Meer licht

Meer licht, de ontdekking van de schoonheid..?!

Hans den Hartog Jager heeft geen gebrek aan energie. Hij schreef romans, het boek Verf en Dit is Nederland, publiceert veel over kunst, schrijft voor NRC Handelsblad, presenteert kunstprogramma’s van de AVRO-televisie en onlangs kwam zijn nieuwste boek uit: Het sublieme. Het einde van de schoonheid en een nieuw begin. En nu is hij ook nog tentoonstellingsmaker. De indrukwekkende tentoonstelling Meer licht in Museum De Fundatie in Zwolle is door hem samengesteld. Boek en tentoonstelling samen zijn een kunstproject geworden waarbij de stelling van de auteur, en als gevolg daarvan zijn uitgesproken keuze, de toeschouwer prikkelt en uitdaagt.

Door Peke Hofman

Met exposities vorig jaar van Marthe Röling en Jeroen Krabbé staat De Fundatie in Zwolle nu niet direct bekend als het meest avontuurlijke museum op het gebied van hedendaagse kunst. De verrassende keuze om Hans den Hartog Jager als gastcurator uit te nodigen is daar een mooie uitzondering op. Vanuit een heel persoonlijke kunsthistorische opvatting ontdekte hij een nieuwe lijn die er simpel gezegd op neer komt dat ‘schoonheid’ weer terug is in de kunst. In zijn boek Het sublieme diept hij dit containerbegrip uit. Voor de oplettende lezer en voor de bezoeker van de expositie ontvouwt zich een boeiend verhaal over de wederopstanding van de schoonheid in de hedendaagse kunst. Zelfs voor mensen die het misschien niet direct eens zijn met de theorie van Den Hartog Jager is de tentoonstelling in Zwolle een bezoek waard. Want dat er bepaalde lijnen, verbanden en fascinerende overeenkomsten zijn tussen de verschillende kunstwerken en kunstenaars staat vast. Er valt dus van alles te ontdekken en eigenlijk begint daar ook het verhaal.

Romantiek

Zo ontdekte Hans den Hartog Jager in de collectie van het museum een prachtige (daar heb je het al) William Turner – de schilder wiens werk als een van de hoogtepunten van de Romantiek wordt beschouwd. Dit schilderij, Wolken en water (ongedateerd), werd het beginpunt van de tentoonstelling.

De Romantiek staat symbool voor de omverwerping van het vastomlijnde klassieke schoonheidsideaal. De romantische kunstenaars kozen voor een individuele vrijheid. De grootsheid van de natuur tegen over de nietigheid van de mens wordt vanuit de individuele emotie verbeeld. Turner liet zich tijdens een storm aan de mast van een schip vastbinden om hierna de meest intense beleving te kunnen creëren. Alles overspoelende krachten en gevaren van de natuur werden onderdeel van deze nieuwe schoonheid. De individuele verbeelding werd steeds vrijer en kon zelfs resulteren in nagenoeg abstracte schilderijen. En de toeschouwer? Die wordt in het werk gezogen; gevoelens van bewondering en van onbehagen strijden om voorrang.

De 20ste eeuw was vooral de eeuw waarin kunstenaars vaak ‘last’ hadden van wat voor schoonheid doorging. De avant-garde wilde af van elke esthetische normering. Kunst moest provoceren (Dada), moest terug naar de oervorm (minimalisme), moest terug naar de bron: het idee (conceptuele kunst), moest shockeren, bevrijden en engageren (Pop Art, Fluxus, Zero etc.), moest terug naar de natuur (Land-art, Arte povera). Voor sommige kunstenaars ging dat zover dat de ‘slechte smaak’ werd gecultiveerd, een soort anti-schoonheid dus. Denk daarbij als eerste denken aan het urinoir van Duchamp en dan via de soepblikken van Warhol tot de etalageporno van Koons. De schoonheidsfunctie van de kunst werd als beperkend ervaren. Het ging er immers niet om mensen te behagen of visueel te strelen. 

Toen Hans den Hartog Jager in de winter van 2004 de spectaculaire installatie van Olafur Eliasson zag in de Turbine Hall van de Tate Modern was hij diep onder de indruk. De intens gele zon, die gedeeltelijk gespiegeld was, een gigantische visuele energiebron, liet niemand onberoerd. Zou de schoonheid terug zijn in de kunst, of was het iets anders, vroeg hij zich af. Met de tentoonstelling in Zwolle geeft hij een antwoord.

Den Hartog Jager koos voor negentien kunstenaars waarvan de meesten een grote mate van ‘schoonheid’ bereiken in hun werk. Niet de klassieke, academische schoonheid of een oppervlakkig esthetisch effect, nee er gebeurt iets wat door Den Hartog Jager ‘subliem’ genoemd wordt. Naar de Griekse schrijver en filosoof Longinus die al onderscheid maakte tussen het ‘sublieme’ en het ‘schone’. Het schone staat dan voor het mooie, het aangename, terwijl het sublieme ook staat voor verrassing, verbijstering en zelfs angst. Het sublieme is dus meer dan de overtreffende trap van schoonheid of ‘mooiheid’. Het moet ook ‘schuren’; er kan gevaar en onrust bij zitten of overweldiging, ongrijpbaarheid of onbeheersbaarheid, gevoelsstaten waar ook kunstenaars in de Romantiek naar zochten. In de tentoonstelling zijn daar een aantal indringende voorbeelden van te zien.

Ontdekkingsreis

De ontdekkingsreis begint met het – relatief kleine – schilderij van Turner waarop een onstuimige zee te zien is die overgaat in een vurige lucht en de contouren van een schip in nood. Meteen daarna volgt een groot geprojecteerd werk van Tacita Dean met de onheilspellende titel Disappearance at Sea. We zien een dovend licht van een vuurtoren door de lenzen die gebruikt worden om het licht te versterken. Dit werk is op zijn beurt weer een verwijzing naar het laatste wapenfeit van Bas Jan Ader; hij vertrok in 1975 vanuit de Verenigde Staten in een veel te klein bootje om vervolgens (waarschijnlijk) nooit meer ergens aan te komen. Het bootje werd bijna een jaar later gevonden voor de kust van Ierland. De foto van zijn vertrek, gemaakt door zijn vrouw, is onderdeel van de tentoonstelling. Net als de zeemansliederen op de achtergrond, die werden gezongen tijdens een tentoonstelling, In Search of the Miraculous, vlak voor zijn vertrek in de Claire Copley Gallery in Los Angeles.  

Lees het hele artikel in Beelden 4#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

Meer licht, Museum de Fundatie, Zwolle, 2 oktober t/m 8 januari 2012

www.museumdefundatie.nl

 

 

 

 

Comments