Rekkelijken en Preciezen: Constructivisten van Nu

Constructivisten NU – Rekkelijken en Preciezen

Het (nieuwe) constructivisme, de geometrisch-abstracte, systematische of concrete kunst, staat de laatste twee jaar weer volop in de belangstelling. Tentoonstellingen volgen elkaar in snel tempo op, kunstenaars die al jaren verknocht zijn aan lijnen, geometrische elementen en wiskundige berekeningen komen vanuit de windstilte met nieuw werk naar buiten, dogma’s worden aan de kant geschoven. In een van de meest recente presentaties, ‘Constructivisten NU’, in het Delftse kunstengebouw Kadmium worden ‘Rekkelijken en Preciezen’ naast elkaar getoond.

Door Piet Augustijn

In het constructivisme, dat in het begin van de 20e eeuw in Rusland ontstond, werden geometrische vormen samengevoegd tot composities waarin bewust werd afgezien van een inhoudelijke verklaring en vooral van een subjectieve uitdrukking. Doorslaggevend was de compositie van de vormelementen en hun verhouding tot elkaar en de omringende ruimte. De constructivistische ideeën waarin het meetbare, het praktische en het zuiver objectieve op de voorgrond stonden, groeiden uit tot een kunststroming met wijde vertakkingen in de hele wereld, met name in Europa, o.a. Bauhaus en De Stijl, en Amerika. In Nederland ontstond aanvankelijk een stroming die een strenge systematiek voorstond, na een kortstondige terugval gevolgd door uiteenlopende opvattingen. Door veel kunstenaars van De Stijl, maar later ook individuen, werd een geometrisch-abstracte vormentaal gehanteerd die in de jaren zestig en zeventig tot grote bloei kwam. Binnen deze stroming werd gezocht naar een universele beeldtaal die voor de beschouwer begrijpelijk zou zijn. Geometrische vormen als cirkel, vierkant en driehoek waren de belangrijkste beeldelementen. De persoonlijkheid en het eigen handschrift van de kunstenaar werden uitgebannen om zo neutraal mogelijke kunstwerken te realiseren. 
Het zichtbaar maken van maat en getal werd in veel gevallen echter als dogmatisch en beperkend ervaren, zodat er in de decennia na de grootste bloeiperiode een individuele, subjectief concrete kunst ontstond die tot op de dag van vandaag veel kunstenaars in de ban houdt en zelfs heeft geleid tot een revival van de stroming. 

Dat geometrische abstractie of systematische kunst, veelal ook aangeduid met de meer overkoepelende term concrete kunst, in Nederland veel kunstenaars bezighoudt, heeft (naar mijn idee) te maken met de calvinistische (behoudende) aard van het land. Orde, regelmaat, wetmatigheid, systematiek en primaire kleuren passen daar mooi in. Als alleen het verstand een rol zou spelen, zou dat in de kunst koele en berekende werken opleveren. Door het toelaten van de intuïtie werd een dimensie toegevoegd die leidde tot een meer bezielde kunst. Als de basisprincipes – geometrische grondvormen, primaire kleuren naast wit, grijs en zwart en mathematische berekeningen – worden aangehouden dan krijgen de kunstenaars het stempel preciezen, spelen intuïtie en persoonlijk handschrift een belangrijkere rol dan de basisprincipes, dan wordt het etiket rekkelijken gehanteerd. Een onderverdeling waar niemand blij mee is, want wie bepaalt wanneer je rekkelijk of precies bent? Aan een rigide gebruik van de basisprincipes waagt niemand zich meer, uitgekauwde dogma’s zijn overboord gezet, een persoonlijk handschrift, verwijzingen naar de werkelijkheid en een ongekend kleurenpalet zijn ervoor in de plaats gekomen. En dat is maar goed ook, want het (lijkt mij) het enige bestaansrecht van de richting. Herhaling leidt tot stilstand, vernieuwing houdt de kunst levend.

Indeling
“De samenstellers hebben niet alleen gezocht naar een wijde schakering van opvattingen en uitbeelding, maar ook naar de variatie in materiaalgebruik en in vormgeving in twee- en driedimensionaliteit”, schrijft kunsthistorica Rosa Lindeburg in de catalogus van Constructivisten NU. “Aan de kunstenaars is gevraagd zichzelf in te delen op de schaal van precies en rekkelijk, losstaand van een kunsthistorische categorie of aanname. De samenstellers hadden zelf een rekkelijke opvatting om de kunstenaars niet te categoriseren en hen vrij te laten in hun associatie. Het vergde wel een kritische beschouwing op het eigen werk.” Dat vrijwel alle deelnemers uitkwamen op een mengvorm is niet zo vreemd. Juist die vrijheid van het hedendaagse constructivisme zorgt ervoor dat de kunstenaar zelf beslissingen neemt en zich niet laat leiden door regels en principes. Die regels zijn er juist om vanaf te wijken. 

Tot de strenge richting behoort ongetwijfeld Henk Bouwer. Zijn houtreliëfs zijn opgebouwd uit tientallen of zelfs honderden gelijkvormige blokjes van houtafval. Streng geordend in de geest van het constructivisme. Ritme en herhaling refereren aan de witte reliëfs van Jan Schoonhoven (met wie Bouwer bevriend was), maar ze doen in de verte ook denken aan de wasknijperreliëfs van Chr. Paul Damsté uit de jaren zestig. Maar dat is slechts een oppervlakkige vergelijking. Ze zijn streng, maar behielden hun houtkleur, zodat die strengheid een natuurlijke uitstraling krijgt.
De opengewerkte kubussen van Dick van der Kooij zijn wit geschilderd, maar aan de binnenkant oranje of blauw gekleurd. Door delen in de vorm te laten verspringen zijn de eindresultaten speels en lichtvoetig. Hij behoort tot de Haagse constructivisten uit de jaren zeventig, een groep van ruim 30 kunstenaars waaronder Bob Bonies, maar ook André van Lier en John de Rijke. Van Lier is in de tentoonstelling vertegenwoordigd met Hexametrische vouwlijnensystemen, wandobjecten die bestaan uit zeshoeken die op uiteenlopende wijzen zijn gevouwen en als eindresultaat speelse objecten opleveren. De kleine doekjes van John de Rijke lijken eerder grapjes dan serieuze kunstwerken. Op cadeaupapier met gevarieerde geometrische patronen plakte hij gekleurde stickertjes en tape: een originele aanpak die tot verfrissende werkjes leidde.
De wandobjecten van Jan Maarten Voskuil zijn concrete objecten die bestaan uit beschilderd linnen dat over een houten constructie is gespannen. Zijn Lopend beeld bestaat uit acht delen die met elkaar een vierkant vormen. Henk van Trigt beschilderde op hout gespannen linnen met kleurbanen die volgens van te voren bepaalde lengtes zijn verdeeld. De wisselwerking tussen vorm en kleur zorgt voor een beeldende spanning waarbij helderheid concurreert met ongrijpbaarheid. Interessant is ook het werk van Anneke Klein Kranenburg die met enkele subtiele draadjes en stalen naalden geometrische patronen aanbracht op de muur. Met de muur als drager zijn de lijnen afgeschermd met plexiglas. Zilveren draagobjecten van Cees Post, subtiele lijntjes van Tineke Porck, stalen stoelvormen van Coby Brinkers, Rotaties van Ger de Joode en een fraai plat wandbeeld van Cecilia Vissers zijn een willekeurige greep uit het tentoongestelde werk. 

Constructivisten NU is een gevarieerde tentoonstelling die op sommige momenten nostalgisch lijkt terug te blikken naar de jaren zestig en zeventig, op andere ogenblikken juist de hedendaagse invalshoeken laat zien. De tentoonstelling laat duidelijk zien dat de stroming niet dood is, maar weer springlevend. En dat is de opzet van de samenstellers.


Wilt u het artikel in Beelden lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan.

Comments