Wilhelminaring in CODA

In de ban van de ring: Coda belicht de geschiedenis van de Wilhelminaring

Sinds 1998 kent Nederland een officiële, tweejaarlijkse oeuvreprijs voor de beeldhouwkunst: de Wilhelminaring. In het Codamuseum in Apeldoorn is een compacte en fraai vormgegeven expositie ingericht waarin het werk van de winnaars van de afgelopen edities kort wordt toegelicht. In chronologische volgorde betreft het: Joop Beljon, Joep van Lieshout, Jan van Munster, Carel Visser, Maria Roosen, John Körmeling, Piet Slegers en Hans van Houwelingen. Centraal staan de beelden die zij met het prijzengeld gemaakt hebben en de unieke ringen die speciaal voor hen zijn ontworpen. Minder bekend is misschien dat bij ieder beeld ook een gedicht in opdracht wordt gemaakt. Deze poëzie is hier zowel te lezen als te beluisteren. In het Sprengenpark in Apeldoorn groeit door dit initiatief een sculptuurpark dat ‘the state of the art’ in beeld probeert te brengen.

Door Jet van der Sluis  

Geschiedenis
Het idee voor deze prijs is ontleend aan de Kaiserring, een internationale kunstprijs die al sinds 1975 in het Duitse Goslar wordt uitgereikt. Toen initiatiefneemster van het eerste uur, Karla de Boer, in 1996 de prachtige beeldencollectie van deze stad zag van de hand van vermaarde ‘ringdragers’ als Henry Moore en Richard Serra, vroeg ze zich af of iets dergelijks niet ook in Nederland gerealiseerd zou kunnen worden, temeer daar er nog geen nationale oeuvreprijs voor beeldhouwers bestond in ons land. De winnaar zou niet alleen een ring, maar ook een betaalde opdracht moeten krijgen voor een nieuw beeld in de openbare ruimte. In Apeldoorn vond ze gehoor bij de werkgroep STAP die zich beijverde om deze stad cultureel op de kaart te zetten en met de financiële hulp van Centraal Beheer Achmea ( jawel, van “Even Apeldoorn bellen”) kreeg het plan handen en voeten. De eerste jaren werd werk van de genomineerden geëxposeerd in de door Abel Herzberg ontworpen kantoortuinen van deze verzekeringsmaatschappij, die zich hier wonderwel voor leenden. De gemeente Apeldoorn bleef niet achter: er kwam subsidie voor de organisatie van de prijs en bovendien stelde zij het Sprengenpark ter beschikking als locatie voor de beelden van de winnaars.
Aanvankelijk had de stichting graag de naam van Koningin Beatrix aan de prijs willen verbinden, maar toen dat initiatief struikelde, koos men voor de laatste Oranje die Paleis Het Loo bewoonde, Prinses Wilhelmina. Met enig kunst- en vliegwerk viel de herdenking van haar troonsbestijging op 31 augustus 1898 precies honderd jaar later samen met de eerste toekenning van de Wilhelminaring aan Joop Beljon in 1998. De uitreiking vindt sindsdien heel toepasselijk plaats in haar oude woonstee, Paleis het Loo in Apeldoorn.
Net als bij de Kaiserring ontvangt de laureaat als eerbewijs een ring. In Goslar is dat steeds een zelfde zegelring waarin de afbeelding van Keizer Hendrik IV is gegraveerd, maar hier wordt voor iedere winnaar een speciale ring ontworpen door steeds een andere sieradenontwerper. Van Karla de Boer kwam ook het idee om ieder gerealiseerd beeld te laten begeleiden door een gedicht van een eigentijdse dichter die zijn (of haar) sporen verdiend heeft. 

Evolutie
De eerste jury van de Wilhelminaring bestond uit drie museumdirecteuren, een beeldhouwer, een architect en de voorzitter van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers. De jury wisselt sedertdien bij iedere editie van samenstelling. Wel zijn de leden steeds afkomstig uit het professionele veld. Die wisseling van de wacht resulteert in vaak verrassende prijswinnaars, iets wat  - zoals het hoort bij ‘jurysporten’ - garant staat voor de nodige deining. De eerste jaren werd de winnaar gekozen uit een aantal genomineerden, maar die opzet werd in 2004 verruild voor een andere procedure. Dat had alles te maken met de persoon van Carel Visser. De redenering van de toenmalige jury was dat je de ‘éminence grise’ van de Hollandse beeldhouwkunst niet kon nomineren voor een oeuvreprijs die hij zonder meer verdiende te winnen. Er kwam dat jaar een halfslachtige oplossing: in plaats van drie gelijkwaardige genomineerden, stelde deze jury een hoofdprijs in met daarnaast twee prestigeprijzen voor kunstenaars onder de 45 jaar. Zo kregen Elisabeth Stienstra en Guido Geelen dat jaar een soort aanmoedigingsprijs of, zo u wilt, een troostprijs.
Vanaf 2006 gaat het roer echt om: het idee van nominaties wordt losgelaten en sindsdien gaat de prijs rechtstreeks naar één beeldhouwer. Inmiddels is er sprake van een transparante samenwerking tussen gemeente en stichting. De stichting is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jury, het organiseren van de prijsuitreiking en de onthulling van de beelden in het Sprengenpark, terwijl de gemeente verantwoordelijk is voor de opdracht aan de kunstenaars en beheer van het kunstwerk, waarbij ze geadviseerd wordt door de gemeentelijke adviescommissie beeldende kunst (GABK).

Variatie en wisselende kwaliteit 
Het blijft - ook voor de leden van de verschillende jury’s - steeds weer een verrassing met wat voor beeld de drager van de ring naar buiten gaat komen. Joop Beljon, de eerste winnaar, was naast beeldhouwer ook directeur van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij heeft de toekenning van de prijs vooral ervaren als een soort genoegdoening voor de hele discipline, omdat het lot van beelden in de openbare ruimte nu eenmaal vaak is dat de maker ervan vrijwel anoniem blijft. Het abstracte beeld dat hij voor het Sprengenpark maakte, heet De Versmelting. Het is zeven meter hoog en in zijn eigen woorden is het: “Een proeve van verbeelding van wat er zou kunnen gebeuren als de Schepper zelf zou hebben gepoogd een boom uit staal te maken”. Het gevaarte in cortenstaal past door zijn verticaliteit prachtig bij de hoge bomen in het park, een gegeven dat de dichter Ed Leeflang schitterend verwoordt. De monumentale ring die Lara Kassenaar voor Beljon maakte, is geënt op de obelisk in Apeldoorn die werd opgericht ter gelegenheid van het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.
In 2000 ging de prijs naar de vrolijke provocateur Joep van Lieshout die voor het park een in mijn ogen al te simpel beeld van een mens en een aap maakte, in zijn bekende idioom. Het heet Apedoorn en verwijst daarmee natuurlijk naar het overbekende attractiepark De Apenheul. Ondanks de kunsthistorische verwijzingen in het gedicht van Tjarda Eskes blijft het beeld voor mij niet meer dan haar rake typering van “een zootje kachelpijpen”. De geometrisch vormgegeven ring die Cees Post voor Van Lieshout maakte, heeft als kunstwerk veel meer klasse. 
In de inleiding van de voortreffelijke publicatie die deze expositie begeleidt, valt - tot mijn verbazing - te lezen dat bestuur en GABK licht teleurgesteld waren over de bijdrage aan het beeldenpark van uitgerekend Jan van Munster, omdat hij een vergelijkbaar beeld voor een andere locatie maakte. Merkwaardig, want al zijn beelden en met name die waarin hij varieert op het begrip IK - vertonen een sterke en authentieke samenhang. Een kwaliteit die eerder te prijzen dan te veroordelen valt, lijkt mij. 

Klassiek 
Met als enige uitzondering het werk van Maria Roosen, hebben de winnende beeldhouwers zich tot nu toe aan de traditionele formule van een sculptuur op een sokkel gehouden. Het beeld van Roosen met de tamelijk puberale titel Boomsieraad (Borstlulkont) toont ons een net vol met in glimmend roestvrijstaal uitgevoerde lichaamsdelen die bij de menselijke voorplanting zijn betrokken. Samengebonden tot een soort ‘verboden vrucht’ is dit net met zijn expliciete inhoud aan de tak van een oude acacia opgehangen. Uiteraard was dit ontwerp goed voor vragen van de lokale Christelijke partijen, maar binnen het oeuvre van Roosen komt het niet als een schokkende verrassing, omdat zij zich bijna altijd met vruchtbaarheid en verval bezighoudt. 
Dat de kwalificatie ‘klassieke sokkelsculptuur’ ook anno 2014 geen negatief waardeoordeel hoeft te impliceren, bewijzen bij uitstek de beelden Kringloop van Piet Slegers en Meer van Carel Visser. Dit in tegenstelling tot de bijdrage van John Körmeling The origin of 1 meter. Deze sculptuur illustreert de fascinatie van de kunstenaar voor afmetingen en onderlinge verhoudingen, de basis van zijn hele oeuvre. Het publiek kent hem vooral van spraakmakende en humoristische projecten als de Drive-in-wheel (een reuzenrad als alternatieve parkeergarage) en Draaiend Huis op een rotonde in Tilburg. Körmeling toont in het Sprengenpark een heel andere, meer hermetische kant van zichzelf. Een essentieel, maar veelal verborgen mathematisch aspect van zijn werk dat op de expositie enigszins wordt toegelicht met behulp van enkele kleine draadfiguren waarin de gulden snede en andere wiskundige getalsverhoudingen centraal staan. Mijn grootste bezwaar tegen het genoemde beeld is dat het niet overtuigt als sculptuur; dat lijkt me pas echt een teleurstelling voor de opdrachtgevers. 



Gespannen verwachting
Kennelijk was de jury van 2013 ook niet honderd procent tevreden met de tot nu toe gerealiseerde collectie beelden. De ring ging vorig jaar naar de gerenommeerde, maar controversiële beeldhouwer Hans van Houwelingen. Een kunstenaar die veel sterker geïnteresseerd is in het geven van betekenis aan een beeld binnen de context van de openbare ruimte dan in vorm alleen. In zijn project Sluipweg waarlangs de dood heeft weten te ontsnappen bijvoorbeeld, realiseerde hij een pad rond Kunstfort Vijfhuizen gemaakt van grafstenen van geruimde graven. Een confronterend kunstwerk dat letterlijk gaat over leven en dood. De verwachtingen over zijn bijdrage aan de openbare ruimte in Apeldoorn zijn dan ook hoog gespannen! De totemistische zegelring die Truike Verdegaal maakte van de verstandskiezen van de kunstenaar zou weleens de opmaat kunnen zijn tot een kunstwerk dat de naamsbekendheid van deze oeuvreprijs flink vergroot.
Een naamsbekendheid die de sculptuurprijs én Apeldoorn meer dan verdienen, omdat zij samen hun nek uitsteken voor de Nederlandse beeldhouwkunst.

Wilhelminaring oeuvreprijs voor de beeldhouwkunst 1998-2013, CODA Museum, Apeldoorn, 19 augustus t/m 2 november 2014, www.coda-apeldoorn.nl en www.wilhelminaring.nl 

Comments