Robert Lambermont

Cross-overs in de kunst: Robert Lambermont
Kunstenaars die de gebaande paden verlaten en het avontuur aangaan, ontwikkelen vaak spannende cross-overs. 
Door zich op een totaal ander medium te richten dan waartoe ze zijn opgeleid of 
een bijzondere mix aan media toe te passen, krijgt hun werk een nieuwe dimensie. Robert Lambermont doorliep de Rietveld Academie en werd kunstenaar. Gelijktijdig ontwikkelde hij zich tot uitvoerend musicus. Nu al bijna twintig jaar voert hij met het Rondane Kwartet de composities van Simeon ten Holt uit in binnen- en buitenland. Gelijktijdig werd zijn beeldende werk door menig Nederlands museum en collectioneur aangekocht. Muziek en beeldende kunst beïnvloeden elkaar in het werk van Robert Lambermont. 

Door Etienne Boileau

Een bedrijfsruimte uit de vorige eeuw met bovenwoning doet dienst als atelier, woonruimte en muziekstudio. Beneden is de werkplaats. Daar maakt Robert Lambermont zijn beelden waar opvallend veel techniek bij komt kijken. En je treft er ook een twaalftal flipperkasten aan die hij als hobby repareert. In de erboven gelegen woonverdieping staat zijn vleugel waarop hij de stukken van Simeon ten Holt instudeert. Daar praten we over zijn inspirerende muziekpraktijk, zijn kinetische beelden en zijn hobby. Lambermont is een aanstekelijk verteller en altijd in de weer; meestal werkt hij aan meerdere projecten tegelijk. 

Muziek en beeldende kunst

“Op mijn negentiende ben ik naar de Rietveld Academie gegaan, want ik voelde intuïtief dat ik zelf voornamelijk scheppend kunstenaar ben. Aan het eind van het eerste jaar heb ik voor autonoom sculptuur gekozen; ik had weinig interesse in steen en ben niet zo van de plastische materialen. Op de Rietveld kon je rustig op de afdeling sculptuur afstuderen met een film. Ik studeerde af met ruimtelijke bewegende sculpturen en een pianoconcert van de Canto Ostinato in de oude IJsbreker langs de Amstel.”
Had je niet eerder ook bedacht dat je muziek wilde studeren?
“Vanaf mijn zevende heb ik inderdaad altijd piano gespeeld, maar geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om me aan te melden bij het conservatorium. Ik vond dat ik niet genoeg talent had en had bezwaar tegen het feit dat er daar vaak vergelijkenderwijs gewerkt wordt.” 
Hoe kwam je in aanraking met de muziek van Ten Holt? 
“Zijn muziek kwam tijdens de Rietveldperiode op mijn pad. Ik ben heel klassiek begonnen, Mozart, Bach, Schubert en later kreeg ik vooral affiniteit met Beethoven. Nog weer later ging mijn interesse uit naar hedendaagse componisten als Ligety en Willem Jeths. Maar ik merkte dat ik als uitvoerder te weinig vrijheid had. Bij de muziek van Ten Holt ligt dat anders; je hebt er veel meer vrijheid in de uitvoering. Zijn muziek is iets heel wonderlijks. Die composities van hem zijn meer ideeënschetsen dan voorschriften.”

Welke muzikale ontwikkeling maakte Ten Holt door?
Ten Holt
is op zoek gegaan naar seriële muziektonen om tot een nieuw idioom te komen. Hij heeft zich ook met elektronische muziek bezig gehouden, maar miste daarbij toch teveel het klavier als verlengstuk van zijn ziel. Uiteindelijk keerde hij terug naar de tonaliteit en begon hij aan de Canto Ostinato (zijn belangrijkste compositie) die hij in ’79 voltooide. Daarna heeft hij nog vier andere stukken geschreven voor vier vleugels.
Kende je hem goed?
“Ik heb Simeon vijftien jaar gekend. Toen ik hem leerde kennen zat ik nog op de academie. Ten Holt vond het heel interessant dat ik juist als beeldhouwstudent zo geobsedeerd was door zijn muziek.In de afgelopen twintig jaar ben ik een van zijn belangrijkste interpretators geworden.”
Zijn er overeenkomsten tussen jou en hem?
“Net als Ten Holt koester ik een diepe fascinatie voor het fenomeen tijdsbeleving. En Ten Holt sprak altijd over zijn muziek alsof het sculpturen waren. Een van zijn uitspraken was: ‘Men wentelt en keert het in de tijdruimte zwevende muzikale object en zoekt de verschillende posities ten opzichte van het licht’. Ten Holt had veel affiniteit met de beeldende kunsten.” 

Lamellenbeelden en flipperkasten

Dan lopen we de trap af naar het beneden gelegen atelier waar een paar grote werkbanken onder het raam staan en een stuk of twaalf flipperkasten. Lambermont vertelt verder:
“Ik studeerde in ’99 af en maak sindsdien voornamelijk kinetische objecten. Het element tijd speelt daarin een belangrijke rol. Denk daarbij ook aan de verandering van seizoenen, hoe planten groeien en dergelijke: allemaal bronnen waar ik veel uithaalOp een gegeven moment ben ik ook de zogenaamde lamellenbeelden gaan maken. Een motor zorgt ervoor dat de lamellen als een soort gordijn zachtjes bewegen.”
Ik zie hier ook een paar verdwaalde flipperkasten staan, wat doe je daarmee?
“Ik was als jonge jongen al geïnteresseerd in techniek. Toen ik twaalf was ben ik begonnen met het repareren van flipperkasten. Die zijn helemaal elektromechanisch en beantwoorden daardoor veel meer aan de menselijke maat. Grote delen van de techniek die ik in mijn beelden toepas, komen hier vandaan. Af en toe is het heel fijn om even de teugels te laten vieren en te spelen met deze kasten die ik als hobby en soms in opdracht restaureer. En heb ik genoeg van zo’n intermezzo, dan kan ik weer met volle energie aan een sculptuur beginnen. Onderdelen van deze flipperkasten duiken af en toe ook op in mijn tekeningen en sculpturen, zoals in het zwavelbeeld Fleur de Soufre, waarvoor ik een onderdeel van een flipperkast heb gebruikt.  Eigenlijk is dit een heel intieme bron die ik je hier laat zien.”

Houten oor met speeldoosmechaniek 

“Met het Oor van Noach heb ik een poëtische interpretatie van het geluid van de Dommel gemaakt voor de Gemeente Neerpelt. Het was een internationaal uitgeschreven opdracht voor een beeld in een bos vol geluidskunst. Het bootje drijft in de Dommel, bij flinke regenval kan de Dommel zomaar anderhalve meter stijgen. En dat maakt dan dat de hele sculptuur omkantelt. Al naar gelang de hoek waarmee het bootje in het water drijft verandert het geluid. Er zit een waterrad aan het bootje dat een groot speeldoosmechaniek aandrijft, dat mechanisch gevoelig is voor de hoek waarin het staat. Dus naarmate de Dommel hoger staat, verandert het karakter van het geluid. Het gaat om metaalgeluiden, houtgeluiden, en heel in de verte hoor je ook klotsgeluiden. De houten hoorn functioneert als een natuurlijk versterker.”
Kinetisch of geluidskunstenaar? 
“Ik voel mezelf toch meer een kinetisch kunstenaar als een geluidskunstenaar, al heeft geluid bij veel beelden die ik maak een belangrijke functie. ”
Hoe ligt de verhouding qua tijdsbesteding tussen muziek en beeldend werk bij jou?
“Ik besteed meer tijd aan mijn kunst dan aan mijn muziek en verdien daar ook meer aan. De verhouding is 60-30. 10 % van mijn tijd gaat op aan de renovatie van oude flipperkasten, die ik overal vandaan haal. Mijn kinetische beelden en tekeningen verkoop ik aan musea als het Teylers Museum, het Bonnefantenmuseum en belangrijke particuliere verzamelaars. Soms voer ik ook grote opdrachten uit zoals het Oor van Noachin België.” 

Uitklaphek met Geiger-Müller-teller

“Een van de spannendste beelden die ik heb gemaakt is het beeld 
Nanoteller dat ik afgelopen editie bij DordtYart heb laten zien. Een sculpturaal object dat reageert op radioactieve deeltjes. Het is een soort uitklaphek en het kan zes a zeven meter lang worden. Iedere keer als het een signaal krijgt, wordt het telkens twintig centimeter langer. Dat signaal wordt gegenereerd door een Geiger-Müller-teller. Als die teller een radioactief deeltje detecteert, gaat er een relais om en dat relais zet het beeld in beweging; het klapt dan vervolgens uit. Ik heb er ook een toevalsgenerator ingebouwd en die maakt dat een van de acht signalen vanuit de Geiger-Müller-teller de opdracht geeft om het beeld terug te klappen. Het is echter volkomen random: wanneer het signaal komt weet je niet. Zo speel ik met de spanning hoe zo’n beeld zich manifesteert in de tijd.”
Beïnvloedt de muziek van Ten Holt ook je beelden?
“Vragen die ik heb over mijn sculpturen worden achter de piano beantwoord; ik loop dan ook regelmatig heen en weer van mijn atelier naar mijn muziekstudio. Dat speelt zich allemaal op een heel intuïtief niveau af. Er zijn natuurlijk ook formele overeenkomsten tussen de muziek van Simeon en mijn werk, zoals de tijdsbeleving, korte incidentjes in de muziek, kleine beweginkjes in de sculptuur en hoe die zich verhouden tot weer hele langzame bewegingen. Maar daar praat ik nooit veel over. Zeker is er wel beïnvloeding, maar beter is het naar mij te luisteren terwijl ik de muziek van Ten Holt tussen mijn beelden speel. Dan zie en hoor je pas echt de overeenkomsten.” 

 

Comments