Tom Claassen in CODA

Tom Claassen van KAdE naar CODA

Het is nog maar net een jaar geleden, dat Tom Claassen van zich liet horen door middel van een grote overzichtstentoonstelling in Kunsthal KAdE te Amersfoort. Nu is zijn werk te zien in het Apeldoornse CODA. In plaats en tijd mogen deze twee tentoonstellingen elkaar nabij zijn, maar in doel en ambitie vormen ze onvergelijkbare grootheden. Juist daarom kan het verhelderend zijn ze te vergelijken.

Door Antonie den Ridder

Tom Claassen studeerde van 1984 tot 1989 aan de AKV St. Joost in Breda en werd in 1992 genomineerd voor de prestigieuze Prix de Rome. Later ontving Claassen onder andere de Charlotte Köhler Award. Het werk van Tom Claassen is ruim vertegenwoordigd in de Nederlandse openbare ruimte. De tentoonstelling in KAdE liet zien, dat de ambities van de in Denemarken wonende kunstenaar verder reiken dan het vullen van de openbare ruimte met aandoenlijke paarden, konijnen en vogels. Het accent op de formele en experimentele kant van zijn oeuvre moest ook erkenning vanuit de museale wereld op gaan leveren. Zowel KAdE als Claassen zetten daarvoor alle zeilen bij en de kunstenaar zelf was intensief betrokken bij inrichting en vormgeving van de tentoonstelling. De presentatie in Apeldoorn laat zich lezen als een ander verhaal. Claassen exposeerde eerder in CODA Museum. Zijn werk maakte in 2005 onderdeel uit van de kindertentoonstelling Kind en Kunst. Ons Huis Kunstfonds heeft recentelijk een werk, bestaande uit twee ezelfiguren, aangeschaft van Tom Claassen. Het zal dit najaar in het Apeldoornse Matenpark geplaatst worden. In het Zuiderpark van dezelfde stad waren al twee bronzen vogels van Claassen te zien. De tentoonstelling in CODA vormt een context en rechtvaardiging van de in de openbare ruimte geplaatste werken. Het feit dat Tom Claassen zich niet persoonlijk met de tentoonstellingsinrichting bemoeid heeft, werd door bepaalde betrokkenen als lichtelijk teleurstellend ervaren. 

Innerlijke tegenstrijdigheden

Uit het omvangrijke oeuvre van Claassen zijn vooral de uitvergrote en vereenvoudigde mens– en dierfiguren bekend. Nu moet het pijnlijk zijn, dat het publiek de betreffende beelden maar blijft benoemen als vertederende speelgoedbeesten en aandoenlijke lappenpoppen, terwijl je juist innovatief te werk gaat met volumes en de oppervlaktespanning van vormen. Het is sneu, dat behaalde successen je soms vervelend voor de voeten kunnen lopen. Maar dat fenomeen komt wel voort uit innerlijke tegenstrijdigheden, die opgeroepen worden door de persoonlijke keuze van de kunstenaar. Die tegenstrijdigheden maken het mogelijk om diepe gedachten te koesteren over leegte en huid. De dierfiguren van Claassen lijken eerder opgepompte volumes te zijn dan constructie van vlees, bloed, botten en spieren. De Buffels in CODA zijn met ruim vallend vel half leeggelopen. Het staande Konijn lijkt uit zijn voegen te willen barsten. Maar even vrolijk kun je ook stellen, dat het konijn in kwestie zich qua uitdrukking van karakter kan meten met Nijntje, het lievelingskonijn van Dick Bruna, dat overigens ondertussen ook over museumstatus beschikt.

Wilt u het hele artikel lezen, neem dan een abonnement, of vraag een proefnummer aan. 

Tom Claassen, Beelden, CODA Museum, Apeldoorn, 2 juli t/m 25 september 2011, www.coda-apeldoorn.nl


 

Comments