoeken naar de bron van dat licht en het bedrijven van een antropologische misdaad jegens zichzelf.’ Een passage die verklaart waarom Hanneke niet heeft gekozen voor een monument van Osip alleen maar voor een gedenkbeeld van Osip en Nadezjda als liefdespaar.

Sommige van de beelden in de tuin zijn in opdracht vervaardigd, andere hebben op vergelijkbare wijze als Hanneke’s gedenkbeeld hier een plek gevonden. Zo zijn de meer traditionele beelden van Achmatova en Blok gemaakt in opdracht van de universiteit. Maar de meer experimentele kop van Brodsky naast een koffer, waarvan je als kijker benieuwd bent naar het verhaal erachter, is zonder officiële goedkeuring door Tatiana Yurieva neergezet op een plek in de faculteitstuin.

Kortom, Osip en Nadezjda verkeren in goed gezelschap en Sint Petersburg is een monument rijker. Maar Hanneke wil meer. Ter versterking van de culturele banden tussen Rusland en Nederland zoekt ze nu, met steun van het comité van aanbeveling, ook in Nederland naar een plek voor haar gedenkbeeld, bij een faculteit der letteren van een van de universiteiten, in een hortus botanicus, of op een andere geschikte plek. De mallen voor de sokkel met de Nederlandse vertaling van Mandelstam’s gedicht heeft ze voor de zekerheid al vast door Khatchatur laten maken. Zo wil ze ook in eigen land aandacht te vragen voor de Russische avant-garde, zijn dichters en in het bijzonder voor Osip Mandelstam.   

www.hannekedemunck.nl

www.stichtingdegespreksgenoot-sobesednik.nl


1 Van 2007 tot 2009 werkten Hanneke en Sietse samen het altaar Adam en Eva. Op het centrale paneel staan Adam en Eva voor een zwarte poort. Ze zijn net uit het Paradijs verdreven. 

Op de andere kant heeft Hanneke Adam en Eva in paradijselijke toestand weergegeven: horizontaal liggend, innig verstrengeld als liefdespaar. Hanneke ziet beide kanten als voorkant. Afhankelijk van hun positionering en meer nog van hoe de vleugels zijn opgehangen wordt of de kant met het paradijselijke of de kant met het verdreven paar voorkant. Sietse heeft de twee altaarvleugels, van dik perenhout, aan beide kanten ingesneden met reliëfs, bijbelteksten en poëziefragmenten (o.a. van de Russische dichter Osip Mandelstam), die hij met drukinkten heeft ingekleurd. Hij heeft de laatste fase van het maken van een houtsnede, het afdrukken op papier, overgeslagen en de plank (altaarvleugel) tot reliëfgrond, en daarmee drager van de afbeelding, gebombardeerd. Gewoonlijk snijdt hij zijn tekening in spiegelbeeld in de plank, zodat deze op papier niet gespiegeld wordt afgedrukt. De altaarvleugels heeft hij ‘niet in spiegelbeeld’ hoeven insnijden, waarmee de graficus/houtsnijder Bakker zich op het terrein van de sculptuur heeft begeven.