Beelden 2#2011


Beelden 2#2011, jaargang 14, nr. 54



Van alle artikelen kunt u korte lemma's lezen door de titel aan te klikken. 

De vet gedrukte titels zijn volledig te lezen.

Inhoud

6 Column, Astrid Tanis

Wilhelminaring 2011: Piet Slegers, Ans van Berkum

8 Biënnale van Venetië, Astrid Tanis

10 ARTZUID 2011, Eleonoor van Beusekom

12 Charlotte van Pallandt, Jet van der Sluis

13 Carl Andre, Antonie den Ridder

14 Nathalie Djurberg, Els Vegter

15 Jan Fabre, Jet van der Sluis

16 Niki de Saint Phalle, Riet van der Linden

18 Elmgreen & Dragset, Peke Hofman

20 Adriaan Rees, Geraart Westerink

21 Galerie Reuten, Sya van 't Vlie

22 Bewaerschole, Piet Augustijn

23 De Nieuwe Gang, Judith van Beukering

24 Barstensvol glas, Carina van der Walt

25 Bruggen en hekwerken, Tine van de Weyer

29 Maartje Korstanje, Etienne Boileau

30 Nicolas Dings, Antonie den Ridder

31 Kunst en geld: Ruud Kuijer, Anne Berk

32 Verzamelaars: Anno Lampe en Lex Plompen, Etienne Boileau

33 Boeken, Astrid Tanis

 

 

  


Redactioneel

De huidige regering maakt de uitspraak ‘Alles van waarde is weerloos’ van Lucebert actueler dan ooit. Het is niet gebruikelijk om in dit tijdschrift over beeldende kunst over politiek te schrijven, tenzij de politiek de kunst raakt; en dat is wat momenteel in de Nederlandse politiek gaande is. De beoogde bezuinigingen van dit kabinet maken dat er veel van creatieve waarde verdwijnt, maar ook dat er veel mensen in de culturele sector op straat komen te staan. Geschat wordt dat er 3.000 vaste banen verdwijnen, daar bovenop komt een veelvoud van freelancers en toeleveranciers. FNV Kiem noemde laatst zelfs het getal van 15.000. Het lijkt er op dat de politiek daar geen oog voor heeft. Veel mensen komen in de WW en de Bijstand terecht. Dat is geen besparing, maar culturele kapitaalvernietiging.

Behalve de bezuinigingen op kunst en cultuur zijn ook andere kwetsbare sectoren mikpunt, zoals de zorg en speciaal onderwijs. Ik hoop dat bij diegenen die vorig jaar op de regeringspartijen en haar gedoogpartner hebben gestemd en die zelf hinder hiervan ondervinden, doordringt voor wat voor samenleving zij kozen.

Het volgende heeft weliswaar weinig met kunst te maken, maar het illustreert wel de onzuivere communicatietechniek van de gedoogpartner van deze regering.

Bij de viering van het 65-jarig bestaan van de PvdA, twitterde Wilders: “Jullie gaven NL massa-immigratie en importeerden velen kanslozen en criminelen.” Is dit wel zo, vroeg ik mij af en ik startte een klein onderzoekje. Na de Tweede Wereldoorlog draaide in Nederland de economie van de wederopbouw op volle toeren. Toch heerste er werkloosheid, en daarom stimuleerde de overheid de emigratie van meer dan een half miljoen Nederlanders naar Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig sloeg de situatie echter om. Het tekort aan ongeschoold personeel in de industrie werd zo groot, dat veel bedrijven (gast)arbeiders gingen werven in de landen rondom de Middellandse Zee; eerst in Joegoslavië, Griekenland, Spanje en Italië, later ook in Turkije en Marokko.

Indertijd veronderstelde de regeringspartijen dat de buitenlanders in korte tijd zoveel mogelijk geld wilden verdienen en snel terug zouden keren. Echter in de contracten die de Nederlandse overheid met de landen van herkomst had gesloten, stond dat de gastarbeiders het recht hadden te blijven en dat zij na twee jaar hun familie konden laten overkomen. Vooral de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders maakten massaal van dit recht gebruik. 

Op Wikipedia kun je een overzicht vinden van de Nederlandse kabinetten in die tijd. De kabinetten vanaf eind 1958 bestonden uit KVP, ARP en CHU (de drie partijen die later opgegaan zijn in de CDA) en de VVD. Alle regeringen bestonden uit coalities van deze partijen, aangevuld met een enkele keer DS70 of D66. Slechts van 14 april 1965 tot 22 november 1966 was er een (kort) kabinet waar in de PvdA meeregeerde. Regeringsverantwoordelijkheid voor de komst van de gastarbeiders lag al die tijd bij de VVD, waar Wilders van 1989 lid van was geworden, en bij de voorlopers van het CDA. Links zat al die jaren in de oppositie. Het blijkt dat hoe vaker politieke leiders polariseren, links ergens verantwoordelijk voor is, hoe meer men geneigd is dat klakkeloos aan te nemen.

Regeringsverantwoordelijkheid is relatief; zelfs als links meeregeerde (tijdens de paarse kabinetten) dan nog maakt dit hen niet hoofdverantwoordelijk voor alle besluiten. Een volledig links kabinet heeft ons land nooit gehad. In ons poldermodel is iets geen zaak van links of rechts, maar een zaak van belangen van de diverse coalitiepartners samen en dit resulteert vaak in een middenweg. Het is zeker niet zo dat ‘rechts’ nooit van kunst en cultuur hield. Dit is overigens niet de eerste bezuinigingsronde. Ik kan me over de afgelopen twintig jaar herinneren dat er bezuinigingsronde op bezuinigingsronde volgde in de kunst en cultuursector. Zelfs als Cultuur in handen was van een PVDA minister of staatssecretaris. Dit komt omdat het regeerakkoord werd uitgevoerd, een gulden middenweg tussen drastisch bezuinigen en gematigd bezuinigen.

John Blaak

 

 

Comments