Piet Slegers

Piet Slegers

Het ontwerpen van de voorzittershamer voor de Commissaris van de Koningin in 1958 vormt vijftig jaar later een directe aanleiding om het oeuvre van beeldhouwer Piet Slegers onder de aandacht te brengen van het publiek middels een tentoonstelling in het Huis der Provincie in Arnhem. Overbodig wellicht voor een kunstenaar, die zo zeer zijn stempel gedrukt heeft op de openbare ruimte.

Door Antonie den Ridder

Het klinkt wat al te zeer als een dubieus compliment, maar de aanwezigheid van de beelden van Piet Slegers hebben in de regio Gelderland iets onvermijdbaars. Eerst leer je de beelden kennen en vaak pas veel later benoem je de maker ervan en ontstaat de verwondering over de uitgebreidheid van diens oeuvre. Op een standaardtochtje naar het heilige der heiligen van de klassiek-moderne kunst, het Kröller-Müller Museum op de Veluwe, passeer ik allereerst bij de afslag in Ede de monumentale boog van roestvrij staal, Ontmoetingsteken (1989-1990). Bij het museum aangekomen tref ik aan de voorzijde van het gebouw het Landschapszonneproject (1979) aan, waarin het gazon opgetild lijkt te worden door de strakke vormen van roestvrij staal. Wanneer ik de auto later goedkoop wil parkeren in Arnhem, doe ik dat tegenover de Drie Zonnepijlen (1970) nabij de Academie voor Beeldende Kunsten aldaar. Drie beelden van Piet Slegers, drie tekens in het landschap, die door gewenning vertrouwde herkenningspunten zijn geworden. Verspreid over het gehele land getuigen de in opdracht gemaakte beelden, hoezeer de in het Brabantse plaatsje Mierlo geboren beeldhouwer zijn stempel op de buitenwereld heeft kunnen plaatsen. Een buitenwereld overigens, die hij mede door zijn persoonlijke wordingsgeschiedenis altijd met gepast of ongepast wantrouwen is blijven bejegenen.

Bloeiende beeldhouwkunst

Nu is het bestaan anno 1923 in het Noord-Brabantse Mierlo, getuige de anekdotes van Slegers, allesbehalve een lolletje. Een groot gezin in een dynastie van klompenmakers en huisschilders afgezet tegen het armoedige decor van crisistijden. Een leesblinde knaap, die het onderwijssysteem van die dagen enkel kon ervaren als een niet al te verfijnde vorm van kindermishandeling. Dan kun je wel een artistieke aanleg hebben en uiteindelijk op de kunstnijverheidsschool 'Genootschap Kunstoefening' in Arnhem belanden. Je kunt uiteindelijk een gevierd kunstenaar worden met opdrachten in het gehele land en wonen in een Rietveldhuis in Velp maar het blijft aanmodderen met die Brabantse wortels. Aanvankelijk door mensen met ‘u’ aan te spreken en zo afstand te scheppen. Maar ook door het maken van kunst op te vatten als een zeer persoonlijke levensbehoefte en deze activiteit te richten op grote, abstracte begrippen als oerkracht, groei en ruimte. “Je moet beeldhouwen, zoals een bloem bloeit” stelt Slegers poëtisch. Maar bloemen bloeien sprakeloos en zonder gehinderd te worden door keuzevrijheid. En juist die vrijheid wordt door Slegers nu net gezien als een belangrijke voorwaarde in leven en werk. Omringd door tijdgenoten als Wessel Couzijn, Carel Visser, Carel Kneulman, André Volten en Shinkichi Tajiri leverde Slegers een belangrijke bijdrage aan de opleving van de beeldhouwkunst in Nederland gedurende de tweede helft van de vorige eeuw. Maar zijn beelden ontstonden niet vanuit betrokkenheid bij de politieke en sociale omstandigheden van zijn tijd en evenmin als verbeelding van een strikt individuele visie op de wereld, zoals we die bij latere generaties beeldhouwers tegenkomen. Maar dat geeft ze nu misschien wel bij uitstek het vermogen om zich als tijdloze tekens in de openbare ruimte te nestelen.

Ontbrekende hamer

In een overzicht van het oeuvre van de beeldhouwer Piet Slegers mogen de grote projecten niet ontbreken. Fascinatie voor de grootsheid en de dynamiek van de natuur in combinatie met een gevoelig oog voor de mogelijkheden van beeldende interventies in die natuurlijke gegevenheden, leidde tot een werk als Aardzee (1976-1982) bij Zeewolde, die tot één van de meest succesvolle manifestaties van Land Art in Nederland wordt gerekend. Maar in de expositie in het Huis der Provincie in Arnhem ligt de aandacht hoofdzakelijk bij zijn recentere werken, waarin ronddraaiende dynamiek en de werking van het licht centraal staan. Gipssculpturen, die als wolken bijna gewichtloos door de ruimte lijken te zweven. Een belangrijk deel van de expositie is gewijd aan de sculptuur als woning, Ontwerp Woonsculptuur (2003). Een aantal maquettes geeft inhoud aan de droom van Slegers om in zijn eigen sculpturen te leven. Dat is natuurlijk de ultieme manier om je terug te trekken in het veilige bastion van je kunstenaarsschap. Jammer is wel dat de door Slegers ontworpen voorzittershamer, die toch aanleiding heette te zijn voor deze tentoonstelling, nu net de grote afwezige was in deze presentatie.

Piet Slegers, 18 december 2008 t/m 18 januari 2009, Huis der Provincie, Arnhem

 

 

 

 

 

 

Comments