Mariëlle van den Bergh

Coelacanthen

Het is van oudsher geen vreemde combinatie: kunst en kerk. Komt niet veel van de oudste kunst in de westerse wereld uit de Rooms Katholieke Kerk? Ik ontdekte als nieuwe Europeaan dat de religieuze ijver van mijn Protestantse voorouders tijdens de Reformatie extreem was geweest. Wat is er nu aan de hand in de Protestantse Christus Triumfatorkerk in Den Haag? ‘Coelacanthen’ van Mariëlle van den Bergh is al de 32ste tentoonstelling in deze kerk. De tentoonstelling leidt ook een nieuw tijdperk in met John Blaak als artistiek leider.

Door Carina van der Walt

Het is vooral de architectuur die opvalt met een enorme ruimte onder een 10m. hoog plafond. De muren bestaan uit 144 pilaren afgewisseld met 144 smalle ramen. Dit modernistische ontwerp uit 1962 van architect G. Drexhage maakt van de kerk een heel moeilijk aankleedbare tentoonstellingsruimte. Het is getrouw aan de eis van het Protestantisme: minimalisme. Toch heeft ds. Jan van Opstal tegen dit minimalisme gerebelleerd. Hij pleitte in 2003 voor een Open Kerk: voor momenten van bezinning, muziek en kunst. Dat gebeurt in medewerking met het Koninklijke Conservatorium en een eigen kunstcommissie .

Christelijke symbolen

Wat direct opviel bij de expositie van Mariëlle van de Bergh waren vijf reuze vissen bengelend aan het hoge plafond. Vissen staan symbool voor het christendom en specifiek voor de doop. Ik vroeg me onmiddellijk af of er ook andere tentoonstellingen met christelijke symbolen waren geweest onder de 31 voorafgaande? In het programmaoverzicht stonden   nog vier tentoonstellingen die ik als symbolisch kon interpreteren.
Twaalf uit een gros (2006)  van Wilma Marijnissen waren oude wijnstokken. Breath (2007) van Maria Piia kon misschien naar de Heilige Geest verwijzen. Huis van papier (2008) van Gamal Ez deed mij denken aan de bebloede lendedoeken van Jesus. Exhibitio Incognita (2009) van Engelien van den Dool was een combinatie van kleurvolle vierkanten in figuren die aan kruizen herinnerden. Op het eerste gezicht blijven deze tentoonstellingen ver weg van de traditionele beelden. Toch roepen Coelacanthen als prehistorische vissen associaties op met een oorsprong, zo niet van de kerk, dan wel van de schepping.    

Artistiek leider

John Blaak zei over de ruimte in Kerk in Den Haag: “Je kunt hier moeilijk iets aan de wanden hangen of op de grond zetten, maar er is wel een prachtige, hoge ruimte.” Dat klopt.

Naast de tentoonstellingen en lunchconcerten, heeft Blaak een verbreding van aanbod voor ogen. Er komen nog twee facetten bij: een doorlopend filmprogramma en een literaire middag een maal per tentoonstelling. Tijdens Coelacanthen worden de Tien geboden vertoond. Op 30 januari was het eerste interview met de schrijver Jan Siebelink over zijn roman Knielen op een bed violen. De Christus Triumfatorkerk zal meerdere dagen per week (donderdag, vrijdag en zaterdag) open zijn voor het publiek om ruimte te bieden aan muziek, kunst, film en letterkunde.

Voorgangers

Blaak neemt het stokje over van Wieke Terpstra, die anderhalf jaar lang vorm en uitvoering heeft gegeven aan de tentoonstellingen. Voor haar was Ariane Pikaar vier jaar lang organisator en coördinator van vele tentoonstellingen. Het was vooral de toewijding van Pikaar die van kunst in de Triumfatorkerk een succes heeft gemaakt. Zowel bij Terpstra als bij Pikaar ging het om belangeloze inzet. Terpstra is een professionele kunstenares en Pikaar is werkzaam als organisator in de kunst.

Als kunstenares exposeerde Terpstra zelf in 2004 met Wit [onder curatorschap van Pikaar].

Beschrijf je kunstwerk dat hier in de kerk tentoongesteld was.

WT: Wit was een serie werken van papieren boterhammenzakjes, waaronder de boot die in de publicatie staat: het thema van mijn werk is ‘kwetsbaar, maar toch sterk’.”

Wat was voor jou een persoonlijk hoogtepunt als je terugkijkt op 32 tentoonstellingen?

WT: Mijn eigen werk was een expositie van bestaand werk. Ik vond het bijzonder om kunstenaars uit te nodigen om speciaal iets voor de kerk te maken. De laatste vijf exposanten in 2009 hebben allemaal iets bijzonders aan de ruimte toegevoegd.”

Later neemt ze de positie van tentoonstellingsmaker over in samenwerking met Pikaar.   

Twee vragen aan Pikaar over de aard van de kunstwerken bevestigen het vermoeden dat het niet in eerste instantie gaat om opspraakwekkende kunst.

Hoeveel speelruimte had je bij het samenstellen van de tentoonstellingen?

AP: “Kunst in de kerk was al schokkend genoeg.”

Welke criteria gebruikte de kunstcommissie voor hun keuze van kunstwerken en kunstenaars?

AP:  “De keuze is altijd uitgegaan naar meditatie en bezinning, maar geen provocatie.”

Heb je een favoriete tentoonstelling als je terugkijkt op alle werken over zes jaar?

AP: “Er was veel goed werk. Het is moeilijk om te zeggen, maar ik houd in het bijzonder van Larynx (2006) van Rozemarijn Lucassen.”

De toekomst

Met de aanstelling van Blaak neemt de kunstcommissie van deze gemeente voor het eerst na zes jaar een stap om kunst in de kerk een officiële plek te geven. De organisatie krijgt een institutioneel karakter. Het is de vraag of Blaak binnen de grenzen van middle of the road kunst kan blijven in deze ruimte. Blaak is immers ook kunstenaar en kunstenaars voelen zich gemakkelijk aangetrokken tot het taboe.  

Coelacanthen

Het is goed dat de vijf coelacanthen van  Mariëlle van den Bergh hoog boven het publiek in de Christus Triumfatorkerk bengelen. Ze zijn zichtbaar ‘oud’ en broos. In werkelijkheid zijn ze ook erg kwetsbaar, hun grootte ten spijt. Elke coelacanth is gemaakt van Chinees rijstpapier op frames van bamboe en pitriet. Jammer dat er slechts één verlicht is met LED-lampjes. Het verhoogt wel de mystieke sfeer rond de vissen en de feestelijkheid.  

Deze ‘oud-fossielen’ zijn in 1938 aan de oostkust van Zuid-Afrika opgevist. Sindsdien zijn coelacanthen niet meer alleen fossielen. Op een diepte van 250 m. zijn er nu al meer dan 180 coelacanthen in de regio van de Comoren naar boven gehaald.

Mariëlle van den Bergh is om twee redenen gefascineerd door haar onderwerp. De coelacanth hoort allereerst thuis in een afsplitsing van de stamboom van de vissen. Het is namelijk ook een longvis, een amfibie en een zoogdier! Ten tweede heeft de tijd geen effect op de coelacanth gehad. Geen evolutie bij dit dier. Hij ziet er nog steeds uit zoals duizenden jaren geleden.

Mariëlle van den Bergh, Coelacanthen, Christus Truimfatorkerk,

Den Haag, 9 januari t/m 27 februari 2010

www.mariellevandenbergh.eu

www.christustriumfatorkerk.nl

 

      

 

 

  
Comments