Redactioneel Beelden 1#2019

Redactioneel Beelden 1#2019


De avond voor de opening van de Art Rotterdam in februari jl. bekeek ik op Netflix de film Velvet Buzzsaw van regisseur Dan Gilroy. In deze film vindt de jonge galerie-assistent Josephina in het huis van haar overleden buurman een grote verzameling schilderijen. Zij claimt dat zij de schilderijen bij het grootvuil heeft gevonden en laat ze verkopen via de galerie. De kunstenaar krijgt postuum erkenning en zijn werken worden voor veel geld verkocht. Echter de schilderijen dragen een verborgen vloek mee, doordat ze met het bloed van de ‘waanzinnige’ schilder zijn gemaakt. De vloek zorgt ervoor dat  ieder personage in de film die aan de schilderijen geld verdient, sterft. Aan het eind van de film worden de schilderijen gedumpt en wordt er een schilderij door een nietsvermoedend koppel gekocht van een straathandelaar voor slechts 5 dollar. 

De volgende dag deed deze film mij denken aan de waarde van de kunstwerken op de Art Rotterdam. Hoe vergaat het daarmee in de loop van de tijd. Zolang er vraag naar is, blijft de waarde (stijgen). Echter dat is niet bij alle kunstenaars zo. Ik ken kunstenaars op zekere leeftijd, waarvan het hele atelier vol staat met werk dat in de loop der jaren geproduceerd is, maar nooit verkocht werd. Wat gebeurt er met deze werken als de kunstenaar overlijdt? Worden deze werken bij het grootvuil gezet en misschien opgepikt door iemand die er mogelijkheden in ziet, of verdwijnen ze in de shredder?

De vraag wat nabestaanden doen met alle niet verkochte kunstwerken van hun geliefd familielid is actueel. Hoe ga je zorgvuldig met het werk om? Een bekende Nederlander kan de redding van het oeuvre zijn. Zo toonde Hugo Borst tijdens een uitzending van De Wereld Draait Door eind oktober vorig jaar een aantal werken van de Rotterdamse schilder Ab Knupker (1927-2010). Nadat zijn vrouw (een nicht van Borst) in 2017 in een verpleeghuis werd opgenomen, moest haar huis leeggeruimd worden. Borst kwam daar tweehonderd werken tegen. Een selectie daarvan werd tentoongesteld in de Rotterdamse Galerie Frank Taal. Sjarel Ex, directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, bezocht de tentoonstelling, was onder de indruk van het werk en kocht alle tentoongestelde werken voor het museum. Hij schreef: “Wie wel, wie niet? Of een kunstenaar wordt opgepikt: je weet het nooit. Ben je wellicht zelf behendig als marketeer? Het kan bij leven gebeuren, of postuum. Wanneer tijdens je leven niemand naar je werk omkijkt, dan is de kans klein dat het later gebeurt - al komt het bij uitzondering voor”.

Hugo Borst kon het werk van Knupker redden, maar hij kan niet al het werk van alle overleden kunstenaars onder de aandacht brengen. Ik vraag me af; wie zouden er nog meer goede ambassadeurs kunnen zijn voor gevorderde kunstenaars wier werk stapels hoog in diverse ateliers of woningen ligt? Wie, of welke instelling neemt de handschoen op om over het hoofd geziene of vergeten kunstenaars te herontdekken en hun werk te behoeden voor onterechte teloorgang.

John Blaak

Comments