Sophie Calle

De wraak van Sophie Calle

Sophie Calle (Parijs, 1953) is een intrigerende figuur in de internationale kunstwereld.  Wat dertig jaar geleden begon met spionnetje spelen: het stiekem volgen en observeren van wildvreemden, werd haar kunst en handelsmerk. 
Sophie Calle de detective werd een personage in haar eigen feuilleton dat leven heet. Sophie Calle de kunstenaar is de verpersoonlijking van het postmoderne bewustzijn: iedereen speelt een rol, maar achter die maskerade gaat niets verborgen. Feit en fictie, privé en openbaar, kunst en leven, gaan naadloos in elkaar over.

Door Riet van der Linden

Mijn eerste kennismaking met Sophie Calle dateert uit 1983. In een kleine boekhandel gespecialiseerd in kunstpublicaties, kreeg ik Suite Venétienne (Venetiaanse achtervolging) in handen: haar eerste in boekvorm uitgegeven project met een nawoord van Jean Baudrillard. Van dat boekje ging een eigenaardige fascinatie uit. Niet om de tamelijk nietszeggende, amateuristische zwart-wit foto’s die erin stonden en ook niet om de droge tekstjes die de foto’s toelichtten. Wat het wel was, valt moeilijk te zeggen. Het was een minutieus verslag van een inmiddels legendarisch geworden achtervolgingsproject gesitueerd in Venetië. Het ging om een onbekende man die Calle in Parijs, op dezelfde dag en tot twee maal toe, tegen het lijf was gelopen. Daarin zag ze een teken. En toen ze vernam dat deze Henri B. naar Venetië ging, besloot zij hem te volgen. Na een lange zoektucht vindt zij Henri B. in pension ‘Casa de Stefani’ (drie sterren) dat zich vlakbij haar eigen hotel bevindt. Vermomd met pruik en zonnebril, post zij bij zijn hotel en volgt hem op de voet. Ze noteert welke straten hij inslaat, waar hij luncht, wat hij eet, welke gebouwen hij bekijkt. Ze fotografeert hem en maakt dezelfde foto’s die hij maakt. Suite Vénetienne was het eerste grote project waarmee Calle bekendheid kreeg.  Tientallen scenario’s volgden, boekjes werden tentoonstellingen en Calle vereenzelvigde zich steeds meer met haar rol van antropoloog, voyeur en stalker, met haar kunst als excuus. Na verloop van tijd verlegde zij haar aandacht voor het leven van anderen, naar dat van zichzelf. Maar altijd op dezelfde, afstandelijke manier. Kunst werd een vorm van therapie. ‘Gelukkige gebeurtenissen die beleef ik, de ongelukkige buit ik uit. In de eerste plaats vanuit artistieke interesse, maar ook om ze te transformeren, er iets van te maken, er mijn voordeel mee te doen en wraak te nemen op de situatie’, zei ze in 2003 in een interview met Christine Macel. 

Lees meer in Beelden 1#2010. Neem een abonnement of vraag een proefnummer aan.

Comments