Pieter Engels

Pieter Engels

Een deconstructivist van het eerste uur

Franck Gribling sprak onderstaande tekst uit bij de tentoonstelling Pieter Engels. A random choice of works. 1960 – 2010 in LOCUS SOLUS, Pourbusstraat 14, Antwerpen, 27 januari t/m 13 maart 2011

Pieter Engels en ik kennen elkaar langer dan vandaag. Ik ben naar het schijnt al vanaf het eind van de jaren vijftig op zijn netvlies verschenen toen hij als jong kunstenaar naar Amsterdam kwam, op de toen zeer conservatieve Rijksacademie en aansluiting zocht bij de avantgarde. Ik leerde zijn werk pas kennen in de Galerie van Dolly Melchers aan de Amsterdamse Prinsengracht 845 waar ik in die tijd ook mijn Taktielen exposeerde. Ik was zeer geimponeerd door zijn herstelde objecten en prototypes, die op een gegeven moment permanent in een goud gespoten ruimte te zien waren. Hij presenteerde zich niet als een ouderwetse kunstenaar, maar als een goed georganiseerde organisatie, EPO, de Engels Product Organisation, compleet met een fictieve Salesmanager, zijn alterego Simon Es. De wortels van zijn kunst en die van mij lagen in de Informele materieschilderkunst van de jaren vijftig, zoals U zelf kunt constateren op deze tentoonstelling, een vervolg op  MATERIA PRIMA die helemaal gewijd was aan de Informele kunst. In de Informele kunst werd gebroken met de traditionele schilderkunst. Toen werd de basis gelegd van de vrijheid van de jaren zestig. Voor Pieter Engels betekende dit dat hij gebruikmakend van de nieuwste middelen deze meteen problematiseerde. Als geen ander wist hij de gebruikelijke orde te doorbreken,  kapot te maken en zó opnieuw in elkaar te zetten dat er iets ontstond dat nooit eerder te zien was geweest.

In dat opzicht waren zijn ‘herstelde’ stoelen en ‘bad constructed canvases’ een eye opener. Al zijn werk is in feite een deconstructie van wat wij gewend zijn te accepteren als de dagelijkse werkelijkheid, of het nu gaat om de dingen om ons heen, de taal of de manier om waarden uit te wisselen, kunstwaarde en geldwaarde. In die zin was hij een Deconstructivist voordat het aan Derrida onleende begrip onder architecten als Tschumi, Eisenman, Koolhaas en CoopHimmelblau populair werd. Op een onnavolgbare wijze en met een groot gevoel voor humor weet Engels in zijn werk zekerheden te ondermijnen. Gebruik makend van de slimste reclamemiddelen en slogans ondergraaft hij daarmee juist de wereld waar deze aan ontleend zijn en waar hij zich schijnbaar mee lijkt te indentificeren. Uiteindelijk leidt dit tot regelrechte aanvallen op de middelmatigheid van de massacommunicatie en de virtualiteit van de economie. Zo richtte hij in 1976 een ‘Brain squad against masscommunication and mediocrity’ op. De betrekkelijkheid  en virtualiteit  van geld en economie, kortom van onze waardesystemen, wordt in zijn werk aan de orde gesteld.

Misvatting

Het is een grote misvatting om Engels te zien als voorloper van de bij kunstvijandige politici zo populaire ‘Kunstenaar als ondernemer’. Dat miskent volledig het subversieve karakter van zijn kunst en de dubbele bodem. Engels gebruikt het marktmechanisme niet zoals kunstenaars als Damian Hirst en Jeff Koons dat zo handig doen. Hij deconstrueert het van binnen uit als een soort undercover agent, een Richard Wallraff in de kunstwereld. Dat is een werkwijze waar vandaag meer dan ooit behoefte is. Het doorprikken van zekerheden is geen overbodige luxe. Tegelijkertijd blijft hij zoals zijn virtuose tekeningen en perfect gemaakte objecten laten zien, bij uitstek een visueel begaafde beeldend kunstenaar, een homo faber die een persoonlijk stempel drukt op alles wat hij maakt of doet. De recente  ‘Artless’ commentaren op het kunstwerk zijn daar geen uitzondering op. Zoals gewoonlijk weet Engels daarin een perfect evenwicht te bereiken tussen kunst en kunstloosheid. De destructie levert voortdurend nieuwe beelden op die bij blijven. Hij mag dan ‘Style as dogma’ as ‘the vehicle of standstill’ beschouwen, hij ontkomt er niet aan dat hij een onmiskenbaar eigen styl heeft.

Comments