Maja van Hall


Maja van Hall in Museum Beelden aan Zee

Maja van Hall behoort tot de spraakmakende vrouwelijke beeldhouwers uit de 20e eeuw, met voorgangers als Van Pallandt, Lotti van der Gaag, Pearl Pearlmutter en Ferdi Tajiri. Met Het Sloofje (1967) en De Filosloof (2003) gaf ze de vrouwenemancipatie een gezicht. Museum Beelden aan Zee zet dit werk in perspectief. 

Door Anne Berk

Het lijnenspel van de blauwe Filosloof komt mooi uit die winterdag. De contouren van mens en machine steken af tegen de witte sneeuw in het atrium van Museum Beelden aan Zee. De handen van De Filosloof lijken vergroeid met de slang, haar lichaam geketend aan de stofzuiger die zij achter zich aan sleept. Haar wereld is beperkt tot de afmeting van het vloerkleed en haar eeuwige strijd tegen het vuil en het verval. Het is een strijd die wij altijd verliezen. Dat is ons lot. Het Sloofje doet me denken aan Sisiphus die steeds opnieuw de steen tegen de berg oprolt. Maar Het Sloofje is een vrouw en dat is het punt.

Het eerste Sloofje van Maja van Hall uit 1967 is in wezen een zelfportret. “Mijn werk is mijn biografie, het weerspiegelt mijn leven,” zegt Van Hall. “Ik had aan de academie in Den Haag gestudeerd. Daarna aan de gerenommeerde Rijksakademie in Amsterdam en na al die jaren van opleiding sta je dan te stofzuigen. Ik besloot van de nood een deugd te maken. De kinderen waren klein, ik werkte thuis en maakte snelle schetsjes in was, die later in brons werden gegoten. Zo ontstonden de drie Sloofjes: een vrouwfiguurtje die de was ophangt, een die strijkt en een die stofzuigt.”

De drie bronsjes verdwenen in een particuliere collectie en leefden in het bewustzijn voort als reproductie. Toen van Hall in 2003 werd uitgenodigd om de stofzuigster te exposeren tijdens Den Haag Sculptuur, bleek dat het beeldje niet groter was dan een hand. Dat was aanleiding voor de meer dan levensgrote ultramarijnblauwe gipsen versie van met de veelzeggende titel De Filosloof. Daarmee schiep Van Hall een monument voor ´de dingen die geen naam hebben´ zoals mijn schoonmoeder dat altijd noemde: het onbetaalde, maar o zo belangrijke schoonmaakwerk dat doorgaans door vrouwen wordt gedaan.

Vrouwenemancipatie

Het afbeelden van huishoudelijke taferelen is niet nieuw, schrijft conservator Mirjam Westen in de monografie. De 17de eeuwse schilderijen van naaiende, spinnende of huishoudende vrouwen dienden als lichtend voorbeeld. ´Huiselijkheid is ´t Vrouwen Krooncieraad´, schreef zedenmeester Jacob Cats. In de Pop Art namen kunstenaars als Claes Oldenburg en Coosje van Bruggen het dagelijkse leven onder de loep. Maar hun uitvergrote troffel, lippenstift of wasknijper missen de kritische noot die het Sloofje zo spraakmakend maakt. Met Het Sloofje gaf Van Hall de vrouwenemancipatie een gezicht.

In de jaren zestig toen het Sloofje ontstond, kwamen steeds meer vrouwen in opstand tegen de traditionele rolverdeling. Van Hall is bevriend met Hedy d'Ancona, destijds betrokken bij de Rooie Vrouwen, en liep mee in demonstraties. Ze stoorde zich het meeste aan het dédain van haar mannelijke collega's. Het professionele kunstenaarschap en de fysiek zware beeldhouwkunst in het bijzonder, waren vooral een mannenzaak. ‘’Dus jij maakt nog steeds poppetjes’’, sneerde een collega, in een tijd dat de abstracte kunst domineerde. Maar Van Hall verbeeldde haar ervaring van het leven en daar vloeide vanzelfsprekend haar keuze voor de mensfiguur uit voort.

Wilt u het hele artikel lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan voor € 4,- via info@spabonneeservice.nl

Maja van Hall, Museum Beelden aan Zee, Scheveningen, 30 januari t/m 3 juni 2012, www.museumbeeldenaanzee.nl

Comments