Lydia Schouten

Lydia Schouten brengt verdronken dorpen in beeld   

Offliet, Moggershil, Kreke, Coxyde, Duvenee, onbereikbare oorden? In zekere zin wel. Ze liggen al zo’n 500 jaar weggezonken onder het Zeeuwse slik; 117 kerkdorpen, verslonden door het woeste water. Een veelvoud van verhalen, letterlijk onder de oppervlakte, zoiets spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Lydia Schouten ontwierp het monument dat hiervoor in oktober op de winderige Oosterscheldedijk bij Colijnsplaat werd ingewijd. Voordien was er ook al heel wat water door de Rijn gestroomd.

Door Beatrijs Schweitzer

Een monument heeft doorgaans als doel een gebeurtenis of persoon blijvend te herinneren of gedenken. Maar de St. Elisabethvloed en Sint Felix’quade Saterdach’ in 1530, een stormvloed die met bruut geweld verschillende Zeeuwse dorpen en nog veel meer mensenlevens wegnam, zijn zó lang geleden dat de nieuwsgierigheid naar die verdronken geschiedenis bij velen overheerst. Maar niet bij iedereen.

Om dit verdronken erfgoed met zijn grote cultuurhistorische waarde onder de aandacht van een breed publiek te brengen, ontwikkelde de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) in opdracht van de provincie Zeeland vanaf 2001 een uiteenlopend programma van onderzoek en educatie en iedereen was het er over eens dat een monument een prachtige kroon op dit alles zou zijn. De opdracht uit 2005 betrof een multimediaal kunstwerk en uit ruim honderd inzendingen werd unaniem voor het ontwerp van Lydia Schouten gekozen. Het gegeven zou haast voor haar bedacht kunnen zijn. In haar vroegere video’s, de performances en later de multimediale installaties vormt het dramatische van het menselijk onvermogen een vast thema, waarbij niet zelden de mens als slachtoffer (van geweld) centraal staat. Het onderwerp is dan meestal eigentijds in plaats van historisch, maar eerder al had een grote opdracht voor het Zeeuwse Archief haar in de Zeeuwse geschiedenis gezogen.  Naar aanleiding hiervan is er weer een nieuw project over de West Indische Compagnie op Curaçao ontstaan. Tenslotte, als het om werken met gecombineerde media gaat, zijn er maar weinig Nederlandse kunstenaars daarin zó veelzijdig. 

117 verdronken dorpen

Vanaf het water leiden stenen traptreden, waarin de namen van de 117 verdronken dorpen gezandstraald staan, naar de ronde toren van cortenstaal gecombineerd met beschilderd acrylaatplaat. De vorm verwijst naar de kerktorens die na de vloedgolf dikwijls nog lang boven het water uitstaken. De constructie oogt wat licht, maar met zijn 7.40 meter hoogte vormt het toch een baken in het landschap. Het groen-blauwige golfmotief op de acrylaatplaten laat vage schimmen doorschemeren. Rond de schemering verandert het beeld zelf wanneer het, dankzij onzichtbare zonnepanelen, van binnenuit zacht wordt verlicht in een blauwige schim aan de waterkant. Acht flinke toeters, onregelmatig maar vandaal-onbereikbaar bevestigd, doorbreken het archetypische torenbeeld compleet. Slechts drie maal per dag, op de tijden van de jaartallen van de grote vloedgolven, 11.34 uur, 14.04 en 15.30 uur klinkt voor enkele minuten een geluidscompositie van Arjan Kappers. Rustig 15e eeuws  kerkgezang met op de achtergrond het luiden van kerkklokken wordt daarin geleidelijk aan overstemd door het geluid van aanzwellende wind en klotsend water, hier en daar een koe, een schaap, een meeuw. Na de storm horen we alleen nog ‘onschuldig’ kabbelend water als een trait-d’union  met het echte Scheldewater. Tenslotte neemt de stilte het weer over. Alsof er niets gebeurd is.

Weerstand

Juist het geluid vormde van begin af aan een bron van zeer zware weerstand. In Kats waar het monument aanvankelijk gepland was, liepen de emoties zo hoog op dat men er van af moest zien het daar te plaatsen. De schreeuwende mensen die aanvankelijk in de schetscompositie te horen zouden zijn rakelden de traumatische herinneringen aan de ramp van 1953 weer te zeer op. Een vergelijking met het monument voor de Vrouwen van Ravensbrück lijkt verleidelijk, maar is toch niet op zijn plaats. Schouten voelde zich door alle commotie toch gekortwiekt. Het SCEZ deed er alles aan om de onrust weg te nemen. Uiteindelijk mochten de inwoners van Colijnsplaat, dat het monument graag wilde hebben, kiezen uit drie composities en werd het geluid alléén naar het water toe gericht. Terwijl aan het geluid concessies zijn gedaan is het formaat van de toren, dankzij de budgettaire inspanningen van het SCEZ, juist gegroeid van 5 naar meer dan 7 meter hoogte. Het waterschap steunde het project door de traptreden aan te leggen, waarbij bewust werd gekozen voor een historische methode met originele stenen. Terwille van de autonomie van het monument is een informatiecentrum over de verdronken dorpen verder afgelegen geplaatst. 

Schouten had het monument liever nog iets groter gehad en dat zou volgens mij ook sterker zijn geweest, maar nu komt het ingetogen karakter meer tot uiting. Persoonlijk vind ik de geluidscompositie iets te letterlijk verhalend. Hoewel dit op comfortabele momenten te horen is, moet het beeld het ook zonder kunnen stellen. Dat doet het ook, mede dankzij de symbolische tijden. Juist in wat je niet hoort zit nog ruimte voor de eigen verbeelding. Maar het geblaat van dat ene schaap maakt het toch net indringender.

www.scez.nl/8/projecten/69/verdronken-zeeland

www.scez.nl/uploads/pdf/Special%20Verdronken%20dorpen%20in%20Zeeland%203.pdf

 

 

 

 

 

Comments