Poëzie Brugge

Poëzie in dubbeltijd – een kleine ritselende revolutie

“Ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af en ik val en ik ruis en ik zing”. Met dit citaat van Lucebert heeft Gwy Mandelinck, die meer dan een kwart eeuw curator was van de Poëziezomers in Watou, zich zelf een opdracht gegeven. De opdracht om een bescheiden revolutie te ontketenen in Brugge, een stad waar weinig experimenteels gebeurt. Hoe heeft Mandelinck dit willen doen? En is het concept van dit nieuwe project voor herhaling vatbaar? In dit artikel verkent de auteur deze vragen en maakt daarbij ook een vergelijking tussen de Poëziezomers in Watou en het Brugse project, dat in de dubbeltijd - winter en lente - plaatsvindt.

Door Judith van Beukering

Een verloren hoek

Wat de projecten in Watou en Brugge met elkaar verbindt, is de combinatie van poëzie en beeldende kunst. Het project in Watou strekt zich uit over diverse locaties, langs een gemakkelijk te wandelen traject (zie Beelden 3#2009). De settings van Watou en Brugge verschillen sterk van elkaar.Watou is een dorp in West Vlaanderen waar voor een bezoeker buiten de poëzie en kunst weinig afleiding is. Of het moet de ‘kraai met groentjes’ zijn die er op het menu staat. De tentoonstellingslocaties worden, met uitzondering van de kerk, helemaal vrijgemaakt voor het jaarlijkse evenement. Dan Brugge; de stad is door de Unesco uitgeroepen tot werelderfgoed. Het is een mooie oude stad, eigenlijk iets te mooi, met veel bezienswaardigheden. Gwy Mandelinck heeft zijn vizier gericht op een minder toeristisch gebied, namelijk de Sint-Annawijk ook wel ‘de verloren hoek’ genoemd. Aan de buitenrand houden de verharde wegen zelfs op te bestaan en veranderen in zandpaden. In musea, kerken en instituten heeft men ruimte gemaakt voor een kleine ritselende revolutie. De eigen collecties en interieurs zijn gebleven en spelen - gewild of ongewild - een belangrijke rol voor de bezoeker en de kunstwerken.

Lees meer in Beelden 1#2010. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan. 

Comments