Movements

Bewegende beelden

Het eerbiedwaardige Utrechtse Genootschap Kunstliefde teert niet comfortabel op oude roem. Integendeel. In de periode 15 maart tot en met 13 april stond onder de titel ‘Movements’ het thema “beweging” centraal, waarbij het werk van Rob Zimmerman, Rinus Roelofs en Wicher Meursing werd uitgelicht.

Door Geraart Westerink

Naar alle kanten

Willekeurige voorbijgangers of onvoorbereide bezoekers die niet de nieuwsbrief, het persbericht of de website van Kunstliefde onder ogen hebben gehad zal het niet meteen duidelijk zijn wat er zich in de zalen van het Genootschap afspeelt. Een korte inleiding of globale plattegrond ontbreekt en naar een toelichtende tekst is het even zoeken. Bovendien is op de begane grond ook een tentoonstelling met werk van Niek Molenaar te zien die tamelijk geruisloos in Movements overloopt. Voor een deel komen deze bezwaren voort uit de wat onhandige, maar historisch bepaalde vorm van de tentoonstellingsruimte. Bovendien blijkt de opzet van de tentoonstelling na een eerste globale rondgang tamelijk helder.

‘Beweging’ als thema of instrument in de beeldende kunst is eigenlijk van alle tijden en je kunt er veel kanten mee op. Beweging kan worden gesuggereerd of vastgelegd in stilstaande beelden, kan worden opgeroepen door optische suggestie, maar ook daadwerkelijk worden voortgebracht door de werken zelf. Dit laatste verschijnsel als uitgangspunt voor een zelfstandige kunststroming is sinds de jaren zestig en zeventig populair geworden onder de benaming ‘kinetische kunst’, die een brede lading dekt, Beelden kunnen in beweging worden gezet door natuurlijke-, machinale- of lichaamskrachten, maar beweging kan ook (visueel) worden veroorzaakt of aangeduid door optische middelen als LED, video en andere electronische media, die vooral de laatste jaren aan populariteit winnen. Een mooi voorbeeld daarvan is het werk van Erick de Lyon dat in het vorige nummer van Beelden werd belicht, waarbij wind(-richting) en kleur werden verbonden.

Accenten

Het is niet eenvoudig om zo’n breed thema representatief te tonen op één tentoonstelling - als dat al de bedoeling is geweest -  maar ondanks de beperkte keuze voor drie kunstenaars worden er diverse benaderingen van het thema getoond in verschillende materialen en media.

Het meest verwant met de kinetische kunst zoals die in de jaren zestig opkwam is het oeuvre van Wicher Meursing. Er staat een mooi overzicht van opgesteld, grotendeels bestaande uit modellen van werk dat in monumentale vorm is uitgevoerd op verschillende plekken in het land. Het is prettig dat de meeste mogen worden aangeraakt of door middel van een knopje in beweging kunnen worden gezet. Bij Meursing is technische beheersing, zorgvuldige afwerking en compositorisch evenwicht erg belangrijk. De meeste werken bestaan uit verschillende geometrisch gevormde componenten, die op geraffineerde wijze met elkaar verbonden zijn. Die verbindingen, draaipunten of scharnieren bepalen de bewegingsvrijheid. Vaak zijn er meerdere in één werk, of zijn ze zo geavanceerd dat er verschillende tegengestelde bewegingen mogelijk zijn. Een werk van Meursing verandert constant, maar blijft formeel en daardoor toch wat kil en afstandelijk. Deze indruk wordt verzacht door de video waarin de kunstenaar op plezierige, bezonken en overtuigende wijze zijn werk toelicht, waardoor hun meditatieve kant beter naar voren komt.

Bij het werk van Rinus Roelofs is de keuze van de ‘dragers’ het meest divers. Fascinerend is de ‘animatie-klok’, waar verschillende wijzerplaten in een bepaald patroon graduele tijdsverschillen tonen. De driedimensionale objecten zijn boeiender dan de digitale prenten, vooral als er hout aan te pas komt. Beide doen denken “aan moleculenstelsels of scheikundige patronen. Veel draait om ritme en structuren. 

Go Nuts

Knaller, letterlijk en figuurlijk, is het werk van Rob Zimmermann, dat door de gebruikte middelen (LED, video, digitenne, geluid), het meest hedendaags kan worden genoemd, wat niet persé een aanbeveling hoeft te zijn, maar het hier wel is, omdat de keuze functioneel is en niet voortkomt uit een geforceerde neiging tot modern doen. Go Nuts, waarbij twee triltrommels onder oorverdovend kabaal een aantal noten voortbewegen, waarvan er af en toe één op de grond belandt, weet de voorbijgangers in de Nobelstraat moeiteloos naar binnen te lokken. De LED-mast van Bomber toont door heftig heen en weer te zwiepen het in kleur verschietende beeld van een vliegtuig, ongetwijfeld een bommenwerper. Het is aangesloten op 234, een kruisvormig werk in eikenhout, met rode LED-lichtjes, die in frequentie meebewegen met de ‘Bomber’.  Bizar is ook de houten ‘robot’ die twee op- en neergaande tv’s torst. De een toont het beeld van de toeschouwer die wordt gefilmd door een camera in de kop van het wezen. Op de ander trekt langzaam de tekst ‘Testing for human kindness’ voorbij, dat tevens de titel is van het werk. Op het houten lijf zijn fluorescerende stickers geplakt met onder meer hoekige patronen en een ‘alziend oog’. De betekenis is niet altijd duidelijk, maar het zet wel je gedachten in werking en dat is de belangrijkste beweging die beeldende kunst op kan roepen.

Movements, Genootschap Kunstliefde, Utrecht, 15 maart t/m 13 april 2008

www.kunstliefde.nl

Comments