Middle Gate Geel '13

Een beetje gek 

Dit jaar maakt Jan Hoet zijn laatste tentoonstelling onder de naam Middle Gate Geel ’13. Als adept van deze kunstpaus moet ik er heen. Bovendien heb ik iets met de drie pijlers van deze tentoonstelling: kunst, psychiatrie en mythe. Een beetje gek vind ik Jan Hoet wel. Gek heeft een component van grenzeloosheid en dat heb je nodig om bakens te verzetten. Hoet’s gekte is niets om bang voor te zijn omdat het beteugeld blijft door zijn realiteitszin. “Iedereen draag de gek op zijn nek”, hoorde ik een psychiatrisch verpleegkundige ooit zeggen. Volledige gekte daarentegen beangstigt en dwingt tegelijk respect af. De kunst balanceert al jaren op de bewegelijke grens tussen normaal en abnormaal. Hoet denkt dat het zoeken is naar vrijheid. Ik denk dat de behoefte te choqueren daar een onderdeel van uitmaakt.

Door Astrid Tanis

Choqueren

Middle Gate Geel ’13, is een tentoonstelling verdeeld over vier locaties in Geel (B), waar meer dan 100 kunstenaars aan meedoen. Al op de eerste locatie aan de Markt sta ik oog in oog met een werk van Paul McCarthy, de omstreden kunstenaar die vaak veroordeeld wordt als ‘abnormaal’ in mijn woonstad Rotterdam. Zijn beeld Kabouter Buttplug kreeg Santa Claus daar als bijnaam. Kunstkenners waarderen deze kunstenaar veelal juist vanwege zijn schokkende beelden. Vaak zie je verwijzingen naar uitwerpselen, genitaliën of seks. In het beeld Untitled (Jack) uit 2002 is de donkerrode silicone buste gehavend aan een kant van het gezicht. De lange neus is een penis. Als je dit vanuit de psychiatrie beschouwt, komt de term seksuele obsessie of seksueel ontremd gedrag direct op. De kunstcriticus Robert Hughes signaleert in zijn boek De schok van het nieuwe dat choqueren na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke drive is voor veel kunstenaars. McCarthy is niet gek. Hij weet wat hij doet en hoe hij zijn publiek kan bespelen door verwachtingspatronen te tarten, zijn werk legt de hypocrisie van de Amerikanen bloot. Een beetje gek helpt hier zeker bij. Ik zoek naar de echte gek en vindt er een: Paul Blockx. Ik herken de waanzin niet in zijn tekeningen die hallucinerend psychedelisch aandoen, maar dat zie je meer in de kunst. Het is de zaaltekst, een stukje uit zijn bundel Openbaringen, dat de waanzin toont. Als ik dit lees waan ik mij weer bij de GGZ waar ik diensten deed op een psychiatrische spoedeisende hulp en veelvuldig tegenover mensen zat die het contact met de dagelijkse realiteit kwijt waren in hyperassociatie.

Zowel en paradoxaal

Doctor in de ongelovige, wetende Paranoïde

Schizofrenie

Als gelovig mannelijk hystericus


Licentiaat Toxicomanie, Megalomanie,

Alcoholisme, Depressie

Manie, Dipsomanie, Symbolisch Masochisme,

Erotomanie

 

Goede noties van: Impotentie, Necrofilie,

Zelfmoordneigingen,

Obsessie, Sadistische Sodomie, Slaapwandelen,

Hypermanie en bedplassen

 

Verder enige maar beperkte kennis van de

Teken en dichtkunde.

Paul Blockx uit Openbaringen

Taal

De waanzin uit zich in taal en handelingen maar taal kan waanzin ook mooi relativeren. Tussen de kunstwerken op de tentoonstelling zijn filosofische stellingen op de muur geschreven die in een paar regels dat zeggen waar je zelf nooit de juiste woorden voor vond. Ik lees van Maurice Merleau-Ponty: “Hallucineren betekent in de regel verbeelden, het benutten van de tolerantie van ante predicatieve wereld en onze duizelingwekkende nabijheid met het gehele zijn in een syncretische ervaring”. Onder een stilstaande klok hangt de tekst van Paulo Coelho, “Er is in de wereld niets wat totaal fout is. Zelfs de klok die stil staat, geeft twee keer per dag de juiste tijd aan. Ik denk aan de film Camille Claudel, 1915 van Bruno Dumont (2013), die ik recent zag. Claudel werd opgeborgen door haar familie, maar heeft fantastisch werk gemaakt. Haar werk mis ik op deze tentoonstelling.

Vooroordeel

Waanzin kan je benaderen vanuit het oordeel erover of vanuit de beleving ervan. Het oordeel erover komt overigens voort uit de subjectieve overtuiging van wat normaal is. Veel onwetenden zien kunst als waanzin omdat het niet in hun perceptie van normaal past. Jan Hoet groeide op in een gezin met ‘zottekes’ zoals hij ze noemt. Zijn vader was psychiater en sommige van zijn cliënten woonden bij hun thuis, gek was voor hem gewoon. ‘Identificatie met de doelgroep’ hoorde ik ooit een psychiater zeggen die het normaal vond dat psychiatrisch personeel ook een beetje gek deed. Je kunt je dan beter verbinden met de ongebreidelde creatieve geest van de psychotische medemens. Die identificatie zal Hoet door zijn jeugd bezitten. Waanzin toont ons de bizarre mogelijkheden van de geest. Ik heb de waanzin van nabij gezien. Een schizofrene oom en bipolaire tante boezemden mij als kind angst in door hun gedrogeerde verschijning en de gruwelijke verhalen die ik hoorde over hun psychoses en manies. Later ging ik werken bij de GGZ en kreeg ik de kans mij beter tot psychotische en manische medemensen te verhouden. De waanzin is grotesk in al haar vormen en de overactieve psychotische geest associeert alles aan elkaar en ziet overal tekens en betekenis. Het is grenzeloos en vormloos. Dat is geen kunst. Kunst is vorm, soms zelfs gevormde waanzin. “Iedereen is gek” dacht ik ooit, je hebt een gek deel en een normaal deel. Pas als het gekke deel het gezonde deel overneemt is de waanzin compleet en kan de persoon tegenover je zelfs gevaarlijk worden. Ik ben wel eens aangevallen omdat ik het boze oog zou hebben en in de nacht rituele seksuele handelingen had verricht bij iemand. “Wauw” dacht ik nog “Wat een creatie”. De creatie was voor haar werkelijkheid geworden. Haar medicatie werd verhoogd en twee dagen later bood ze haar excuses aan. Ze had haar mythische creatie onder bedwang en ik kon weer veilig bij haar in de buurt komen. Dit zijn de extremere varianten van gekte. De meeste mensen in onze maatschappij onderdrukken hun gekke deel uit angst voor negatieve vooroordelen. Dat is jammer, zolang jouw creatie een creatie blijft en geen realiteit wordt, is het prima. Hoet is zo’n goede tentoonstellingsmaker omdat hij bij tijd en wijlen gek durft te zijn en niet bang is voor het oordeel van anderen hierover. Jan Hoet heeft veel tentoonstellingen met het werk van Joseph Beuys gemaakt. Ik mis zijn werk hier net als dat van Caudel. Beuys hele oeuvre bestaat uit mythische rituele objecten en handelingen, conceptueel en artistiek gerangschikt. ‘Iedereen is een kunstenaar’, zegt Beuys. Ik denk dat hij gelijk heeft zolang je maar gek durft te zijn. Gekte is vrije associatie en mythevorming, normaal is; je associaties en mythes structureren tot iets wat overdraagbaar is. Als je je vrije associatie structuur geeft ben jij de kunstenaar die Beuys in jou vermoedt.

Horror vacui 

Kunst en waanzin hebben een geschiedenis. Denk maar aan van Van Gogh, Goya en Claudel. Hun waanzinnige deel was op sommige momenten in hun leven te groot, maar ze konden het een artistieke structuur geven waardoor hun kunst alleen maar intrigerender werd. Op de tentoonstelling in Geel zoek ik de waanzin en ik zie de vele gezichten ervan. De Wünderkamer (2013) van Colson Vaast is het beste simulacrum van de psychose dat ik ooit zag. Een donkere gang leidt je naar een ruimte waar muziek en diverse stemmen door elkaar praten, het wordt een zee van geluid waar af en toe flarden van doordringen. De muren zijn bezaaid met allerlei kleine tekeningen waar je betekenis in kan zien. Er is geen houvast. Ik denk aan de keer dat ik een bijscholingscursus over psychoses gaf aan een groep ongemotiveerde politieagenten. Had ik toen dit kunstwerk maar kunnen laten zien. ‘Wonderkamer’ denk ik, voor vele schizofrenen is dit de hel waar ze vreemd genoeg vaak aan gehecht zijn. Ze missen hun stemmen als ze die kwijt raken. Het zijn hun metgezellen in een wereld die hun heeft buitengesloten. Dit werk staat naast het huis waarin Hoet opgroeide. Boven in het huis hangen werken van onze geestelijk gehavende medemensen, namen ontbreken. Horror vacui  is iets wat je bij veel psychiatrische kunstenaars ziet. De vellen papier en doeken zijn tot de randen gevuld met tekeningen en afbeeldingen, niet slecht maar er is ordening nodig om het kunst te laten zijn. Op de zolder staat een installatie van Peter de Cupere. Een enorme tafel met een wijnbad staat in het midden van de ruimte. Het stinkt er zuur naar verschraalde wijn. Videobeelden op de muur tonen een man in een wit pak die gestoord gedrag vertoond, waarin een glas rode wijn en het tafelbad een rol spelen. Hij drinkt, dompelt zich onder, wast zijn voeten, besprenkelt zijn haar. Hij speelt de waanzin en het is geloofwaardig. Net als McCarty vermoed ik dat hij niet gek is, maar koketteert met abnormaal gedrag. 

In de kamer ernaast ligt een doorgezaagde kat in een glazen kist zeer gestructureerd te zijn. Het is van Mark Manders. Ik vind deze kunstenaar soms een beetje overgewaardeerd, maar dit beeld is mooi mystiek versterkt door de locatie. Esthetiek tussen de spinrag van een zolderkamer, een prachtige zolderkamer. Hoet richt altijd zelf in en heeft er gevoel voor. Zijn laatste tentoonstelling, denk ik, en ik hoop dat hij een beetje lijkt op onze Heintje Davids, die steeds weer terugkwam. Maar misschien is dit valse hoop, deze kunstpaus op leeftijd heeft inmiddels te veel pakjes sigaretten weggewerkt. Hij heeft hartproblemen en hersenbloedingen en een coma overleefd, en nog steeds lukt het hem een fantastische tentoonstelling te maken. Dat op zichzelf is al waanzinnig.

Middle Gate Geel ’13, Geel (B), 29 september 2013 t/m 19 januari 2014, www.dewerft.be

 

Comments