Paul de Reus

Wolkendeken

De tentoonstelling ‘Wolkendeken’ van Paul de Reus (1963) in het Museum Jan Cunen in Oss bestaat uit sculpturen, tekeningen, foto's en installaties waarin de mens en de alledaagse werkelijkheid centraal staan. De titel van de tentoonstelling refereert aan wolken in verschillende gedaantes. Voor de tentoonstelling zijn beelden en tekeningen geselecteerd waarin ook het reizen, zowel letterlijk als figuurlijk, naar voren komt. Zo vormen, behalve wolken, ook voeten en voetstappen een terugkerend motief.

Door Tine van de Weyer

De beelden van De Reus zijn toegankelijk en symbolisch en vertellen verhalen die direct en nabij zijn. Het is kunst die tegelijkertijd zowel ontroert als vermaakt en die een ongenaakbaare wereld glimlachend ter weging legt. Met relativerende ironie weet De Reus de betrekkelijkheid te laten zien van de dagelijks voorbijsuizende beproevingen. Schlemiele en aandoenlijke helden zijn het die zich op het minst in het diepst van hun gedachten een halfgod wanen.

Wereld

Wereld heet het beeld dat welkom heet bij de entree en waarin een man zijn hoofd vervangen weet door een gigantische bol gevuld met iets waarvan we vermoeden dat het hersenen kunnen zijn. Links en rechts zwemt een oog, een neus, een oor of ander onderdeel van het gezicht voorbij. De suggestie: in werkelijkheid heb ik als mens niets te zeggen maar in een hedendaags narcistisch wereldbeeld ben ik in elk geval de illusoire spil van het universum en heer en meester van wat er om me heen gebeurd. Het is merkwaardig hoe je je als kijker kunt identificeren met de personages die Paul de Reus weet neer te zetten. Want net bekomen van de schrik dat je wellicht ook hoort tot de categorie van megalomanen zoals in het voornoemde Wereld, sta je in een volgende ruimte oog in oog met Landloper (Hobo) waarin onbekommerd consuminderen als hedendaags ideaal het rafelige decor vormt van een leven zonder economische noodzaak of verantwoordelijkheid. De gekoesterde randfiguur als ideale antiheld in een wereld waarin maatschappelijk gewin de hoogste status heeft. Zijn grijnzende bakkes hangend in rafelige touwen van het eigen kleed , alle ballast verdwenen, vormt het sculptuur een schitterend metafoor voor een volstrekte vorm van autarkisch leven. Wellicht weet hij de gedepriveerde burger een gevoel van vrolijke overmoed te geven om in crisistijd argeloos en lichtvoetig over de eigen schaduw heen te springen.

Lees meer in Beelden 1#2010. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan. 

Comments