Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis

Zijlmans en Jongenelis:  Het  elimineren - of juist creëren - van mogelijkheden   

Het fotowerk voor de nieuwbouw van Combiwerk in Delft heeft een monumentaal formaat, maar zuigt je naar zich toe om de details te bekijken. Een paar honderd mensen zijn gezamenlijk druk doende een gigantische vorm in de lucht te takelen. Dit opheffen van de zwaartekracht lijkt ook op te gaan voor het werk van de kunstenaars, Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis zelf. Begin februari opende in het Stedelijk Museum in Schiedam een tentoonstelling van hun werk.

Door Beatrijs Schweitzer

Er moet, afgezien van het formaat, wel iets bijzonders met die zilverkleurige amorfe klont aan de hand zijn, want anders zouden al die mensen, opgesteld aan weerszijden van een immense maar onwaarschijnlijk fragiele installatie van bamboestokken, zich er niet zo voor inspannen hem hoog te houden. De witte ondergrond gaat geleidelijk over in een oer-Hollandse wolkenlucht doorkliefd door vele touwen, het lichtglanzende mysterie in het midden. Alsof het volkomen vanzelfsprekend is staan de mensen in rijen boven elkaar opgesteld op immense vellen papier. Zwevend in de lucht. Het geheel doet, mede door de compositie, enigszins denken aan prenten van middeleeuwse kathedraalbouw; samen voor het hogere doel. Het zijn echter geen geschilderde figuren, maar haarscherp gefotografeerde herkenbare mensen. Dat geeft de voorstelling een bijzonder surrealistisch karakter. Tegelijkertijd ziet het geheel er toch ook volkomen natuurlijk uit. Meer nog, het beeld blijkt uiteindelijk samen te vallen met de realiteit. Dat wil zeggen de realiteit van de locatie waarvoor het gemaakt is. Combiwerk is een grote instelling die niet alleen werk biedt aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, maar hen ook wil stimuleren zich zoveel mogelijk vanuit de eigen kracht verder te ontwikkelen. In de beleidsvisie vormt men het bedrijf met elkaar gezamenlijk. De nieuwbouw markeert hierin ook een bevestiging. De mensen op de foto waren vorig jaar allemaal werkzaam bij Combiwerk. De hangende vorm blijkt oorspronkelijk een stuk gele was te zijn, passend in een hand. Alle deelnemers hebben hem daadwerkelijk vastgehouden en meegevormd. Dit kleine gebaar is bij wijze van ‘ode’ uitvergroot en daarmee symbolisch voor hoe iedere individuele bijdrage het geheel mede vormt, er toe doet. 

Werkproces

Sylvie Zijlmans (1964) en Hewald Jongenelis (1962) hebben circa vijfhonderd werknemers inclusief directeur en management stuk voor stuk apart gefotografeerd trekkend aan een stevig stuk touw, op blote voeten. Vaak trok nog een assistent aan de andere zijde voor een realistische weerstand. Van het poseren - de aanmelding was vrijwillig en gaandeweg groeide het enthousiasme - werd een klein feestje gemaakt met gebak en een afdruk om mee naar huis te nemen, terwijl de losse prints ook in een groeiende collectie werden opgehangen. De fotoshoots duurden meer dan vijf volle weken, waarna vervolgens foto voor foto in het grote geheel werd gemonteerd; iedere figuur in de juiste verhouding én in de juiste positie. Soms waren weer nieuwe opnamen nodig om een kloppend beeld te kunnen creëren. Zorg voor detail toont zich ook in de belijning met de touwen en hun knopen, deels bijgetekend of plots onderbroken zonder dat het stoort. Zo ook de grappige houtje-touwtje constructie, opgebouwd achter de studio van de kunstenaars in Amsterdam. Het resultaat van dit monnikenwerk -er werden 18.000 foto’s gemaakt - is uiteindelijk uitgevoerd op keramische staalplaat. 15 panelen vormen samen een beeld van 5 x 3,6 meter, hetgeen in de immense hal van de nieuwe huisvesting, eigenlijk nog een bescheiden formaat is. De kleurstelling voegt zich daarbij naar het grijs van de architectuur.

Het kunstenaarsduo werkt samen sinds 1993 en beiden geven naast eigen werk ook les op de Rietveld academie. Ze houden ervan om als bij een ping-pong spel ideeën uit te wisselen en zich te laten inspireren. Dat plezier kenmerkte eveneens hun intensieve werkperiode in Delft. Ze lieten zich ook graag verrassen door dingen die ze niet gepland hadden; mensen die niet aan het touw konden trekken, een onafscheidelijke hond, de leuke contacten met de bijzondere medewerkers. De sociale impact van het proces bij het bedrijf was dan ook groot. Dankzij de opstelling van de kunstenaars ontstond volgens de medewerkers een levendig gevoel van betrokkenheid en trots. De openbaar geformuleerde opdracht in het kader van de percentageregeling vroeg ook expliciet om een kunstwerk waarin de medewerkers centraal staan en waarin ze zich zouden herkennen. De werkvorm was daarbij volkomen vrij. Het ontwerp van Zijlmans en Jongenelis, geselecteerd uit 3 schetsopdrachten, geeft de samenhang tussen de individuele inbreng en het gemeenschappelijke doel, de kracht van de samenwerking die haast letterlijk bovenmenselijke proporties aanneemt, een dimensie extra. Afgezien daarvan biedt het geheel ondertussen ook een heerlijk schouwspel waarop steeds iets nieuws valt te ontdekken.

China

Diezelfde aandacht voor de onzichtbare samenhang tussen mensen in afzonderlijke gebeurtenissen kenmerkt ook het project Ten to One uit 2009 (destijds gepresenteerd in Museum Boijmans van Beuningen). Een eveneens surrealistisch aandoende  fotomontage op groot formaat laat honderd feestgasten zien rondom tafels in een weiland. In werkelijkheid zijn het tien keer tien dezelfde personen op tien avonden gefotografeerd, rekening houdend met kleur– en lijnperspectief. Deze vrienden zijn door de kunstenaars speciaal in steeds verschillende kostuums van Chinese makelij gestoken. Maar door deze honderd (!) kleermakers in Beijing daadwerkelijk op te zoeken en ze uitgebreid met hun bedrijfjes te portretteren in een publicatie, worden ze uit de anonimiteit gehaald. De vrienden op de foto worden ondertussen als individu juist minder belangrijk. Meestal realiseren we ons helemaal niet hoezeer ons leven sociaal en economisch met onbekende mensen in verre vreemde landen verbonden is.

Mogelijkheden

Sporen van dit indrukwekkende  project zijn met een natuurlijke vanzelfsprekendheid doorgetrokken in de tentoonstelling ‘The present. The Elimination of Possibilities’ in het Stedelijk Museum te Schiedam. In The Dancehall (2011) een zaalvullende installatie, zweven honderd ingetogen dansende mensen in rijen boven elkaar op drie wanden. Alsof ze alleen zijn. Ieder voor zich, maar China voor ons allen, want de fijne vintage kleding is ook hier vervaardigd door honderd Chinese kleermakers. De beat en het echte poolbiljart aan één kant van de zaal doen je beseffen dat je deel uitmaakt van dit ‘feest’ en heel even vraag je je toch af waar je eigen jasje vandaan komt.

In de tweede zaal zijn drie andere video-installaties te zien.

In het meest recente, The Idea of Freedom  (2012), wordt vanuit een langzaam rijdende auto, alleen van achteren gefilmd, een spoor van afval, flesjes etc. uit deuren en ramen gegooid. De lange wat desolate laan krijgt een extra markering. Een man loopt er achteraan om de voortgang en compositie te controleren. De vervuiling wordt geësthetiseerd. Als dat onze vrijheid is. Maar moralisme lijkt (gelukkig) te ontbreken, het gegeven van de mogelijkheid is hier eerder fascinerend.

Nog indringender is dit het geval bij de centrale installatie The Fundamental Engine of Progress die uit een tiental projecties uit hun film The Insurrectionists Progression (2010) bestaat. Hier trekken een vader en zijn zoon (Jongenelis en zoon) als grote en kleine beer langs de rafelige randen van de stad. Identiek gekleed in een flinke laag maatpakken die exact over elkaar passen, steeds net een randje van het pak eronder zichtbaar latend. Zij lijken het zelf volstrekt normaal te vinden zo gekleed te gaan, hoewel de vader af en toe liefdevol de jongen helpt de zware last van al die broeken op te sjorren of zijn jasjes draagt.  Het idee van de vele pakken over elkaar gedragen komt voort uit de beperkingen die de kunstenaars ondervonden bij het importeren van pakken uit China. Met meerdere pakken over elkaar het vliegtuig instappen leek de beste oplossing. Met grote aandacht bouwt het tweetal stapelingen van de dingen die ze tegenkomen. Op een naargeestige parkeerplaats zien we een stapeling van oud keukengerei ontstaan, elders worden oude schuimblokken en dozen gestapeld als achteloze sculpturen in niemandsland. Daarna gaan ze weer doodgemoedereerd verder, lopend of per Segway door het landschap, soms even uitrustend. De zin van al die handelingen lijkt zo betrekkelijk mede door de korte loops, maar de ernst en toewijding maken uiteindelijk ook het tijdelijke gebaar, de handeling van het stapelen en het onderweg zijn zelf tot iets verhevens. Bestaat ons leven niet in essentie uit het voortdurend verplaatsen van dingen? Het een vormt de basis voor het volgende; vooruitgang kan evenmin zonder, maar de intentie lijkt de waarde van de handeling te bepalen in het hier en nu. In de begeleidende museumtekst wordt gesproken over een uitnodiging om zelf deel te worden van de presentatie. Dat herken ik echter niet. Integendeel. Ik voel een aansporing om me bewuster met de dagelijkse omgeving uiteen te zetten, mogelijkheden te herkennen, maar ten aanzien van de intieme en ontroerende taferelen die deze installatie laat zien zou ik alleen maar een eerbiedige afstand willen bewaren. Evenmin zie ik dat in de raadselachtige video The Wishing Well, waarin twee kinderen schuilen onder een stapeling van planken, planten en stromende zwarte inkt.

The Present

In het trappenhuis tussen de twee zalen hangt een vreemd ruimtelijk werk met neonstaven, The Present (2012). Met zijn diabolovorm verbeeldt het hoe het heden een nauw knooppunt vormt tussen verleden en toekomst, waarbij door de omstandigheden op het moment zelf alle andere mogelijkheden zijn uitgesloten. Mogelijkheden die weer toenemen naarmate de tijd verder verstrijkt of verstreken is. Met elke keuze of gebeurtenis worden andere dingen uitgesloten. Je kunt maar op één plek tegelijk zijn, elk bouwsel is gebaseerd op een ondergrond. Deze mooie metafoor vormt het concept voor de samenstelling van de tentoonstelling. Herkenbaar, maar eigenlijk ook weer weinig specifiek.  Evengoed biedt het een kader voor werken met een krachtige filosofische en poëtische uitstraling, een pleidooi voor aandacht, voor het open staan voor verbanden en creëren van mogelijkheden. Zowel het werk in Delft, een project als Ten to One en de tentoonstelling in Schiedam benadrukken dat wat ieder mens doet, deel uitmaakt van een groter geheel. Maar het zou weinig tot de verbeelding spreken als de invalshoeken niet zo verrassend waren, als de zwaarte van het alledaagse niet was opgeheven zonder licht van gewicht te worden.

The Present, The Elimination of Possibilities, Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis, Stedelijk Museum Schiedam

15 februari t/m 29 april 2012

www.stedelijkmuseumschiedam.nl


 

 

 

Comments