Redactioneel 4#2019

Redactioneel 4#2019


Het begint bijna een traditie te worden om zo rond het eind van het jaar lichtkunsttentoonstellingen in de open lucht te organiseren.

Als dit nummer uitkomt, zijn we rond de donkere dagen rond Kerstmis. Een aantal tentoonstellingen geven licht in deze periode. Afgelopen weken vonden reeds de Lichtkunstfestivals Glow in Eindhoven, Parklicht in Amsterdam en Winterlicht in Schiedam plaats. Als u dit gemist heeft, kunt u nog tot half januari van het Amsterdam Light Festival genieten. Het thema van deze, inmiddels achtste editie, is Disrupt! Met deze tentoonstelling wil de organisatie Amsterdam wakker schudden. Ik vraag mij af of dit wel nodig is in een zo bruisende, dynamische stad.

In dit nummer nog meer aandacht voor lichtkunst. Tamar Frank wordt in de rubriek ‘Het atelier’ belicht. Zij heeft de afgelopen jaren een aantal opmerkelijke lichtkunstwerken gerealiseerd. Daarnaast bespreken wij de tentoonstelling Presence van Daan Roosegaarde in het Groninger Museum. Licht en lichtgevoelige elementen spelen een grote rol in deze installatie waar de bezoeker interactief aan kan deelnemen. 

Verder besteden wij in dit nummer aandacht aan tentoonstellingen van een aantal bekende en minder bekende kunstenaars, w.o. Constantin Brancusi, Niki de Saint Phalle, Paloma Varga Weisz, Eja Siepman van den Berg, Tanja Smeets en Mariëlle van den Berg. Interessant zijn ook de groepstentoonstellingen A Provisional Legacy in Brugge, Gewoon bijzonder (Bijzonder gewoon) in Delft en Sign of the Times in Oss.   

 

Vorige maand verscheen het boek Kunstenaars gaan niet met pensioen. In twee eerdere delen, Rijk ben ik er niet van geworden (1997) en Zestig Plus+ (2007) zijn Rotterdamse kunstenaars, geboren tussen 1903 en 1947, geïnterviewd. Dit derde deel beschrijft de generatie die hierna geboren is. Ik vind Kunstenaars gaan niet met pensioen een mooie titel en het slaat de spijker op de kop. In principe blijven kunstenaars doorwerken, omdat dat in hen zit. Zij kunnen cq willen niet stoppen met hun creatieve werk. Het doet mij denken aan mijn vader die op zijn 57,5 jaar met de VUT mocht. De VUT was een mooie regeling indertijd om de doorstroming van jonge mensen te bevorderen. Mijn vader was sleepbootkapitein en de eerste jaren na zijn vervroegde pensionering had hij er moeite mee om zijn draai te vinden. Kunstenaars stoppen niet met werken als zij 65 jaar zijn geworden. Zij gaan door met zoeken, uitproberen, denken, lezen en tentoonstellingen bezoeken. Hun werk is (een deel van) hun leven. 

Ik lees in de interviews dat veel kunstenaars niet van de verkoop van hun werk hebben kunnen leven en er daardoor via bijbaantjes binnen (o.a. lesgeven en tentoonstellingen inrichten) en buiten het beroepsveld hun inkomen bij elkaar moesten sprokkelen. De AOW die zij nu krijgen geeft hen verlichting. Zij gaan niet met pensioen maar blijven werken zolang zij dat kunnen. Verkoop is niet meer het belangrijkste. Wel de erkenning. Lees de recensie van Kunstenaars gaan niet met pensioen.

John Blaak

Comments