Mariëlle van den Bergh

Mariëlle van den Bergh. 
Oernatuur


Tapijten maken die er echt uitzien als een schilderij? Als dat haar ambitie was, dan heeft Mariëlle van den Bergh gefaald. Hoe wonderlijk is dat te constateren als je oog in oog staat met haar vele prachtige stukken in de expositie Oernatuur in Museum Rijswijk. Deze tapijten lijken niet op foto’s, en niet op schilderijen, maar halen alles uit de mogelijkheden van textiel. En die zijn enorm. Mariëlle van den Bergh onderzocht ze met alle intensiteit die haar eigen is. Wat daaruit kwam mag gerust een mijlpaal in de textielkunst en in de ontwikkeling van haar oeuvre worden genoemd. 

Door Ans van Berkum

Hoe ingewikkeld haar onderzoek was, toont de ‘kijk- en voel tafel’ die bij het begin van de expositie staat. Lappen in alle mogelijke technieken liggen daar om betast en bekeken te worden. Er zitten labels aan, waarop wordt uitgelegd hoe ze tot stand kwamen. Weven, tuften, breien op machines met een scala aan verschillende garens, machine-borduren, laseren, vlechten, er is zelfs  sprake van ‘gimpen’, wat verwijst naar het met zijde omwikkelen van koorden. Er liggen opvallend veel voorbeelden van mogelijkheden met een driedimensionaal effect. De lappen bobbelen, golven, krimpen en verstijven tot stukken die je rechtop kunt zetten. Een werkperiode in het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk leverde ook nog eens combinaties op met schuimporselein, dat weer bewerkt werd met oxiden en pigmenten. Allemaal proeven voor de installatie die in de grote zaal staat opgesteld.

Begin


Dat indrukwekkende stuk in drie delen domineert de expositie en vormt de ultieme verbeelding van wat je oernatuur kunt noemen. Het eerste deel lijkt op een door vuur geblakerde stam, terwijl het derde deel aan een rots doet denken en het organische begin van veel gesteenten in lagen bloot legt. Het middendeel bestaat uit een wand met drie forse, als zuilen uitstulpende delen. Enorme vergrotingen van micro-organismen dringen naar voren uit woelige ondergronden waar een begin van vegetatie uit naar buiten zwiept. Alles lijkt nog ongevormd. Een mix aan elementen in wording. Omkijkend zie ik boven op het eerste deel kleine bomen staan waarmee dit stuk verandert in een hap uit de vurige, vruchtbare binnen-aarde.

 

Drama


Rondom dit vegetatieve oerbegin hangen haar wandtapijten van landschappen en close-ups van gebladerte en paddenstoelen. Bij twee zeegezichten denk ik aan de ‘Ungemalte Bilder’ van Emil Nolde. Bij Nolde is alles kleur, bij Van den Bergh voldoen tinten van wit en zwart. Beiden schilderen het drama van de zee en de lucht. Het ene werk van Van den Bergh treft schuimende, spattende golven onder een onheilspellende lucht, het andere het moment waarop een felle zon na zwaar weer de golven tot rust brengt en in licht verandert. En hoe meer afstand je neemt, hoe meer je ervaart hoe de diepten en glanzen in dit materiaal die van alle andere middelen overtreffen.

Er zijn Bloemenkleden, waarin ze bronzen en aluminium anthuriums verwerkt, en een wit Bloemenkleed, met kleurige keramische bloemen in de rand en in pasteltinten opgestikte anthuriums in het midden. Een uitwerking die vooral de erotiek van de bloem onderstreept. In het midden van de zaal liggen twee Bidkleden die in zwart een stroombeweging door witte massa’s laten zien. Het zijn twee- en zelfs driedubbel Jacquard geweven landschappen, technisch een extreem moeilijk procedé. Ze baseerde ze op tekeningen van de kust bij Quebec en plaatste er doorgroefde bergen van porselein in. Niet geschikt om je knieën op te teisteren. Wel om je aandacht naar ander sferen te verplaatsen en in de altijd bewegende natuur het goddelijke te ervaren. 

Wereldwijd


Mariëlle van den Bergh reist veel. Zij verblijft vaak in residencies om zich ter plekke in het landschap te verdiepen. Tasmanië, Canada, Japan en Australië, maar ook veel Europese landen deed ze aan. Overal vindt ze vormen en sferen om zich over te verwonderen. Elke reis laat zijn sporen na in haar werk. In Nederland maakt ze veel gebruik van het Textiellab in Tilburg om haar ideeën uit te kunnen voeren, wat zowel haar mogelijkheden als die van de werkplaats ten goede komt. 

 

De laatste installatie in de zaal is gebaseerd op haar fascinatie voor de veelkleurige Tasmaanse korstmossen. Haar doek van de Bay of Fire laat al de fel rode soort zien, die de baai zijn naam gaf. In de zeven objecten van haar installatie heeft ze de mossen uitvergroot in porselein en bekroond met machinaal borduurwerk. Ze laat zien dat de mossen piepkleine planten zijn; kruisingen tussen wortel, plant en paddenstoel. Eén kegelvormig object springt er uit. Daar zijn steen en mos volledig vergroeid. Ook los van elkaar zijn deze stukken begerenswaardig.

Dan kijk je in de gang nog even naar haar Berkenbosje. Die dunne zwarte, in het water spiegelende stammen. Fenomenaal.

Mariëlle van den Bergh, Museum Rijswijk, 29 oktober 2019 t/m 12 januari 2020, www.museumrijswijk.nl

 

 

Comments