Oude meesters

Oude meesters. De actualiteit van het gevorderde kunstenaarschap

Door Judith van Beukering

“In de kunstgeschiedenis zie je maar weinig kunstenaars die met pensioen zijn gegaan. Hun drive is te groot,” vertelde Sjoerd Buisman (1948) onlangs in een interview. Zelf denkt hij er al helemaal niet aan om ooit te stoppen: “Het kunstenaarsbestaan is zó leuk… Doorgaan met werken is deels een financiële kwestie, maar heeft vooral te maken met het plezier in het werk.” Voor kunstenaars is hun vak een levensvervulling en een doorlopend leerproces. Op gevorderde leeftijd bereiken kunstenaars vaak meer diepgang in hun werk. Men wordt ook milder voor zichzelf, wat bevrijdend werkt. Toen Armando (1929) zich op eenentachtigjarige leeftijd voor het eerst waagde aan het beschilderen van keramiek zei hij: “Waarom niet?… Wat moet ik anders doen? Naar buiten gaan zitten kijken?” Hoewel jonge talentvolle kunstenaars in onze op vernieuwing gerichte samenleving de meeste aandacht krijgen in de media, ‘in de nek gehijgd worden’ op eindexamenexposities en bedeeld worden met prijzen en subsidies, valt er toch ook een kentering te bespeuren. Er is een groeiende belangstelling voor het werk van kunstenaars die al langer aan een oeuvre bouwen zoals herman de vries en Marina Abramović en jongere generaties zien deze kunstenaars meer en meer als inspirerende voorbeelden. Docent-onderzoeker Leo Delfgaauw schreef voor het Mondriaanfonds een essay over de toenemende interesse en waardering in het gevorderde kunstenaarschap vanaf de mid-career. Hij verkent in zijn essay de achtergrond en de context van deze belangstelling evenals het biografisch leerproces van het gevorderde kunstenaarschap. Dit relateert hij ook aan de algemene belangstelling voor het ouder worden. De waardering voor het gevorderde kunstenaarschap zou beleidsmatig gestimuleerd moeten worden, vindt Delfgaauw. Kunstenaars kunnen namelijk met hun levensloop en loopbaan voor velen inspirerende voorbeelden van ontwikkeling en ontplooiing zijn. Zijn voorstel is om van een grotere groep kunstenaars het oeuvre en de levensloopverhalen te documenteren en te archiveren. Deze kunstenaars zelf worden dan enigszins ontzorgd wat betreft hun nalatenschap en kunstenaars in opleiding kunnen uit dit kenniskapitaal lering trekken en er hun voordeel mee doen. Met hun levensverhalen laten kunstenaars zien dat het ouder worden niet hoeft te leiden tot achteruitgang of het verlies aan mogelijkheden, maar dat het juist kan uitmonden in “een groei van betekenisvolle ervaringsrijkdom, verdiepende uniciteit en specifieke mogelijkheden.”

Oude meesters. De actualiteit van het gevorderde kunstenaarschap, Leo Delfgaauw, Essay 013, Mondriaan Fonds, ISBN 9789076936505

Comments