Peter Zegveld

Kunst Theater

Peter Zegveld werd min of meer toevallig ook beeldend kunstenaar, vertelt hij in een interview met Herman Baljet in Beelden 3#2000. In de jaren tachtig speelde hij in een Punk Band, die ook welkom bleek in kunstenaarsinitiatieven als Aorta, De Fabriek en W 139. Daarmee kreeg hij toegang tot de kunstwereld en begon met het maken van beelden. Hij kwam onder de hoede van Galerie Nouvelles Images in Den Haag. Vervolgens drong hij snel door bij musea voor tentoonstellingen en aankopen. Nu heeft hij voor het eerst na lange tijd weer een solotentoonstelling. Museum Waterland in Purmerend nam het initiatief. De suppoost, die de machines voor me aanzet, kent Zegveld nog van zijn optredens in een club in Edam. Ze bewondert de geheimzinnige sfeer die hij in Purmerend heeft weten neer te zetten. Het blijft theater, concluderen we allebei.

Door Ans van Berkum

De weg

Van de muziek naar de kunst en vandaar uit weer naar het theater is niet onlogisch. Zegveld deed in 1984 een project voor De Appel in Amsterdam, waarvoor hij een stuk Rijksweg in aanleg ter beschikking kreeg bij Almere. Hij noemde het werk Dynamica Tumultus. De weg werd het podium waarop hij auto’s voorbij liet razen met een snelheid van 180 km per uur. Tussen autoparcours en publiek had Zegveld een koor en een orkest met veel gitaren opgesteld. De uitvoerenden werden door hem opgezweept om vanuit een monotoon en homogeen geluid uiteindelijk in een kakofonie van schreeuwen uit te barsten. Een heerlijke ontlading.

Sindsdien zijn bewegingsloze, stille beelden een uitzondering in zijn werk. In Almere staat op een geluidswal bij de literatuurwijk zijn zogenaamde schrijverskanon. Uiteraard een verwijzing naar de verdedigingswerken rondom oude stadskernen, waarop kanonnen stonden. Zegveld maakt hier de pen tot een wapen waarmee aanvallen van buiten het hoofd kunnen worden geboden. Een leuke suggestie voor Almeerders en anderen, die nogal eens het voorwerp zijn van bevooroordeelde kritiek. In Apeldoorn maakte hij bewegende spoorbomen die uit de silhouetten van twee hoofden en twee handen bestaan. Zodra er een trein over de brug rijdt gaan de koppen knipogen en de handen zwaaien. De trein van cortenstaal die geplaatst werd bij een carpoolplek in Barneveld staat weer stil, en suggereert niet eens beweging. Hij is op een sympathieke manier lomp. Qua beeldtaal en idee een beetje een zijspoor in zijn oeuvre.

Kunst-toneel

In Museum Waterland heeft hij twee zalen ingericht die helemaal Zegveld zijn. Eén zaal is gevuld met losse werken. Daar staat een machine van een wit geëmailleerde kop met twee vuisten. Het lichaam is weggelaten, maar de delen horen ontegenzeggelijk bij één figuur. Op onverwachte momenten timmeren de vuisten de kop in elkaar. Geen adequatere manier om zelfverwijt te verbeelden. Achter een groot scherm is een machine opgesteld die wat stalen elementen in beweging brengt. Een schijnwerper transformeert de delen op een groot scherm tot een samenhangende schaduw van een hollend meisje. Een enorme stalen doos, die langzaam omhoog rijst, produceert om de drie minuten een helse klap. In een hoek staat een machine die het irritante geluid van paardenhoeven laat horen. Dan kom je boven in een zaal vol schaduwbeelden, voortgebracht door machines die ook allerlei geluiden produceren. Een magisch theater. Een busje met mensen glijdt over de muur. De schaduwen van twee gezichten die verschrikkelijk met elkaar aan het bekvechten zijn, nemen van tijd tot tijd een hele muur in beslag. Overal kwetteren vogels. Hoog tegen een wand hangt een spookje, dat blijft bewegen door een wapperend machientje dat ervoor hangt. Het is allemaal heel ingenieus en wat het oplevert is een groots kunst-toneel vol zwartgalligheid.

Lees het hele artikel in Beelden 4#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

Peter Zegveld, Museum Waterland, Purmerend, 8 oktober t/m 20 november 2011

Comments