Triënnale Brugge 2018

Brugge als vloeibare kunststad

 

In het kanaal van Brugge dobberen drie duikers in de gracht bij het Jan van Eyckplein. Op de kade geefteen man aanwijzigingen hoe ze zware ijzeren objecten,dievanaf een kraan naar beneden zakte, moeten sturen. Het is een project van het architectuur en design bedrijf StudioKCAuitNew York. Een zware paal moet weer omhoog, de man op de kaderand wil het anders hebben. Over twee dagen is de opening van de Triënnale Brugge 2018Liquid City – Vloeibare Stad.Vande gigantische walvisvan drijfafval, dat dit waterscuptuur moet worden, zie ik nog niets. De officiële opening is overmorgen. “Dat kan bijna niet lukken”, denk ik bezorgd.

 

Door Astrid Tanis

 

Ieder jaar legt de gemeente van Brugge 700.000 euro apart voor de Triënnale. Zo is er iedere drie jaar meer dan twee miljoen euro om toeristen naar Brugge te lokken met bijzondere kunstwerken. Voor de burgemeester staat stadspromotie voorop en niet de kunst. De curatoren zetten de kunst voorop. Een mooie samenwerking”,denk ik. De stadspromotor zorgt voor het budget en de curatoren hebben voldoende om dit om te zetten in echte kwaliteit; dat zouden meer gemeenten moeten doen. Uiteindelijk hebben ze een fiks bedrag, dat ze kunnen besteden aan de kunst, de twee curatoren en het in de watten leggen van de internationale pers om mensen naar Brugge te lokken. Daar is niets mis mee want de kunstenaars varen er wel bij en de lokale economiezeker ook. Ik laat me graag lokken want drie jaar geleden was ik aangenaam verrast door de hoge kwaliteit van deze kunstroute. 

 


Architectuur

“Waarom zoveel architecten” vraagt een kritisch aanwezige journalist tijdens de persbijeenkomst. De vraag verbaast me, veel architecten en vormgevers hebben inmiddels de kunstenaarsattitude omarmt en hun objecten zijn de pure functionaliteit ruim ontstegen. Tegelijkertijd dragen werken van architecten nog steeds kenmerken waarin ruimtelijke ordening een grote rol speelt. Architect-kunstenaars passen prima in de openbare ruimte; ze durven vaak groot te denken. De walvis van StudioKCA, daar kan je niet in wonen en niet in werken, maar het zet wel aan tot denken over ons leefmilieuen dat geldt voor meer werken op deze Triënnale.

Een gids leidt ons later rond, maar omdat er overal nog kunstenaars aanwezig zijn waarmee gepraat kan worden, valt de groep al snel uit elkaar in kleinere groepjes. Dat blijkt geen probleem want Brugge is overzichtelijk en de routekaart zeer duidelijk. Een van de eerste werken,een constructivistischebrug die verwijst naar de gulden snede van het gezicht, van de Poolse kunstenaar Jaroslaw Kozakiewicz, blijkt ook nog lang niet klaar. Tentoonstellingen maken, blijkt een lucratieve zaak vol onverwachte dingen: kunstenaars die problemen ondervinden tijdens het maken van hun werk, trage leveranciers van materialen en rekenfoutjes waarvoor een oplossing gezocht moet worden. Tentoonstellingen bezoeken is al even lucratief, timing is belangrijk; kom je te vroeg dan zijn sommige werken nog niet af en kom je aan het einde dan blijken enkelen kunstwerken doorkwetsbaarheid en vandalisme de eindstreep van een tentoonstelling niet te halen

Een volgend werk dat nog niet af is, is van Wesley Meuris. Hij bouwde een open paviljoen bij de Burg. De buitenkant bestaat uit een glazen wand en het is duidelijk dat hier echt een architect aan het werk is. Alhoewel deze behuizing dusdanig open is dat er een directe verbinding met de omgeving blijft bestaan. Meuris is een begenadigd spreker en weet zijn motivatie goed te verwoorden. Sommige van de dragers van het paviljoen tonentekstfragmenten over ‘urban living’. De fragmenten zijn uit de context gehaald en geven zo reden tot overdenking en een eigen invulling.  

 

Vloeibare Stad

Brugge is een prachtig plaatsje en sommige uitzichten over de grachten doen denken aan Venetië. Dat geeft veel mogelijkheden voor kunst in en om het water. Het thema vloeibare stad past hier.Veel kunstenaars maakten gebruik van het water en vaak blijken dit de beste werken. Heel mooi is het werk van de kunstenaar Renato Nicolodi die een drijvend object maakte dat goed te zien is vanaf de Duinerbrug aan de Langerlei. Nicolodi’s werk refereert duidelijk aan architectuur, maar je mist de menselijke maat en het krijgtdaardoor een monumentale uitstraling. Zijn ruimtelijke ontwerpen zijn gebaseerd op een mathematisch geordend patroon dat strak en geometrisch is. De werkenrefererenaan oude tempels en graftomben,maar zijn het niet. Een fascinatie met de dood echter kan je deze kunstenaar niet ontzeggen. Het object in het water draagt de titel Acheron 1. Volgens de catalogus suggereert Nicolodi met dit werk dat er een verbinding bestaat tussen onze huidige samenleving en de mythologische onderwereld. Acheron verwijst naar het Griekse woord ‘achos’ en dat verwijst naar de rivier van het leed. Het wateroppervlak fungeert als grens en het kunstwerk als poort. In het Poortgebouw waar de rondgang voor ons vandaag startte,staan een maquette en kleinere sculpturen van deze kunstenaar. Deze kleinere werken spraken al tot mijn verbeelding, maar op grotere schaal, zie ik nu, komt zijn werk nog beter tot zijn recht. 

In het Poortgebouw staan meer kleinere werken van kunstenaars die je als maquette kan zien. John Powers is bij deze voorbezichtiging nog bezig de ruimte in te richten en dat gaat niet eenvoudig. Zijn werken zijn opgebouwd uit rechtvormige modulen die met elkaar verbonden zijn tot hoge ranke bouwwerken. Ze zien er kwetsbaar uit en evenwicht lijkt een element dat de spanning binnen deze werken opvoert. Bij het installeren van de werken is het dus uitkijken dat sommigen niet omvallen en dat zal zonder meer een grote ravage veroorzaken. Op het Minneboplein zette de kunstenaar een hoog bouwwerk neer met de titel Lanchals.Het is een verwijzing naar de langhalszwanen die je vaak kunt waarnemen in het water dat langs het plein loopt. De kunstenaar maakte dit beeld expliciet voor Brugge en het refereert aan een legende waarin de zwaan een rol speelt. Tijdens een burgeropstand in de vijftiende eeuw werd de raadsheer van aartshertog Maximilaan van Oostenrijk Pieter Lanchals gefolterd en onthoofd door de Bruggelingen. Maximilaan nam wraak voor deze daad en Brugge werd gestraft. Als herinnering hieraan moesten de Bruggenaren voortaan 52 witte zwanen op de reien laten leven. Het beeld van Powers rijkt dapper naar de blauwe hemel en op het platform van staal en beton rusten wat voorbijgangers uit. Dat ook dit beeld moeite heeft met evenwicht zie je aan dit visueel iets te zware platform en de stalen kabels die het beeld op haar plaats houden. Terecht natuurlijk, je moet er niet aan denken wat voor schade er kan ontstaan als het beeld omkukelt.

 

Zwemmen

Het is een warme zonnige dag en dat maakt wandelen van kunstwerk naar kunstwerk een aangename bezigheid. We herkennen plekken van de vorige editie en vragen ons af wat er met de prachtige werken van drie jaar geleden is gebeurd. Waar is het indrukwekkende open zwembad Het ponton van Atelier Bow-Wow aan De Reien gebleven, vraag ik een lokale ambtenaar kunstzaken. De buurtbewoners bleken bezwaar te hebben gemaakt. Ik kan me daar weinig bij voorstellen, weerstand tegen gebruiksvriendelijke kunst, zeker als je het ook nog eens kunt gebruiken om er bij warm weer een duik in te maken. Zo’n kunstwerk lijkt mij eerder een cadeautje. Dat belooft vermoedelijk dat het kunstwerk Selgascano Pavilionvan het Spaanse architectenbureau Selgascano deze editie ook geen lokale waarderingkrijgt. Het is een felrood doorzichtigevorm waar je doorheen kunt lopen. Het felle materiaal geeft een bijzondere kleursensatie en kleurt het water rood. Zwemmen mag alleen op zaterdag en zondag in de maanden juli en augustus, zegt het bijschrift. Jammer, denk ik, mensen in het water zou een extra impact geven aandit toch al zeer opvallende werk. 

 

Het oordeel

We staan voor een grasveld bij het Grootseminarie. Hier bevindt zich een selectie uit de collectie van Frac Centre-Val de Loire. De collectie belicht de relaties tussen kunst en architectuur uit de jaren 1950 tot nu. Zij is georiënteerd op de relaties tussen kunst en architectuur in hun toekomstgerichte en experimentele dimensie en houdt zich verre van erfgoed. Waar dit instituutmet name in geïnteresseerd lijkt,is hoe je vloeibare vormen kunt ontwerpen via digitale middelen en computergestuurde ontwerpprocedures. Ergens hier binnen moeten de ontwerpen staan, maar welke deur moeten we nemen? We vragen het een voorbijganger. ‘Die bruine deur’, zegt hij en hij zwaait slordig met zijn hand een richting uit. We kijken en zien drie bruine deuren aan die kant van het gebouw. De voorbijganger is al doorgelopen en we lopen een beetje besluiteloos naar de aangewezen richting. Een door het levenslotaangetasteman op een grote grasmaaier komt ons te hulp en vraagt wat we zoeken. We zoeken de kunstwerken. Die deur, maar ik vind er niets aan aan die kunst”, zegt hij ongevraagd terwijl hij de minst grote deur aanwijst. Ik glimlach naar hem en zeg, “dan gaan we eens kijken of we dat met je eenszijn”. Binnen vinden we een lekkere koele kerk gevuld met religieuze herinneringen met twee grote kunstwerken en wat kleinere. Bij het eerste grote kunstwerk waar ik tegenaan loop, weet ik dat ik het oordeel van de tuinman niet deel. Het witte vloeiende object van Marc Fornes fascineert me mateloos. Wat een ontwerpwerk om dit te maken. Het doet me denken aan sterk uitvergrote koraalriffen. Ik kende deze ontwerper niet, maar zie later op internet dat deze architect/kunstenaar meerdere zeer monumentale vloeiend gevormde bouwwerken de wereld in stuurde.

Vlak bij het altaar staat een groot roze werk van Alisa Andrasek and Jose Sanchez. Je ziet een organische structuur die op koraalriffen lijkt, maar het zijn eigenlijk aan elkaar gekoppelde plastic delen. Ook van haar zie ik later op internet dat ze met dezelfde delen grote constructies maakte. Ook zie ik dat ze daar vaak een sociale activiteit van maakt, waarbij kinderen en bezoekers mogen experimenteren met de delen. Leuk altijd als een tentoonstelling nog verassingen voor je heeft en je stimuleert om later thuis nog verder te onderzoeken. Na ons bezoek aan de kerk zien we buiten de tuinman niet meer om onze ervaring mee te delen.

 

Idealistisch

Als afsluiting van de route gaan we nog even kijken bij het project, House of Time, van de architecten van Raumlabor. Het is een sympathiek concept, maar visueel op het eerste opzicht wat teleurstellend. Bij aankomst zitten aan een lange tafel allerlei mensen ontspannen en tevreden te eten en te drinken. De twee betrokken architecten zijn ook aanwezig en vertellen enthousiast over hun project. Eigenlijk is dit een soort bouwgemeenschap waar lokale jongeren creatief aan de slag kunnen om bouwwerken te maken met diverse materialen. Een van de architecten legt uit dat jongeren met problemen zo kunnen ervaren dat ze iets kunnen volbrengen met een beetje hulp van derden. Ze kunnen doelen behalen en in de weg naar dit doel dingen leren. Verspreidt over het terrein staan allerlei bouwwerken. Het ziet er allemaal een beetje van het niveau afstudeerwerk van studenten van de kunstacademie uit. Als deze jongeren deze werken zelfstandig hebben gemaakt vind ik dat toch best knap en creatief. Verscholen in een haag vinden we een brug naar een soort boomhut met een uitzicht over water, dit werk steekt boven de andere werken op het terrein uit. Een van de architecten vertelt ons dat dit hele project waarschijnlijk geadopteerd gaat worden door de stad en er behalve architecten sociaalwerkers bij het project betrokken zijn. Als sociaal project is dit zeker geslaagd en zo moet je het, denk ik, ook beoordelen en niet als visueel project.

Behalve de opschriften op een oude watertank. De woorden LIVE, NOW en CHANGE lezen we, maar als we de tank naar binnen gaan, zien we dat de woorden niet op het metaal zijn geschreven. Ze zijn door de wand aangebracht, waardoor licht naar binnen schijnt. “Mooi denkt ik” en ik krijg een nieuwsgierig reflecterende gevoel dat ik herken, omdat het voor mij onlosmakelijk verbonden is met de betere kunstervaring. Deze tekst legt betekenis op het werk van de jongeren. ‘Leef en pak je kans’ en laat die ervaring een lichtpunt zijn die van buiten naar binnen schijnt. Idealistisch misschien, maar waarom niet.

 

Een week later gaan we de tentoonstelling Beaufort langs de Belgische kust bekijken. We besluiten er een langer weekend van te maken om de kunstwerken die op de Triënnale nog niet af waren, alsnog te gaan bekijken. DeBrugvan Kozakiewicz is nu ook nog niet af, evenals het paviljoen van Wesley Meuris, maar de walvis rijst inmiddels vol overtuigingskracht op uit het water en trekt vele bewonderaars. Van de stalen dragers zien we niets meer, die zijn bekleed met blauw en wit plastic uit de oceaan. Wat een prachtig zootje. Het plastic is half vergaan en dof geworden door het zilte nat. Ik denk aan een artikel dat ik laatst las, dat in zeezout inmiddels plasticvezels worden gevonden. Uiteindelijk krijgen we de rotzooi die we maken als een boemerang terug. Ik consumeer het overigens liever hier in Brugge als kunst dan op mijn biefstuk thuis.

 

Triënnale Brugge 2018, 5 mei t/m 16 september 2018, www.triennalebrugge.be


Lees ook het artikel over de Triënnale van 2015.

 

Comments