Redactioneel 1#2016

Redactioneel 1#2016

De aandacht voor (de veranderende rol van) de kunstkritiek lijkt zeer actueel als je kijkt naar hoeveel instituties er de laatste tijd aandacht aan besteden. Niet vreemd natuurlijk in deze tijd waarin een aantal kunstbladen het loodje hebben gelegd en dag- en opiniebladen minder aandacht aan kunstkritiek besteden. De kunstkritiek dient haar rol te heroverwegen in dit tijdperk. De AICA, de internationale vereniging van kunstcritici, hield op 22 januari jl. in het Stedelijk Museum in Amsterdam het symposium Het Nieuwe Netwerk over netwerken in de digitale ruimte ten aanzien van kunst en kunstkritiek. Vragen over de status en veranderende wijze van communicatie in het digitale tijdperk kwamen aan de orde. Een van de sprekers was Thijs Lijster. Hij is ook een van de vier schrijvers van Spaces for Criticism. Deze essaybundel gaat over de toekomst van kunstkritiek in het digitale tijdperk en onderzoekt nieuwe manieren en plaatsen waar kunstcritici de dialoog aan kunnen gaan met het publiek. Je kunt een bespreking van deze bundel lezen in onze boekenrubriek.

Tijdens dit schrijven lees ik dat het nieuwe nummer van Boekman onder de titel De nieuwe kunstkritiek zijn licht laat schijnen over twee trends; de traditionele criticus van het (papieren) dag- of weekblad verliest terrein en ten tweede de kunstkritiek die vooral op het internet haar vleugels uitslaat. Dit doet ze in een veelheid van vormen, zoals: vlog, blog, podcast, longread en tweet.

Doordat er minder recensies op papier te lezen zijn, dwingt dat je om vaker informatie te zoeken op internet. Echter veel internetbijdragen ontstijgen het niveau van een oppervlakkige beschrijving niet. Veel mensen hebben een persoonlijke mening, ook de criticus onkomt daar niet aan. Echter kunstkritiek is een vak apart en hier zie je vaak dat de persoonlijke mening diepgang en leesbaarheid krijgt door gedegen achtergrondkennis, solide argumentatie en beeldende schrijfvaardigheden. Echte kunstkritiek heeft bepaalde basiskenmerken die verband houden met de positie die de kunstwerken innemen in het actuele kunstdiscours en kunsthistorische perspectief. Een goede criticus is hiervan op de hoogte en ziet verbanden en geeft achtergrondinformatie. De lezer kijkt mee door de ogen van de criticus die een kunstwerk in geschreven vorm tot leven wekt, zelfs al ben je het niet met de schrijver eens.

Ondanks de soms belabberde schrijfsels op internet, is het tegelijk een zegen en kom je er naast de oppervakkige onzin ook vaak echte pareltjes tegen. Googelend naar informatie over het symposium Het Nieuwe Netwerk ontdekte ik de website/blog van Saskia Monshouwer. Ik las haar gedachten over deze lezing (en nog een andere die zij bezocht) en haar bespreking van Spaces for Criticism. Goede stukken die ik zonder internet met haar zoekmachines waarschijnlijk niet had kunnen ontdekken. Internet is een bron voor informatie, maar je moet er wel het kaf van het koren scheiden.

Aansluitend op het uitkomen van Boekman #106 vond op 22 maart jl. de lezing Hoe kritisch is de kunstkritiek plaats. De organisatie was in handen van de Boekmanstichting, het Instituut voor Netwerkcultuur, Domein voor Kunstkritiek, SSBA Salon en Valiz/Universiteit Groningen onderzoeksgroep Arts in Society. In het volgende nummer van Beelden besteden we hier aandacht aan.

In dit nummer zetten wij de rubriek ‘Kunst in de provincie’ voort met Zuid-Holland. Daar Zuid-Holland een provincie is met veel kunstinstellingen is besloten om voor deze provincie en straks ook Noord-Holland de rubriek te splitsen in binnen en buiten. In dit nummer aandacht voor de instellingen binnen en in het volgende nummer voor de beeldentuinen cq parken.

John Blaak

 

 

Comments