Wilhelminaring 2017: Eja Siepman van den Berg

Eja Siepman van den Berg


De tors heeft het leven

 

In de dichtbundel Hora incertauit 1993 van Jan Eijkelboom staat een gedicht ‘bij een beeld van Eja Siepman van den Berg’ met als titel Zigzag-tors waarvan de eerste strofe luidt:

 

De tors heeft het leven.

Al ontbreken het sturende hoofd

en de welsprekende leden,

om haar zij de schepper geloofd.

 

In dit gedicht is de essentie vervat van het werk van de beeldhouwster Eja Siepman van den Berg die 23 september jl. bekroond is met de tweejaarlijkse oeuvreprijs voor de beeldhouwkunst, de Wilhelminaring.

 

Door Jaap Röell

 

Eja Siepman van den Berg is haar carrière van vijftig jaar lang onverstoord en consistent beeldend vakmanschap, niet met figuratie maar met abstract werk begonnen. Nog tijdens haar studie aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst maakte zij in 1964 het bronzen beeld Bloktors, een kubistisch aandoende stapeling van vormen naar haar grote voorbeeld van toen (en nu) Constantin Brancusi. Een beeld van sterk gereduceerde figuratie dat als een architectonische sculptuur de ordening van het menselijk lichaam weergeeft. Ook al lijken haar latere glad gepolijste torso’s van meisjes en jongens distantie te nemen ten opzichte van dit vroege werk, toch komen zij uit dezelfde bron voort: die van methodische ritmiek en symmetrie. Want zie haar torso’s als constructies die als vrije vormen verwijzen naar strakke figuratie. Zie haar torso’s als weergaves van in brons, staal of marmer vervatte verhoudingen van lichaamsdelen ten opzichte van elkaar. En zie hoe het geheel balanceert, evenwicht bewaart en toch beweegt, het statische voorbij. 

 

Het hoofd zou, als het er stond


Maar het hoofd staat er niet, net zoals dat ledematen aan haar beelden ontbreken. De romp is immers de kern van het menselijk lichaam, daar draait alles letterlijk omheen, die biedt houvast en structuur aan het construct. Eja’s torso’s verwijzen niet naar een persoon, ze zijn non-expressief. Het zijn studies naar de vorm van torso’s in de eeuwenlange traditie van Griekse en Romeinse beeldhouwkunst en van daarna. En dan ook nog torso’s die de toekomst in zich dragen; jonge, vrije mensen, die, als je uit het zicht bent, zich eeuwig bewegen “voor wie dan nog kijkt en wil leven”, zoals Eijkelboom  dicht. Ook dat maakt haar beelden zo herkenbaar: ze hebben de uitstraling van hoopvolle vitaliteit over wat nog komen gaat. Haar beelden staan, veelal in een subtiele beweging door de plaatsing van de benen, recht overeind: de schouders frontaal in een horizontale lijn, ook als de heup licht zwenkt. Geen spier, geen rib te zien, toch weet je ze aanwezig. Zij zijn het staketsel van de structuur, de onzichtbare trekstangen. 

Haar veelal zwart gepolijste beelden verlenen in de weerspiegeling, glans aan het licht, ook op donkere dagen. Het zijn beelden van clair-obscur. Eja’s beelden stralen en laten de ogen het beeld strelen. Het zijn optimistische beelden die, mede door de licht-donker effecten, deelnemen aan alles wat er om hen heen gebeurt. Het zijn beelden die ‘wij’ weergeven in plaats van ‘ik’. Er is niets schreeuwerigs of bombastisch aan Siepman’s torso’s, geen moraal of effectbejag. Slechts het stille doemt op en het sublieme. Het zijn beelden die weten dat ze een schakel zijn in de tijd, passend in een soort van bescheiden adeldom.

 

Ontsnapping


Kijk naar het Staand Meisje, dat in 1982 langs de Maliebaan te Utrecht is geplaatst, als een van de eerste in de serie bronzen beelden van enkel beeldhouwsters. Deze diep zwarte sculptuur, hier op de rug gezien, kan een sleutelstuk worden genoemd in het oeuvre van Eja Siepman van den Berg. Een jong meisje, licht hellend naar haar linker standbeen en een iets geknikt rechterbeen. Het onderstel een heel klein beetje schuin geplaatst ten opzichte van de verticaal oprijzende tors. Het geheel ontspannen, een universeel beeld, vrij en onverveerd. Krasloos het leven tegemoet tredend. Een beeld dat los is gekomen van de maakster. Er is geen vingerafdruk of toets van haar uit de was in het beeld te zien. Het staand meisje is zichzelf geworden, ontsnapt uit de handen van Eja Siepman van den Berg, 

 

Zigzag-tors

 

De tors heeft het leven.

Al ontbreken het sturende hoofd

en de welsprekende leden,

om haar zij de schepper geloofd.

 

Het hoofd zou, als het er stond,

niet zijn gebogen; niet

zit zij uit eerbied geknield

maar om licht, eer het grond

 

raakt, glans te verlenen.

Wij dralen lang als dat licht,

laten de ogen strelen en weten:

 

zijn wij voorgoed uit het zicht,

dit beeld blijft zich eeuwig bewegen

voor wie dan nog kijkt en wil leven.

 

Jan Eijkelboom

 

Prijzen


De Wilhelminaring is een tweejaarlijkse oeuvreprijs voor beeldhouwkunst.

Aan deze prijs is o.a. verbonden dat de winnaar een expositie krijgt in het CODA-Museum te Apeldoorn (3 juni t/m 26 augustus 2018) en tevens de opdracht krijgt een beeld te plaatsen in het Sprengenpark van die stad.

 

In 1967, nog in Eja Siepman’s academietijd, ontving zij de zilveren medaille van de Prix de Rome en in 1978 was zij de eerste die de Charlotte van Pallandt–Prijs ontving, een aanmoedigingsprijs voor jonge beeldhouwers, vernoemd naar haar grote voorbeeld.

 

www.ejasiepmanvandenberg.com & www.wilhelminaring.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments