Redactioneel 4#2011

Redactioneel 4#2011

Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Cultuur, antwoordde op de vraag of het werk The Schoolboys van Marlene Dumas door MuseumgoudA afgestoten mocht worden: “Ik verwacht dat museale instellingen onder de huidige economische omstandigheden zullen worden uitgedaagd om creatieve plannen te ontwikkelen waardoor zij minder afhankelijk worden van overheidssubsidies. Met u ben ik van mening dat ons kunst- en cultuurbezit niet in de uitverkoop thuishoort.”

Deze handelwijze van museumgoudA stemt niet overeen met de geldende regels en ethische uitgangspunten van de Nederlandse Museumvereniging.  Je kunt ook zeggen ‘nood breekt wet’. Indien het voortbestaan van een museum op de tocht staat, kan je beter werk verkopen dan te moeten sluiten. Bezuinigingen kunnen een museum in een positie brengen die het er toe dwingt de ethische code van de erfgoed- en museumsector te overtreden. Misschien getuigt het verkopen van een kunstwerk in sommige situaties juist van goed ondernemerschap. 

Dirk van Delft, directeur van Museum Boerhaave in Leiden, moet voor het eind van het jaar € 700.000,-  binnenhalen wil het zijn subsidie behouden. Van Delft zegt dat hij niet persé tegen ontzamelen is. Hij zou de verkoop van een collectiestuk als allerlaatste optie overwegen. “Stel dat ik eind van het jaar nog € 100.000 tekort kom en ik kan een stuk op een vriendelijke manier verkopen, bijvoorbeeld aan iemand die het daarna in bruikleen geeft, dan zou ik daar serieus over nadenken. Het alternatief is veel erger, namelijk de hele collectie ontzamelen, want dat gaat gebeuren als wij onze subsidie verliezen.”

De staatssecretaris brengt met zijn stelling de musea in een positie die nauwelijks te rijmen valt: enerzijds dienen musea creatieve plannen te ontwikkelen waardoor zij minder afhankelijk worden van overheidssubsidies en anderzijds dat kunst niet in de uitverkoop hoort. Door zijn beleid kunnen de omstandigheden misschien wel over een paar jaar zodanig zijn dat men juist moet verkopen om het hoofd boven water te houden. Kunstsponsors liggen in Nederland ook niet voor het oprapen.

Stanley Bremer, directeur van het Wereldmuseum in Rotterdam, anticipeert in zekere zin al op de toekomst. Hij heeft geopperd zijn hele Afrika-collectie te verkopen om slechts tot een Azië-museum te komen. Bremer wil met de opbrengsten een fonds oprichten en het rendement daarvan gebruiken voor de exploitatie van het museum. “De budgetten van musea worden steeds minder. Wij willen een keuze maken. Willen wij een actief dynamisch museum blijven dat twee tot drie tentoonstellingen per jaar maakt en dat zich internationaal op de kaart zet? Of krijgen wij ieder jaar minder geld en kwijnen wij langzaam weg?” Op dit plan kreeg hij veel kritiek. Dat is logisch want dit plan is niet in overeenstemming met de Leidraad voor afstoten van Museale Objecten (LAMO). Echter Bremer stelt iets voor dat andere musea t.z.t. mogelijk ook moeten overwegen. Misschien loopt Bremer wel voor de troepen uit en moet de LAMO de komende jaren de regels aanpassen, tenminste als de huidige trend doorzet dat de overheid steeds meer verantwoordelijkheden in de culturele sector afstoot.

Nu ben ik niet van mening dat musea willekeurig mogen verkopen, maar in de depots hangen en staan duizenden werken die nooit meer op zaal komen. Deze werken vormen een verborgen schat van musea. Vaak kochten voorgaande directeuren deze kunstwerken aan vanuit een persoonlijke passie of een andere tijdgeest. Met een nieuwe tijdgeest of andere passie verliezen zij prioriteit binnen een tentoonstellingsbeleid. Dit is niet wat deze kunstwerken verdienen; zij verdienen tentoongesteld te worden. Een museum is in tegenstelling tot een Kunsthal meer dan alleen een tentoonstellingsruimte; echter als je verzamelt en het werk vervolgens nooit meer laat zien, dan past een werk soms beter in een andere collectie.

Bij verkopen kan het mes aan twee kanten snijden. Musea krijgen inkomsten om hun beleid uit te voeren en kunstwerken krijgen weer een tweede kans. Tenminste als je de regels zo verandert dat verkochte werken niet weer opnieuw verdwijnen in depots en dat ons cultureel eigendom grootschalig niet verdwijnt naar het buitenland.

John Blaak

 

Comments