Play

Play. Spelen met kunst

 

Ik lees het boek Tijdverspilling: Autobiografie van de Oostenrijkse filosoof Paul Fayerabend. Hij stelt dat wetenschappers op moeten houden serieus te argumenteren. Nee, De spot is veel effectiever en nog leuk ook’. De opmerking stuurt mijn gedachten richting kunst en de vele kunstenaars en kunsthistorici die om een werk te beschrijven graag veel serieuze woorden en omschrijvingen gebruiken. Bij dit soort ‘opgeblazenheid’ kijken mijn partner en ik elkaar altijd even betekenisvol aan, “Daar heb je er weer zo een die met holle woorden strooit om te verhullen dat er eigenlijk weinig te zeggen valt”Kunst kan je niet beschrijven maar die moet je ervaren, de ervaring kan je vervolgens wel beschrijven en dat mag best wat meer in Jip en Janneke taal. 

 

Door Astrid Tanis


De bovenstaande gedachte lijkt een voorbode voor de tentoonstelling die ik een paar dagen later bezoek in het Belgische Kortrijk.De simpele titel Play klinkt‘ down to earth’ en past prima bij de werken die ik hier tegenkomPlay lijkt de spot te drijven met de te serieuze kunst achter koorden en kettingen met bordjes erbij ‘niet aanraken’. Met de kunstwerken hier mag je spelen, je kan je erin onderdompelen of relaxen. Speciaal voor deze voorbezichtiging rekruteerde de stad een groep kinderen. Ze mochten voordoen hoe je lol kan hebben met kunst. Verfrissend zo’n tentoonstelling vol vrolijke levendigheid. Het betreft geen kleine tentoonstelling en er zijn voldoende bekende internationale namen om de tentoonstelling een globaliserende uitstraling te geven. Veertig kunstenaars uit 18 landen brengen zestig kunstwerken op 16 binnen- en buitenlocaties in de stadOp de persopening begeleidt een van de curatoren, Hilde Teerlinck, ons in een sneltreinvaart langs kunstwerken, de burgemeester wil alles zien voordat hij naar een volgende vergadering moet. Dat zorgt ervoor dat er zich al snel groepjes afsplitsen. Op andere plekken ontmoeten we elkaar weer en gaan we als grote groep verder. Een van de plekken is de exorbitante grote huiskamer van Pipilotti Rist in de Budafabriek. Het blijkt een hangplek voor de burgermeester om even bij te komen van zijn haastige gang langs andere kunstwerken. Dat was een hele klim voor hem om daar op te komen denk ik. De relatief lange burgervader lijkt een kabouter in deze huiskamer die gemaakt lijkt voor een reus. 

 

Aanwezigheid

Gavin Turk uit Groot Brittannië, eveneens aanwezig op de persopening, baart opzien met zijn opvallende kleding en snor. Hij herinnert mij aan mijn jeugd waarin mijn vader regelmatig beweerde dat de Engelsman de slechts geklede man ter wereld was. Engelsen combineerden toen alle soorten ruitjesstoffen met elkaar. Mijn vader was een wereldreiziger die maar soms thuis was, dus hij kon dat in onze kinderogen weten. Het kunstwerk van Turk bestaat uit een partij fietsen met de titel Les Bikes de Bois Rond. Hij brengt hiermee een speelse hommage aan de kunstenaar André Cadere. Deze bijzondere kunstenaar leefde heel kort, van 1934 tot 1978. Zijn werk bestond uit het continu meedragen van een in kleuren geschilderde ronde stok. Dit maakte hem onderdeel van het kunstwerk. De stokken werden niet tentoongesteld omdat ze zonder hem geen kunstfunctie hadden en na zijn dood vertegenwoordigen de stokken hoofdzakelijk het grote gemis van de drager. De fietsen van Turk dragen de kleuren van de stokken van Cadere en als je erop wegrijdt ben je even onderdeel van een kleurrijke hommage. Turk valt de rest van de rondleiding op door zijn betrokkenheid bij andere kunstwerken. Hij speelt elk spel mee in de kunst, net als de Nederlandse kunstenaar Mark Bijl. Het blijkt een beetje moeilijk om foto’s van de kunstwerken te nemen zonder dat een van de twee constant erbij staan. Bijl’s werk valt hier een beetje uit de toon. De zwarte met epoxyhars overgoten vrouwfiguur lijkt zo uit een gewelddadige game gestapt te zijn. Het mist de lichtvoetigheid van veel van de andere werken hier. Bijl werkt veel met zwart en verwijzingen naar de massacultuur en kunstgeschiedenis. Dat geeft het werk een wat zwaardere lading voor mij, zeker niet slecht, maar anders. Zijn werk staat vlak naast het werk van Erwin Wurm uit Oostenrijk. Het werk van Wurm betekende voor mij een van de hoogtepunten van de laatste Biënnale in Venetië waar zijn werk ook uitnodigde tot interactie. De interactie heeft een duidelijke lichamelijke component. Hoe kan je je lichamelijk op bijzondere manieren verhouden tot de kunst. Op verschillende grote witte sokkels liggen attributen en instructies over wat bezoekers ermee kunnen doen. Door de instructies te volgen maak je jezelf tot een van zijn sculpturen. Je kan liggen op tennisballen of samen met een ander persoon je verbinden met elkaar door attributen te klemmen tussen twee lichamen. Je kan stil zitten en je ademinhouden terwijl je aan Spinoza denkt of een schoen op je hoofd plaatsen en stil staan zodat deze niet valt. Ik zie veel mensen die dit spontaan proberen. 

 

Verlangen

Buiten schijn de zon en dat maakt dit tentoonstellingsbezoek extra vrolijk. Ik zie veel bezoekers kunstwerken uitproberen. Sommige werken zou ik in mijn jongere, meer overmoedige jaren, zeker geprobeerd hebben. Jennifer Rubell uit de Verenigde Staten zette op de Grote Markt een enorm bed neer waarvan het matras een springkussen is. Kinderen huppelen er joelend overheen en sommige jong volwassenen mengen zich er vrolijk tussen. Ondanks de spreuk van George Bernard Shaw ‘We don’t stop playing because we grow old; we grow old because we stop playing’ die ik ergens op een muur lees en waar ik het gedeeltelijk mee eens ben, lijkt het me niet verstandig om mij met mijn zestigplusjaren in het gewoel te storten. Ik hou het op verlangend kijken. Hetzelfde doe ik bij het kunstwerk van Piero Goliauit Italië die mensen uitnodigt uit een raam van de Broeitoren te springen. Je komt neer op een zachte berg materiaal. Het lijkt gevuld met lucht. Ook hier zijn het hoofdzakelijk mensen tot een jaar of veertig die springen en de rest kijkt met verlangende pretoogjes toe. Om bij de sprong te komen moet je eerst door het kunstwerk van Martin Creed waden. Creed houdt niet van reizen kan ik me herinneren uit een beschrijving bij een tentoonstelling in Museum Voorlinden in Wassenaar. Ook bij hem zie je een vreemde manier van kleden met diverse ruitstoffen die zo duidelijk bij het Engelse erfgoed hoort. In Museum Voorlinden werd van ons gevraagd door een zee van blauwe ballonnen te waden. Hier zijn het groene ballonnen en het werkt net zo vervreemdend. Het maakt van deze kunstenaar niet de ballonenman. Daarvoor is hij te veelzijdig. In 2001 ontving hij terecht de Turnerprijs. Zijn werk had altijd al iets speels en draagt een mooie combinatie van serieus en vermakelijk. 

 

Teveel goeds

Deze tentoonstelling biedt eigenlijk teveel goeds om op te noemen in een recensie van twee pagina’s. Ik moet teveel buiten beschouwing laten. Wel noem ik Priscilla Mongedie op het Nelson Mandela Plein een voetbalveld nabouwde. Bij voetbalvelden van gerenommeerde clubs mag er nog geen grassprietje verkeerd liggen. Op deze Soccer Pitchrennen kinderen joelend achter een bal aan die een eigen weg kiest over het extreem hobbelige veld dat bestaat uit vele kleine heuvels. De kinderen hebben er lol in. Ook noem ik het werk van Leo Copers kort; je schuldig voelen over iets waar je uit schaamte niet over spreekt, hebben veel mensen. Om deze schuldigen een beetje te helpen bouwde de kunstenaar een kleine gevangenis waar je voor één euro een straf voor vijf minuten kan kopen om boete te doen. Volgens de kunstenaar kan dat nuttig zijn nu het geloof en de biecht nog zelden verlossing brengen.  

 

Als ik even later op een van de felrode banken van Jeppe Hein uit Denemarken ga zitten die op de Broeikaai staan, voel ik mij voldaan. Ik heb een hoop gezien en dat niet alleen, ik heb kunst beleefd en gezien hoe andere mensen kunst vol overgave durven te beleven. Ik zie hoe andere mensen lachen om de banken die er vrolijk uitzien in de zon en waarop ze vreemde houdingen mogen aannemen. De hele tentoonstelling bedenk ik mij nu, zag ik veel lachende gezichten. De serieuze plechtige houding ontbreekt hier. Ik denk aan de veel te jong gestorven kunstenaar André Cadere waaraan Turk met zijn fietsen een ode brengt. Cadere had moeite met de manier waarop de kunstwereld zichzelf belangrijker voordeed dan het was. Ik herken deze ergenis, kunstenaars die zichzelf verheffen als bijzonder en hun kunstwerken beschermen met bordjes ‘niet aankomen’ en verwachten dat er hooguit bewonderende fluisteringen klinken op tentoonstellingen. Van dit alles niets hier. Hier beleef je kunst als een spel waarvan iedereen onderdeel mag zijn en waarbij een schaterlach mag klinken. Ondanks dat heeft het niet de oppervlakkigheid van een pretpark. Het nodigt uit tot spel en nadenken, een prima combinatie voor een geslaagde dag.

 

Play, Kortrijk (B), 23 juni t/m 11 november 2018, www.playkortrijk.be

 

Comments