Locating the Producers

Locating the Producers

Locating the Producers. Durational Approaches to Public art is een lijvige academische studie. Je hebt doorzettingsvermogen nodig om je er doorheen te worstelen. De nadruk van het boek ligt niet bij de kunstenaars of de kunstwerken maar eerder bij de rol die de producent speelt. De producent is de kunstcommissie of de curerende en begeleidende instantie. Soms is het zelfs de kunstenaar die mogelijkheden schept voor andere kunstenaars als kunstact.

In het museum spreek je van een curator als je de persoon bedoelt die een tentoonstelling samenstelt, of een keuze van kunstenaars maakt. In de openbare ruimte zijn dit overheidsinstituten of lokale kunstcommissies die de wethouder adviseren. Deze commissies en stichtingen nemen de rol van de producent op zich. In
Locating the Producers gaan de onderzoekers Paul O’Neill en Claire Doherty in op diverse gemeenschappelijke aspecten die grote locatiegebonden kunstprojecten hebben. O’Neill is onderzoeker aan de University of the West of England en daarnaast is hij curator van meer dat vijftig tentoonstellingen. Doherty is de oprichter van Situations. Situations schept mogelijkheden voor kunstenaars buiten het reguliere kunstcircuit. De onderzoekers proberen aan de hand van het volgen van diverse grote projecten in Europa te achterhalen welke criteria te distilleren zijn uit de verschillende projecten en zo tot een canon aan beoordelingscriteria te komen waaraan kunstadviseurs en projecten kunnen voldoen. Behalve het onderzoeken van de diverse projecten zijn er ook interviews en diverse gespreksronden. Verder heeft het onderzoek als doel een vocabulaire te ontwikkelen die passend is bij deze kunstvorm.

De onderzochte Projecten zijn o.a.: Het Blauwe Huis van Jeanne van Heeswijk, Beyond (Leidsche Rijn/Utrecht), Trekroner Art Plan (Denemarken), Creative Egremont en Edgware Road Project (Verenigd Koninkrijk). Veel kunstprojecten in de openbare ruimte zijn tijdelijke interventies, vaak gekoppeld aan een tentoonstelling. In Locating the Producers onderzoekt  O'Neill hoe duurzamere en meer gewortelde kunstprojecten in het publieke domein tot stand kunnen komen. Wat verlangt dit van kunstenaars, curatoren en opdrachtgevers en wat brengt het de omgeving? Kenmerkend aan de werken kun je noemen dat het co-producties zijn en de kunstenaar is hier al lang niet meer degene die een autonoom werk maakt. In het Blauwe huis bijvoorbeeld werpt van Heeswijk zich op als initiator die een ruimte schept waarin diverse kunstenaars en andere creatieve geesten een podium vinden om zich te presenteren en zich te verbinden met elkaar en de plek.

Ik lees dat de volgende criteria meewogen om als project aan dit onderzoek mee te doen:

1.   Ze werden na 2000 ontwikkeld.

2.   Ze stonden onder begeleiding van een vast instituut of begeleidingscommissie die zich langdurig verantwoordelijk toonde voor        deze eigentijdse locatie gebonden kunstprojecten.

3.   Het totale proces en het resultaat van de projecten hebben een minimum duur van 100 dagen.

4.   Betrokkenheid van de lokale bevolking is een vereiste.

5.   Wat niet in deze rij staat maar wat ik op diverse plekken in het boek lees, is dat de projecten lokaal relevant dienen te zijn en internationaal significant. Het lokale lijkt hier het opstapje voor het hogere doel internationale erkenning te behelzen. Kort samengevat kun je zeggen dat tijd, plaats en publiek samensmelten tot iets dat het lokale en tijdsgebonden aspect overstijgt, doordat het globaliserende en historische waarde vertegenwoordigt. Als de projecten voorbij zijn, zinderen ze nog na in kunstkritische en -historische geschriften, beleidsnota’s, gesprekken en herinneringen.

Nadat ik enkele beschrijvingen van projecten in het boek heb gelezen (ik moet bekennen bij sommige beschrijvingen haak ik af), komt bij mij de volgende gedachte op. Er gaapt een gat tussen praktijk en academische studies. In de praktijk zijn er kunstenaars die vanuit een gedrevenheid projecten ontwikkelen. Die gedrevenheid kan zowel het engagement met de kunstwereld zijn en/of een engagement met de lokale bevolking of geschiedenis. De academische wereld loopt een stap achter en probeert vervolgens een specifieke vocabulaire te ontwikkelen en een canon neer te zetten waarmee vervolgens nieuwe begeleidingscommissies en curatoren/kunstenaars gaan sturen. Het lijkt op een valse inhaalslag waarmee de academische wereld door theoretische inperkingen de kunstpraktijk probeert in te halen. De geschiedenis leert dat dit niet gaat werken. De werkelijk artistiek/creatieve geest gaat altijd aan regels voorbij en loopt al snel weer voorop. Daarnaast moet je een specifieke vocabulaire juist niet willen bij lokaal sociaal-geëngageerde projecten. Anders vrees ik dat de lokale bevolking snel afhaakt. Bijna alles kan in algemeen beschaafd Nederlands gecommuniceerd worden, algemeen beschaafd Engels lijkt mij overigens ook mogelijk.

Locating the Producers. Durational Approaches to Public Art, Paul O’Neill en Claire Doherty, Valiz, Amsterdam, 2011, ISBN 978-90-78088-51-6

 

Comments