Suskewiet

Suskewiet: expositie van vreemde vogels

Nooit ben je je zo bewust van vogelgeluiden als tijdens een zonsopkomst in de lente. Zo ontstond Suskewiet van Sjon Brands. Hij is bekend als theatermaker en dichter, maar met Suskewiet wordt Brands ook beeldend kunstenaar en klankartiest. De tentoonstelling van zijn vogels uit gevonden materiaal in de Franciscanessenkapel in Tilburg was een experiment dat vier dagen duurde. De opening was op 5 mei. Acht pronkvogels vulden de ruimte van de vervallen kapel. 

Door Carina van der Walt

De naam Suskewiet is een onomatopee van de laatste tonen in het gezang van een vink: suskewiét, suskewiét. Zo verduidelijkt muzikant Henk Koekoek tijdens de opening voordat hij start met een vogelgeluidenimprovisatie op jazzmuziek. De bezoekers zitten op kussens tussen de fantasievogels. Een vogelklankenconcert volgt. Aan het begin probeert iedereen de klanken aan de vogels te verbinden. Maar het tempo neemt toe. De galmende kapel maakt de geluiden onplaatsbaar, al komen ze uit de vogels. Het resultaat is een aangename kakofonie die op een crescendo eindigt.

De vogels zijn prachtig, fascinerend en ongrijpbaar. Ze ontlokken glimlachen en commentaar en ze krijgen karakter en namen van de bezoekers. Een wordt De Professor, een ander is Hoertje en nog een wordt De Baron gedoopt. De Baron is eigenlijk een waterraaf en de favoriete vogel van Brands. De Baron is zoals alle welvarende mannen, nee vogels, lekker dik en weegt vijftien kilogram. Hij is opgebouwd uit de vleugel van een kraan, een zilveren bol, twee stoppen voor ogen, veren, krantenknipsels, een pijpje als miniatuur piemeltje, twee bronzen bokalen als zijn poten en een boek als sokkel.

Vier van de acht vogels staan op boeken. Dit gegeven verraadt de interesse van de kunstenaar voor het geschreven woord. Terwijl hij bezig was om gedichten te schrijven over vogels, ging hij op zoek naar andere vogelgedichten. Hij ontdekte dat er ontstellend veel namen voor elke vogel in het Nederlands bestaan. Een roerdomp is ook een rommeldoes, een domphoorn en een reurdoffel. Hieruit ontstond Rommeldoes. Het is een prachtig episch vogelgedicht dat alleen tot zijn recht komt in uitvoering samen met Brands’ partner, Dorith van der Lee. De kans bestaat dat Rommeldoes in de toekomst deel van Suskewiet wordt.    

Als inspiratie voor deze vreemde gevleugelden geldt het schilderij De tuin der lusten (1480-1490) van Hiëronymus Bosch. Het schilderij hangt in het Prado in Madrid. In het middelste deel van het drieluik genaamd Wellust, zijn bijvoorbeeld een hop, een putter en een ijsvogel te zien. Een monnik met een lepellaarkop verdwaalt in Wellust. De vogels van Brands zijn metaforen voor menselijke gedrag, dat heel complex en grillig kan zijn. Hiermee sluit hij aan bij Jeroen Bosch, die de mens niet schildert naar zijn uiterlijke verschijningsvormen, maar naar zijn karakter.

Een tweede bron van inspiratie voor Brands is de contemporaine Franse schilder, Claude Verlinde. In zijn schilderijen La fée frileuse, Le mariage en L’abre généalogique zijn ook vreemde vogels verdwaald. “Driekwart van mijn werk is kijken”, zegt Brands.     

De tentoonstelling Suskewiet is een eerste stap op weg naar vierentwintig vogels die moeten praten in vogelgeluiden, onzintekst en fragmenten uit gedichten. Daarmee samen wordt muziek gecomponeerd door Jacques Palinckx. Wat Suskewiet uiteindelijk zal worden, is nog niet te zeggen. Maar het wordt vast groots!        

Comments