Vorige nummers‎ > ‎

Infernopolis van Atelier van Lieshout


In Infernopolis van Atelier van Lieshout vervagen de grenzen tussen leven en dood 

Rotterdam heeft er een nieuwe tentoonstellingsruimte bij. En niet zomaar een. Het is de Onderzeebootloods van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij op Heijplaat in het Rotterdamse Havengebied. Museum Boijmans Van Beuningen en Havenbedrijf Rotterdam hebben de leegstaande loods omgetoverd in de grootste tentoonstellingsruimte van Nederland. Beeldend kunstenaar Joep van Lieshout (AVL Rotterdam) gaf in mei de aftrap voor de eerste spraakmakende tentoonstelling Infernopolis. In de loods van 5.000 m² heeft hij een setting gecreëerd die zowel huiveringwekkend en sinister als aantrekkelijk en humoristisch, utopisch en hedendaags als realistisch en fantastisch te noemen is.  

Door Piet Augustijn 

Het oudste deel van de Onderzeebootloods stamt uit 1929, in de jaren erna zijn delen toegevoegd. Feitelijk waren de loodsen overdekte scheepshellingen. De gevels zijn in verband met de militaire functie vrijwel gesloten en bevatten hoog in de gevel horizontale vensterstroken. Na verlies van de scheepsbouwfunctie zijn de loodsen jarenlang gebruikt als opslag- en reparatieruimte. In verband met de nieuwe functie als tentoonstellingsruimte zijn de scheepshellingvloeren geëgaliseerd en is de loods in tweeën gedeeld. Verder is de loods in de oorspronkelijke staat gelaten en dat komt de tentoonstelling ten goede. Het ultramoderne materiaal waarmee Van Lieshout werkt (polyester, purschuim, staal) contrasteert goed met de afgebladderde muren, verroeste kozijnen en verweerde houten schotten. In de ruimtes ontvouwt zich een parallelle wereld waarin morele en ethische vraagstukken vanuit een de kunsthoek worden belicht. Van Lieshout brengt medische instrumenten, schedels en skeletten, silo’s en sorteerbakken, menselijke uitwerpselen, slangen, pompen van ketels bij elkaar in een wereld waarin autonomie, zelfvoorziening, macht en economie samenkomen. Van meet af aan heeft AVL zich toegelegd op het ontrafelen van deze onderwerpen in de hoop de dieper gelegen structuur – de wetten en regels, de organisatie en codes die normaliter verborgen blijven – bloot te leggen.  

The Technocrat ^


Twee grote, zaalvullende installaties staan centraal in Infernopolis. Dat zijn The Technocrat en Cradle tot Cradle. The Technocrat (2003-2004) bestaat uit werktuigen, containers, bedden, destilleerketels en menselijke figuren die zijn ondergebracht in de groepen The Feeder, The Alcoholater, The Total Faecal Solution en The Participants. De installatie vormt een gesloten circuit van voedsel, alcohol, uitwerpselen en energie. Om The Technocrat goed te laten functioneren zijn duizend personen (participants) nodig. Zij liggen in stapelbedden om ruimte te sparen en zijn verdoofd door een permanente toevoer van alcohol. Driemaal per dag krijgen de deelnemers een afgewogen hoeveelheid speciaal bereid voedsel toegediend waarna hun lichamen worden leeggezogen met behulp van een vacuümpomp. In een volgend onderdeel worden de uitwerpselen verwarmd en geroerd en kan met gewonnen gas een nieuwe hoeveelheid voedsel worden geproduceerd waarna het proces opnieuw begint. De mens teruggebracht tot grondstof voor zijn eigen leven. Zelfvoorzienend, zelfredzaam en uitgebalanceerd. In het werk staat een nietsontziende vorm van recycling centraal. Daarbinnen is de mens gereduceerd tot een mechanisch onderdeel, een radertje in het geheel. Het onderscheid tussen mens en machine is opgeheven, de participanten zijn volkomen identiek en inwisselbaar, persoonlijkheid ontbreekt.  

Cradle to Cradle ^

De tweede grote installatie is Cradle to Cradle (2009) genoemd naar de populaire Cradle to Cradle-filosofie van de Amerikaanse architect William McDonough en de Duitse chemicus Michael Braungart. Cradle to Cradle (van wieg tot wieg) gaat uit van het concept dat afval voedsel is. Dit betekent dat oude materialen worden gebruikt voor de vorming van nieuwe producten, zonder dat daarbij sprake is van kwaliteitsverlies of restproducten. Dit is in de installatie tot in het extreme doorgevoerd. Op helverlichte tafels liggen botten, schedels, spiergroepen en organen, aan rails hangen uitgebeende lichamen. Cradle to Cradle bestaat uit een anatomisch theater, een slachthuis (met vleesmolen en vleessnijder) en een hightech operatiekamer. Alles wordt gerecycled, zelfs de mensen. Op efficiënte wijze worden organen getransplanteerd, terwijl het vlees, de sappen, vetten en botten worden verwerkt tot consumptievlees. Een menselijk slachthuis dat de waanzin van het jachtige leven en de manier waarop de mens met de natuur en de dieren omgaat op confronterende wijze aan de orde stelt. De installatie wordt gepresenteerd als een perversie van een hypermoderne, prestatiegerichte samenleving, die discussie oproept over de vervaagde scheidslijn tussen goed en kwaad. In de installatie Cradle to Cradle is ook plaats ingeruimd voor het project SlaveCity (2005 e.v.), waarin gezonde en jonge mensen deelnemen aan een orgaantransplantatieprogramma, terwijl de oude, invalide en zieke mensen worden gerecycled in een biogasgister. Een radicale oplossing voor het probleem van overbevolking.  

Leven en dood ^

Leven en dood zijn belangrijke thema’s in de werken die vaak verwijzen naar lichaamsdelen en organen. Naast genoemde installaties is onder meer het monumentale, vleeskleurige werk Wombhouse(2004) te zien. Dit bestaat uit een reusachtige baarmoeder en eierstokken, terwijl elk onderdeel van het kunstwerk zijn eigen functie heeft. De ene eierstok is toilet, de andere minibar, de baarmoederholte is een groot en comfortabel bed. Bezoekers kunnen in het bed gaan liggen waardoor de gelijkenis ontstaat met nieuw leven. Een ander kunstwerk waarin geleefd kan worden is de Bikinibar (2006), een vrouwenlichaam waarin de drang tot voortplanting wordt gesymboliseerd. De metershoge orgaansculpturen, zoals de polyester penissen (2003) in small, medium en extra large, maar ook de sculptuurBarRectum (2005), die een aaneenschakeling is van onderdelen van het spijsverteringsstelsel, verbeelden enerzijds afzonderlijke lichaamsdelen, anderzijds samenhangende, onderhuidse systemen. Al deze sculpturen, die verspreid in de loods staan opgesteld, maken het systeem van klieren, bloedvaten, spiergroepen en organen zichtbaar. De losse beelden van Hangende mannen (2009),Zuigelingen (2006), Vruchtbaarheid (2009), Maria met drie kinderen (2008) en vele andere brengen het thema voortplanting in beeld.  

Tot de meest recente beelden behoren een geabstraheerd blauw kanon (WW III, 2010) en een strijdtafereel met een paardenskelet (Zonder titel, 2010), waarin gesymboliseerd wordt dat de omgang tussen mensen zal verharden en de drang om te overleven groter wordt. De apotheose van een toekomstvisie die niet bepaald optimistisch te noemen is. Eerder huiveringwekkend en met een vervaging van de grenzen tussen goed en kwaad en mens en machine. Een beeld dat in die ontwikkeling past is het in maart van dit jaar onthulde Cascade op het Churchillplein in Rotterdam. Een tien meter hoge polyester zuil van olievaten – verwijzingen naar de Rotterdamse haven en industrie, maar ook naar grondstofvoorraden die uitgeput raken, de economische crisis en de consumptiemaatschappij – waaraan menselijke figuren bungelen. Sommige figuren zakken letterlijk in de oliesmurrie weg, sommige worstelen zich een weg naar boven. De Struggle for life had niet treffender verbeeld kunnen worden. Of het beeld net zoveel reacties zal oproepen als het vorig jaar in Dordrecht geplaatste bushokje in de vorm van een schedel is nog maar de vraag. Ik denk dat Cascade eerder herkenning dan ongenoegen zal oproepen. De olieramp van BP in de Golf van Mexico houdt de hele wereld nog bezig.  

AVL / Atelier van Lieshout: Infernopolis, 29 mei t/m 26 september 2010, Onderzeebootloods, Rotterdam, www.onderzeebootloods.nl