Niet alles is kunst

Niet alles is kunst

Onder de titel 'Niet alles is kunst' verscheen dit jaar een boekje met drie essays van Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan. De onderlinge teksten sluiten goed bij elkaar aan en hebben een wat conservatieve ondertoon.

Door Astrid Tanis

Op de achterflap van het boek staat te lezen wat de indirecte aanleiding van het boekje was. Het betreft hier een kunstwerk dat de Italiaanse kunstenaar Luis Listoni voor de Vinex-locatie Stadshagen in de gemeente Zwolle maakte (zie Beelden 4#2004). Maandenlang stond er een  rood-wit gestreepte circustent waarin de kunstenaar in stilte zou werken aan een kunstwerk. Tijdens de opening  stond er niets anders dan een geluidsinstallatie met de stem van de kunstenaar die de kunst van het weglaten propagandeerde tot de essentie van het niets was bereikt. Op de achterflap van Niet alles is kunst, noemen ze het een grap dat de gemeente € 138.000,- kostte. Deze kennis hebben ze gedistilleerd uit een artikel uit NRC Handelsblad. Helaas is de beschrijving onvolledig omdat het niet om een Italiaanse kunstenaar ging maar om een pseudoniem van de Nederlandse kunstenaar Saskia Korsten. Wat er ook niet bijstaat is dat van de hele gebeurtenis een film werd gemaakt die als kunstwerk overblijft.

Het project van Korsten was er duidelijk een met een hoog conceptueel gehalte en daar moeten de drie schrijvers niet veel van hebben. Dat kan natuurlijk, binnen de kunst hangt het kunstoordeel samen met kennis, persoonlijke smaak en een duidelijke opinie. De smaak en opinie van de drie schrijvers komt duidelijk voort uit een grote voorliefde en uitmuntende kennis van mimetische kunststromingen. Iets waar het modernisme minder van moest hebben en het postmodernisme volledig mee probeerde af te rekenen. ‘Kunst voor het netvlies’ noemde Duchamp het minachtend. Van mening mag je verschillen, maar als je concrete projecten als voorbeeld neemt (zoals dat van Korsten) om het te veroordelen dan kun je niet slechts de helft van het project beschrijven. Deze manipulatie van de werkelijkheid is slechts de achterflap, maar dat straalt wel af op de rest van het boek, en dat is jammer. De waarde van het boek ligt voor mij niet in de strijd tegen het conceptualisme maar eerder in de kennis en het oordeel over de mimetische kunst. Dat deze door de opkomst van het postmodernisme vaak wordt ondergewaardeerd ben ik met de schrijvers eens. Bij Kraaijpoel waardeer ik bovendien zijn heldere manier van schrijven over kunst en zijn weerzin tegen nietszeggend taalgebruik. Kunstschrijvers zijn daar goed in, die mening deel ik met hem.

Diederik Kraaijpoel legt uit wat hij met de term ‘artspeak’ bedoeld. Dit is een manier van praten over kunst waarmee je mensen zand in de ogen kunt strooien. Door de onbegrijpelijkheid van zinsnede en inhoud denkt de gewone man al snel dat het boven zijn pet gaat. Van Kraaijpoel is bekend dat hij een voorliefde heeft voor kunst met een historisch fundament. Ik kan me in veel van zijn overtuigingen vinden. Uiteindelijk is alles smaak waar het omgaat. Volgens mij is het de smaakonzekerheid die ervoor zorgt dat zowel beeldend kunstenaars als kunsthistorici weg komen met talige ‘gebakken lucht’ in de vorm van ‘artspeak’. Kraaijpoel zelf heeft in ieder geval een duidelijke smaak en weet deze helder en onderhoudend te verwoorden.

Willem L. Meijer schreef zijn stuk in één adem voordat hij enkele weken later op vakantie geheel onverwacht overleed. Meijer staat erom bekend dat hij niet altijd positief stond tegenover eigentijdse kunst. Hij vond dat de kunst zich tegen zichzelf keerde door Gods schepping de rug toe te keren.  In zijn essay ‘Moderne kunst en het algemeen betwijfeld vertrouwen in de werkelijkheid’ geeft hij aandacht aan kritiek op de moderne kunst die niet komt uit de hoek van de conservatieven, maar eerder van binnen uit. Een kritische publicatie van de museumdirecteur Julian Spalding geeft steun aan zijn eigen opvattingen dat de moderne en postmoderne kunst alleen maar kon opkomen door censuur te plegen op meer historisch ingebedde kunstuitingen. Meijer schreef een bevlogen stuk.

Als laatste komt Lennaart Allan aan het woord in een stuk onder de titel ‘Een pleidooi voor een herwaardering van de representatietheorie’.  Het stuk begint al zeer humoristisch met anekdotes van kunst die bij het afval belandden omdat de schoonmakers en vuilnismannen het niet als kunst herkenden. Als alles kunst kan zijn, kun je kunst niet meer onderscheiden van een berg afval. Allan ziet de oorzaak ontstaan bij de neo-dadaïsten in de jaren zestig van de vorige eeuw, die de ‘practical jokes’ van Duchamp uitmolken tot op de dag van vandaag. Ook dit essay leest lekker weg. Wat mij betreft ligt de waarde van dit boek in de zelfreflectie die het oplevert, in de vraag die je jezelf kan stellen: “Waar zijn we nu eigenlijk mee bezig en moet je alles maar goed vinden als het onbegrijpelijk overkomt”. Dat is een vraag die zowel kunstenaar, kunstcriticus, conservator en kunsthistoricus zichzelf af en toe moeten stellen om zo de blik scherp te houden en niet te vervallen in smaakonzekerheid. “What you see is what you get” schrijft Kraaijpoel. Daar zit iets van waarde in, maar er is meer. Voor mij is het meer “What you feel is what you get”. Dat wat een kunstwerk met je doet is vaak waarachtiger dan de schijnbewegingen van ‘artspeak’. Een kunstwerk moet je zien staan of voelen en niet aangepraat krijgen door kunstbobo’s die zich verschuilen achter loze woorden.

Als we het dan toch over zien en voelen van kunst hebben dan zie ik bij bijvoorbeeld de schilderijen van Kraaijpoel hele mooie desolate landschappen met heel veel kundigheid gemaakt. “What you see is what you get”-kunst. Een lust voor het netvlies om volop van te genieten. De zogenaamde ‘practical jokes’ van Duchamp daarentegen zijn voor mij onnavolgbaar in hun grootsheid. Meer “What you feel is what you get”-kunst. Ze kwamen als een mokerslag binnen en kunnen me nog steeds tot op het bot beroeren. Moeilijk te evenaren overigens door al die ‘readymake’, en ‘conceptuele’ navolgers die het tot op de dag van vandaag proberen. 

Niet alles is kunst, Diederik Kraaijpoel, Willem L. Meijer en Lennaart Allan, Uitgeverij Aspect, Soesterberg, 2010, ISBN 9059118669

http://www.kunstenpubliekeruimte.nl/werk_595.html

Comments