Thom Puckey in Vijfhuizen

Thom Puckey: Relatively Armed

Tot 27 november zijn vijf beelden van Thom Puckey tentoongesteld in Fort Vijfhuizen. Vier uit wit marmer, één uit glanzend zwart marmer. Allemaal dodelijk gewapende naakten. Thom Puckey is gefascineerd door het lichaam. Ik herinner me zijn performances, zijn alchemistische periode waarin hij ruimten volzette met communicerende vaten, zijn beelden in brons van grootse figuren, installaties met lenzen, beelden bestaande uit geometrische constructies. Daarachter doemde steeds een lijn op van figuratieve beelden. Armed and relatively dangerous gaat daarop door en brengt alles samen.

Door Ans van Berkum

Echt

Puckey maakt op velen die ik spreek diepe indruk met het realisme van zijn uitvoering. Hij vormt de beelden met uiterste precisie in klei en vervolgens in gips naar levend model. Ergens in Italië worden de gipsmodellen uitgevoerd in steen. Zijn absolute realisme vindt zijn begrenzing in de absurdistische ensceneringen die hij ons voortovert. Het gaat steeds om jonge vrouwen met wapens. Een variant op het aloude thema van De dood en het meisje dat gebaseerd is op een scene uit de Dodendans? Bekend is dat het eerste beeld dat in Vijfhuizen staat, Vallende figuur met twee karabijnen, teruggaat op de beroemde foto van Robert Capa van een soldaat in de Spaanse Burgeroorlog, die stervend achterover slaat met de armen wijd. In elke hand houdt hij een karabijn. Dat die foto mogelijk geënsceneerd is, heeft Puckey waarschijnlijk juist getroffen. Ook zijn beelden kun je beschouwen als cruciale momenten uit fictieve gebeurtenissen. Elk facet is met zorg gekozen en alle elementen zijn bewust ten behoeve van het effect aaneengesmeed tot tableaux vivants. Hoe echt ook de tepelhoven lijken en hoe scherp de dolken en messen ook zijn uitgebeeld; de situatie die wordt voorgesteld is volstrekt irreëel.

Stil

Een meisje ligt op haar buik achter een mitrailleur die op zijn plaats gehouden wordt met zandzakken. Natuurlijk zwaaien haar onderbenen onwillekeurig in het rond, terwijl ze met beide handen aan het schiettuig hangt. Maar haar trekken zijn niet verwrongen van spanning of extase, haar lichaam niet verkrampt om tegenwicht te bieden aan het geweld van het wapen. Ze spartelt eerder als een speelse meermin achter een speedboot. Haar gezicht drukt niets uit. Zelfs geen plezier of genot. Het is stil. Volkomen stil. Dat is ook zo bij de figuur die in de plaats is gekomen van de vallende soldaat van Capa. Het meisje dat achterovervalt, met in elke hand een karabijn geklemd, is stil. Haar sneeuwwitte lichaam is vreselijk kwetsbaar. Het is ontbloot, want zo voelt haar naaktheid hier. Ze is gestript. Dat je als toeschouwer naar elk detail van haar lichaam mag kijken ervaar je met gêne. Dat is vreemd in dit verband, want dat gevoel roepen de andere naakten niet op. Dat dunne riviertje van een ader in haar bovenbeen. Haar ribben en sleutelbeenderen. De ontspannen lippen, de gesloten oogleden als van papier. Opeens zie je het verschil met de andere sculpturen. Dit meisje sterft. Haar beweging is gestold als in een filmstill. Ze valt niet op die harde Spaanse grond van haar voorganger, maar op een groot zacht kussen. Haar val wordt die van een engel. Ze zijgt pijnloos neer naar haar eeuwige rust.

Puckey werkt steeds met kussens en matrassen in deze serie. De meisjes vallen, zitten en kruipen op zachte ondergronden, die indeuken waar een knie terechtkomt. Eén staat heel rustig met één voet op een trommelvormig gecapitonneerd steunobject. Je ziet zo dat het zacht is, net als haar dijen, haar borsten en haar wangen. In de compositie herken je het schilderij van Ingres van Oedipus en de sfinx, waarin de naakte Oedipus zijn voet op een harde rots zet. Door Puckey’s omkeringen van hard in zacht, van geweld in stilte, van wapens in speelgoed, van symbolische figuren in echte mensen, heft hij het drama dat hij aan de orde stelt op naar een ongrijpbaar niveau.

Grenzeloos

Thom Puckey goochelt in deze werken vrijelijk met citaten en halve citaten van bekende schilderijen, foto’s en misschien ook films, een aanpak die in zijn oeuvre niet nieuw is. Maar in deze serie verwijst hij ook naar reële personen. Naar jonge vrouwelijke kunstenaars. Ze zijn weliswaar gestileerd, maar toch als personen afgebeeld. Begeleidde hij ze als student? Kim de Weijer is er bij. Zij maakt performances die veel weg hebben van wat Puckey in de jaren zeventig deed onder de noemer Reindeer Werk. De Weijer beeldt een persoonlijkheidstoornis uit, waarbij ze spastisch beweegt en snerpend schreeuwt. In een ander werk lacht ze op de grens van gekte, ‘zingt’ op het zielige af; danst quasi erotisch. Puckey heeft het vaak genoeg laten zien, recent nog bij zijn expositie in de Hofland Gallery in Amsterdam: het wegduwen en overschrijden van grenzen fascineert hem. Bij Hofland combineerde hij twee van zijn marmeren beelden met de harde erotiek van Michael Kirkham en het dood en verderf van Johan Tahon. Met zijn jongste uiterlijk zo gave, maar inhoudelijk zo gewaagde werk in marmer, vertelt Puckey onomwonden wat hem beweegt. Hij legt alles open. Er zijn wel eens periodes geweest waarin hij zich niet compleet goed voelde bij het werk dat hij presenteerde. Dat is nu voorbij. Met dit werk valt hij helemaal samen, vertelde hij me in Hofland. Dat maakt gelukkig.

Lees ook het artikel For the Love of Cruelty

Thom Puckey, Armed and Relatively Dangerous, Kunstfort bij Vijfhuizen, 11 september t/m 27 november 2011, www.kunstfort.nl

Lees ook de papieren versie van Beelden. Neem een abonnement of bestel een proefnummer.

 

Comments