Repeat.

REPEAT, KUNSTENAARS GAAN OP HERHALING

Met een tentoonstelling, die de gehele ruimte van multidisciplinair kunstencentrum Kunsthuis 13 te Velp tijdelijk naar haar hand zet, kondigt directeur José Alferink haar afscheid aan. REPEAT met werken van JCBlaak, Isabel Ferrand en Ronald de Ceuster moet gezien worden als statement en als plaatsbepaling van de beeldende kunst in het grotere geheel van K13.

Door Antonie den Ridder

REPEAT is een tentoonstelling met installaties van Ronald de Ceuster, Isabel Ferrand en JCBlaak. REPEAT is de tentoonstelling, waarmee directeur José Alferink afscheid neemt van het multidisciplinaire kunstenpodium Kunsthuis 13 te Velp. REPEAT is een tentoonstellingsconcept met de gerichtheid van een statement. Drie kaders, die niet zonder enige onderlinge frictie naast elkaar kunnen bestaan. Laten we beginnen bij het concept, dat herhaling propagandeert als middel om in de kunst het onzichtbare zichtbaar te maken. Hiertoe heeft men Andy Warhol maar weer eens uit de kast getrokken en geheel conform de veronderstelde doelgerichte werking van de herhaling, wordt diens litanie in dienst gezet van de tentoonstelling. Herhaling werkt nivellerend, het ontdoet een gebeurtenis van het menselijk aspect en maakt er een banaal massagebeuren van. Het oog, murw geslagen op het bonkende ritme van steeds herhaalde beelden, maakt zich los van toegekende betekenissen en richt zich op andere aspecten, die haar voorheen betekenisloos voorkwamen. Herhaling heeft effect op de perceptie, maar niet altijd op de wijze, die Warhol propagandeerde. Vervang daarbij het woord herhaling door ritmiek en we zien, dat ook de klassieke beeldhouwer, die de huid van de steen ritmisch bewerkt met de platte beitel, gebruik maakt van dit fenomeen. De herhaling, waarnaar Warhol verwijst, heeft echter een specifieker karakter en het werkt verwarrend haar zonder meer te projecteren op de getoonde werken in K13. De herhaling is een constructief beginsel in de ruimtevullende installatie van JCBlaak, biedt Isabel Ferrand de mogelijkheid om in gelaagdheid een spanningsveld tussen decoratieve schoonheid en concept te laten ontstaan en Ronald de Ceuster benut haar door toeval te koppelen aan samenhangende patronen. Dit alles op basis van herhaalde handelingen, maar als middel, niet als doel en al zeer zeker niet in de geest van de Pop Art goeroe. Want hoe koppel je de uitspraak ‘The best art is the art of making money’ aan een betoog, dat stelt, dat ondersteuning middels subsidie of sponsoring een noodzaak is voor het maken van tentoonstellingen met installatiekunst en met kunstenaars, die eerder vanuit idealisme dan vanuit rendementsdenken opereren?

De Praktijk

REPEAT moet gezien worden als een statement, stelt José Alferink. ‘Middels deze expositie wil ik laten zien, dat beeldende kunst in K13 dezelfde waarde heeft als de andere disciplines. De programmering van de podiumkunsten stond al hoog aangeschreven en de tentoonstellingsconcepten en kunstenaarskeuze moeten op een vergelijkbaar hoog niveau gebracht worden’ Maar is REPEAT wel een praktisch voorbeeld voor de wijze, waarop K13 haar aanbod uit kan breiden met de presentatie van ruimtevullende presentaties? Feit is, dat deze tentoonstelling op haar beurt alle andere activiteiten in de ruimte vergaand onmogelijk maakt. Dat beaamt Alferink ‘De beeldende kunst neemt de hele ruimte in beslag en met opzet zit deze tentoonstelling aan het eind van het seizoen. Het wordt gecompliceerder, indien je de tentoonstelling midden in het theaterseizoen zou doen’

Ondanks een gespierd geformuleerd statement omtrent de waardering van de beeldende kunst, blijft het een complex gegeven om zowel voor de beeldende kunst als voor theater, literatuur, muziek, dans en educatie de trends te herkennen en beleid vast te houden. Ondanks het wankele concept en met voorbehoud ten opzichte van de praktische uitwerking van het statement, blijft de tentoonstelling de bezoeker toch op het netvlies kleven. Wellicht door de helderheid en overzichtelijkheid van het geheel. Eén kunstenaar neemt de vloer voor zijn rekening, de ander een wand en de derde maakt met zijn installatie de ruimte tussen wanden, vloer en plafond invoelbaar. De K’NEX installatie van JCBlaak, opgebouwd uit piramidevormen, vult de ruimte zonder haar lichtheid te verliezen. En dat maakt haar ook kwetsbaar, want de bestaande horizontale dieprode baan, die over de wanden loopt, dreigt haar visueel in elkaar te drukken. De papieren soldaatjes van Ferrand vormen op afstand een abstract en decoratief patroon. De vloer is door Ronald de Ceuster getransformeerd tot een haast liquide oppervlak, waar golfjes van vloeibaar rubber het licht van de theaterlampen vangen. Uiteindelijk blijken de zintuiglijke effecten, die de getoonde werken oproepen, overtuigender te zijn dan het overkoepelende concept.

 

Comments