Sculpture Network

Stand up for Sculpture

Door Riet van der Linden

Van 10 tot en met 12 november vond in Bilbao (Spanje) de tiende bijeenkomst van Sculpture Network plaats. Sculpture Network is een Europese non-profit organisatie, opgericht in 2004 door de gepensioneerde Duitse zakenman en kunstminnaar Ralf Kirberg. Het is de enige organisatie ter ondersteuning en stimulering van hedendaagse sculptuur en driedimensionale kunst, met leden uit meer dan 34 landen. Sculpture Network voorziet in een platform voor netwerken en uitwisseling van informatie tussen personen en instellingen, van kunstenaars tot kunstbemiddelaars en kunstvrienden.

Het zomerde nog volop in Bilbao en het uitzinnige, deels in titanium, vormgegeven Guggenheim baadde in zonlicht. Meer sculptuur dan bouwwerk, vormde deze creatie van Frank Gehry een uitgelezen locatie voor onze conferentie. Een internationaal gezelschap van maar liefst 200 deelnemers werd hier verwelkomd met een cocktail en een bezoek aan de tentoonstelling Brancusi – Serra. Geen voor de handliggende combinatie. De organisatie liep op rolletjes, de tentoonstelling was inspirerend en de stemming zat er meteen goed in. Bij de inschrijving hadden we het programma en een deelnemerslijst uitgereikt gekregen en iedereen droeg een badge met zijn/haar naam erop. De kennismaking en het netwerken konden beginnen.

Nederland bleek verrassend sterk vertegenwoordigd met curator en journalist Anne Berk, de Nederlandse correspondent van Sculpture Network, aan de leiding. Vele bekende gezichten ook: Maja van Hall die begin volgend jaar in Museum Beelden aan Zee een grote overzichtstentoonstelling krijgt. Beeldhouwer Yke Prins, jarenlang actief bij de Haagse Pulchristudio. Joris van Bergen de vice-president van Museum Beelden aan Zee. En nog een tiental kunstenaars onder wie Sya van ’t Vlie, Adriaan Seelen, Eleni Tzatzalos en Petra Boshart.

Conferentiedag (vrijdag 11 november)

De Spaanse kunstenares Beatrice Blanche, bestuurslid van Sculpture Network, was hoofdverantwoordelijke voor het programma. Een betere organisatrice was nauwelijks denkbaar. Ze sprak behalve Spaans, vlekkeloos Engels en hield de touwtjes strak in handen.

De Brancusi – Serra tentoonstelling vormde het uitgangspunt voor onze conferentie met een internationaal panel van specialisten en kunstenaars. Als leidraad waren een aantal vragen geformuleerd: Hoe wordt ‘ruimte’ begrepen? Wat is de rol van de beschouwer? Hoe ervaren we beelden? Van welke invloed zijn vragen met betrekking tot houdbaarheid en vindingrijkheid op het denken over en het creëren van beelden?

We gingen van start met Friedrich Teja Bach, hoogleraar aan het Kunsthistorisch Instituut Wenen, die ons weer helemaal terugvoerde naar de schoolbanken. Hij was duidelijk een groot kenner van het oeuvre van zowel Brancusi (1876-1957) als de Amerikaanse minimalist Serra (1933). Maar zijn nogal droge, kunsthistorische betoog  ging grotendeels langs mij heen.

Inspirerender was Oliver Wick, curator van de Beyler Stichting in Zwitserland, tevens  curator van Brancusi – Serra. Wick wist iets over te brengen van het enthousiasme voor zijn vak en de complexiteit van deze specifieke tentoonstelling (de kwetsbaarheid van het werk van Brancusi dat bovendien uit verschillende privécollecties moest worden losgeweekt, versus de enorme omvang en het gewicht van de Serra’s). Wick gebruikte ook al zijn vernuft om een samenhang tussen Brancusi en Serra aannemelijk te maken.

In de Beyler Stichting, waar de tentoonstelling eerder te zien was, stond aanvankelijk het invloedrijke oeuvre van Brancusi op de beeldhouwkunst van de 20ste eeuw centraal. Maar vanuit zijn behoefte om Brancusi te actualiseren, kwam Wick op het idee om het eveneens invloedrijke oeuvre van Serra erbij te betrekken in de vorm van een ‘open dialoog’. 

Serra verbleef als jonge man in Parijs, toen in 1964-65 naast het Centre Pompidou het oude atelier van Brancusi werd herbouwd. Serra ging er naar verluid elke dag heen om te tekenen, gefascineerd als hij was door de beeldhouwtekeningen van Brancusi en de manier waarop deze in het platte vlak vorm wist te geven aan volume. Volgens Serra was het Brancusi die van hem een beeldhouwer heeft gemaakt. In de tentoonstelling, waar dat verhaal ook te lezen was – had de Engelse beeldhouwer Nick Turvey al geopperd dat het hier om een ‘curator’s invention’ ging. Ik moest daar hartelijk om lachen, maar Turvey hield vol: ‘Waar zijn die tekeningen dan?’ Bij de rondvraag besloot ik deze kwestie aan te snijden. ‘Heeft u die tekeningen van Serra ook gezien?’ ‘Nee’, antwoordde Wick. Hij had er wel navraag naar gedaan, maar volgens Serra waren ze door zijn ex verbrand!?

In een filmpje kregen we te zien wat het transport en de installatie van de cortenstalen ‘beelden’ van Serra inhouden. Een team van ingenieurs heeft met veel vernuft speciale hydramechanische apparatuur ontwikkeld om de tonnen wegende objecten te vervoeren. Museummuren moeten worden weggebroken, vloeren aangepast etc. Het was verbijsterend om te zien hoezeer Serra als een godheid geldt voor wie letterlijk niets teveel is. Je kunt er alleen maar over verbazen dat in deze tijden van economische crisis een dergelijke complexe en kostbare tentoonstelling überhaupt mogelijk is. De kwestie hield mij extra bezig naar aanleiding van een gesprek met Anne Berk. Na haar succesvolle tentoonstelling en gelijknamig boek Bodytalk over het verhalende aspect in de hedendaagse figuratieve beeldhouwkunst, heeft ze de afgelopen jaren gewerkt aan een internationaal vervolg. Het boek is zo goed als rond, maar de uitgever ziet er alleen brood in als het bij een tentoonstelling kan worden uitgebracht. Maar dit laatste blijkt een obstakel. Museum Beelden aan Zee, waar het eerste deel te zien was, verkeert in financiële nood en ook de overige Nederlandse  musea kampen met bezuinigingen.

De ochtend werd afgesloten door Brigitte Franzen, directeur van het Ludwich Forum für Internationale Kunst in Aken, en curator van het sculptuur project Münster 07. Haar verslag over een project van een Duitse beeldhouwer in een verlaten deel van Oost-Turkije, riep hier en daar irritatie op. De kunstenaar had in een woestijnlandschap een filmscherm geplaatst waarop films werden vertoond, afgewisseld met niets dan het lege doek waarop de schaduw van de toeschouwers het beeld bepaalden. De kritiek was dat dit project niets te maken had met beeldhouwkunst. Bovendien, werd het als betuttelend ervaren dat wij Europeanen onze ‘zogenaamde avant-gardistische kunst’ opdrongen aan mensen met een totaal andere culturele achtergrond. 

Lees het hele artikel in Beelden 4#2011. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

Lees ook een recensie over de tentoonstelling Brancusi - Serra van Sya van 't Vlie

www.sculpture-network.org

Kijk voor foto's op www.gallery.sculpture-network.ch

Comments