Singerprijs voor Maria Roosen

Singerprijs voor Maria Roosen

Kunstenaar Maria Roosen heeft de Singerprijs gekregen voor haar gehele oeuvre. De prijs wordt uitgereikt aan kunstenaars die middenin hun carrière staan en omvat een tentoonstelling, een boek en een opdracht. Roosen maakt uiteenlopend werk, met name installaties en beelden.

Door Els Vegter

Het komt niet vaak voor dat iemand een prijs in ontvangst neemt op sokken. Maria Roosen is zo iemand die gewoon op kousenvoeten het podium betreedt als zij de Singerprijs 2009 krijgt overhandigt. Op de uitnodiging was zij te bewonderen zonder schoenen met geblokte panty, een wollen zelfgebreide rok en twee glazen kannen in haar handen. Het beeld was bij de romp afgesneden. Roosen besteedt veel aandacht aan de fotografie van haar werk. Hiervoor werkt zij intensief samen met fotografe Lideke Kruk. Ze doet nooit iets zomaar, overal is over nagedacht. Vandaar de kousenvoeten op het podium. Ze vond het goed passen bij het beeld op de uitnodiging en grapt tussendoor op het podium: “Ik loop echt naast m’n schoenen”. De jury koos unaniem en overtuigd voor Maria Roosen. “De jury kent Maria Roosen deze oeuvre-prijs toe omdat zij haar persoonlijke, thematische ‘verhaal’ steeds opnieuw herkenbaar tot uitdrukking weet te brengen. Daarbij past zij op originele wijze haar eigen artistieke vormentaal toe, waarin glas veelal het beginpunt is van grensverleggende materiaalcombinaties. Zij onderscheidt zich door de consequente en vrolijke visualisering van levensonderwerpen als vruchtbaarheid, groei, zorg en koestering, waarmee zij al jaren aan deze ‘dagelijkse’ zaken een onalledaagse warme allure verleent.” 
De volgende zin in het juryrapport komt mij een beetje vreemd over: “Het kunstenaarschap is Roosen overkomen.” Die indruk krijg ik nou helemaal niet als ik haar CV doorploeg. Een indrukwekkend CV van acht pagina’s gevuld met docentschappen, adviesfuncties, solo- en groepstentoonstellingen, aankopen, opdrachten en nevenfuncties.  Hier ontvouwt zich het beeld van een kunstenaar die keihard werkt en haar kunstenaarschap zeer serieus neemt. In 2006 kreeg Roosen haar eerste oeuvreprijs toegekend en werd ze de winnaar van de Wilhelminaring 2006, de oeuvreprijs voor beeldhouwkunst in Nederland.

De tentoonstelling


De context is altijd belangrijk voor Maria Roosen. Ze vond het een uitdaging om in het Singermuseum aan te sluiten bij de bestaande collectie. “Dat maakt het voor mij interessant.” Ze heeft tien topstukken uit haar oeuvre geselecteerd. Bij binnenkomst in de zaal valt gelijk de dode spar op met een glazen hangende druppelborst eraan.
Servische Spar (1995) verbeeldt de kerstboom na het feest. Treurig met slechts één bal erin. Het werk ontstond per toeval in de woelige maanden rond Srebrenica. Het is een onheilspellend beeld. Veel warmer is de installatie Het bed (1994) waar twee glimmende borsten van glas op een onopgemaakt bed liggen, in een lege ruimte. Aan de muren eromheen hangen de portretten van vele vrouwen uit het museum zoals De zaaister van Herman Gouwe en vrouwenportretten van Jan Sluijters en Jan Toorop. De beelden versterken elkaar en vormen een veelzeggende combinatie van vrouwelijkheid. In één van de vitrines staan De pantoffels voor de reus van Rotterdam (1992). Ze maakte dit werk tijdens haar verhuizing van Arnhem naar Rotterdam toen ze haar grenzen als kunstenaar wilde verleggen. Het was even omschakelen van het kabbelende leven in de provincie naar het hectische city-gebeuren. Ze moest zich letterlijk aanpassen aan de maten van een grote wereldstad. Zo ontstonden pantoffels in maat 63 maar wel warm gevoerd en comfortabel. In een andere vitrinekast staat Zelfportret als vaas (2000). Aan de ene kant is het een vrij realistisch hoofd. Aan de andere kant is het een monster van bloedrood glas met dreigende bollen op steeltjes in plaats van ogen, oren en neus. Het is een Januskop. Ook in de vitrine haar Gehaakte borst (2008), in wit en rood uitgevoerd met tepel.

Confrontatie met de collectie

Het werk
Family (2006) maakte ze in opdracht van de schuilkerk Onze lieve Heer op Zolder in Amsterdam. Het ging om het zichtbaar maken van verborgen vrouwen. Als een monster was de zonnebloem door de kerk gedrapeerd. Gemaakt van hand gesponnen schapenwol die de structuur van bast en bladeren het beste benadert. Een arbeidsintensief project waar vele vrouwenhanden aan gewerkt hebben. Toch is haar werk niet sentimenteel of vertederend. “Bij de zonnebloemen blijf ik dicht bij de natuur. Anders worden het textiele werkvormen. Een zonnebloem van dichtbij is een eng ding met haren.” In dit museum ligt de bloem geveld als een oude eik op de grond. De bezoeker kan zo van heel dichtbij het maakproces bestuderen. De losse draden en de losse eindjes zijn duidelijk zichtbaar. Een proces wat Roosen graag laat zien. Ze confronteert in Laren haar werk met beelden en schilderijen uit de collectie van het Singer. “Ik wilde het museum niet als een witte doos beschouwen”. Zo koos ze voor een olieverfschilderij Nevellandschap (1915) van Jan Mankes. Maria vertelt dat zijn werk haar gevoelsmatig aanspreekt.  “Ik houd van dat kwetsbare en glasachtige van zijn werk. Het is een beetje magisch, bijna niet te benoemen.” Daarom heeft zij deze kunstenaar uitgekozen als mede-exposant voor de tentoonstelling Made in Arnhem die in het najaar in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem zijn aftrap beleeft.

Gestolde energie

Wat mij verder opviel en verbaasde was een serie aquarellen. Niet imposant of theatraal. De aquarellen vertellen alles over de werkwijze van Roosen. Ze wilde in Laren veel van haar schilderwerk laten zien,  vertelt ze in een interview in de NRC:  “Dat verrast veel mensen. Glas is sexier. Aquarel is voor mij de bron. Ik werk van binnenuit met de verf, net als bij glasblazen. Soms groeit iets vanzelf verder en dat is goed want als je de nog natte verf probeert te verbeteren, valt het droog altijd tegen.” Dat ‘vloeien’ bracht haar op het spoor van glas: vloeibare energie die stolt.  “De vorm van een bol vind ik een mooie vorm. Het is de eerste vorm die ontstaat bij het glasblazen. Voor mij zijn die bollen vormen van gestolde energie. Geen één glazen bol is hetzelfde. Ze ademen.”

Samenwerking


Maria Roosen ontwerpt en tekent haar concepten zelf maar laat veel projecten door derden uitvoeren. “Ik heb ontdekt dat ik dat samenwerken ontzettend leuk vindt.” De laatste jaren heeft zij zich steeds meer als regisseur ontwikkeld. Hierdoor heeft zij een groot aantal mensen met wie ze samenwerkt. Toen zij bij de prijsuitreiking deze mensen bedankte had ze een heel lijstje en gaf ze aan dat haar dankwoord twaalf minuten zou duren. Toch was de opsomming niet saai omdat ze bij alle genoemde medewerkers wel een anekdote had of iets persoonlijks vertelde. Over de installatie van een aantal glasgeblazen piemels in een vaas,
Lullenvaas (2006) vertelde ze smakelijk:  “Het is nog een heel gedoe om aan Tsjechische productiemedewerkers uit te leggen hoe je die piemel precies wilt hebben.” Zo’n klus krijgen die mannen ook niet elke dag. Hilariteit en humor horen bij het werk van Roosen. Maar ook ontroering en kwetsbaarheid. Haar eigen moeder zette de eerste haak- en breisteken op in haar eerste kunstwerken (1995). Aan het einde van haar dankwoord hield ze het niet droog toen ze haar gezin bedankte voor alle avonden dat ze laat thuis kwam. Dat is ook Maria: kwetsbaar en authentiek, helemaal zichzelf. Deze kwaliteit zien we terug in haar veelvormige werk.

Het laatste deel van haar prijs moet Roosen nog in de vorm gieten. Zij heeft een opdracht gekregen voor een ruimtelijk werk in de Beeldentuin van het Singermuseum. In januari 2007 zijn alle bronzen beelden gestolen door bronsrovers en dat heeft een behoorlijk gat in de collectie geslagen. In het najaar hoopt de kunstenaar het beeld op te leveren. Een ander onderdeel van de Singerprijs is de uitgave van een catalogus getiteld Monster. 

Maria Roosen! Singerprijs 2009, Singer Museum Laren, 29 maart t/m 24 mei 2009

www.singerlaren.nl

Monster

De publicatie Maria Roosen. Monster verscheen ter gelegenheid van de toekenning van de Singer Prijs 2009 van de Stichting Vrienden van het Singer Museum. In het boek staan teksten, aquarellen en afbeeldingen van haar beelden. Het geeft goed inzicht in deze bijzondere kunstenaar. In het voorwoord staat dat haar werk een ode is aan de vruchtbaarheid. Ik zie veel borsten en ronde bolle vormen. Op het moment dat Roosen penissen af gaat beelden in roze/rood geblazen glas, en deze als een bosje in een vaas zet en het de titel Lullenvaas mee geeft, weet ik het zeker; vrouwenkunst. Er is geen man die zijn lid zo relativerend weergeeft. Ook de installatie Happy Sperm waarvan we een detail in het boek zien, heeft deze grappig relativerende beeldtaal dat bijna vriendelijk zegt ‘Ach gut, moet je hun zien’. Maar het ‘Ach gut’ wordt wel zó monumentaal gepresenteerd dat je er niet om heen kan. Heel mooi zijn de gebreide zonnebloemen van wel twee en een halve meter lang. Ze dragen de titel Bloedverwanten. Ze zijn adembenemend mooi en monsterlijk tegelijk, misschien wel juist door de verbondenheid die zij suggereren. Verbondenheid met het leven dat door onze aderen stroomt en dat ooit stolt zoals deze omgevallen reuzenbloemen. Adembenemend zijn ook de pantoffels van de reus van Rotterdam, of de enorme rozenkrans. Het gaat in haar werk vaak om details met een monumentale waarde. (AT) 

Maria Roosen. Monster, Hanne Hagenaars en Wim van Mulders, Valiz, 2009, ISBN 978-90-78088-28-8

 

Comments